Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

De Pensioenuitvoerder

Naast de invoering van de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst zijn andere thema’s aan de beurt: de pensioenuitvoerder en het bestuur van een pensioenfonds.

Werkgevers zijn verplicht de uitvoering van de pensioenovereenkomst onder te brengen bij een pensioenuitvoerder. Net als de Pensioen- en spaarfondsenwet kent ook de Pensioenwet 2 soorten pensioenuitvoerders: pensioenfondsen en verzekeraars. Uitgangspunt is dat pensioenfondsen uitsluitend bevoegd zijn pensioenregelingen in de tweede pijler uit te voeren en dat de traditionele wezenskenmerken van pensioenfondsen, collectiviteit en solidariteit, tot uiting moeten komen in de producten die pensioenfondsen aanbieden.

Werkterreinen pensioenfondsen en verzekeraars
De uitkomsten van de taakafbakeningsdiscussie maakte al duidelijk, dat de werkterreinen van ondernemingspensioenfondsen, bedrijfstakpensioenfondsen en verzekeraars nader afgepaald zouden worden. Dit heeft in ieder geval tot gevolg, dat duidelijk moet zijn wat de werkingssfeer van een pensioenfonds is en dat vastgelegd dient te worden aan welke onderneming(en) of bedrijfstak(ken) een pensioenfonds is verbonden. In de statuten zal daartoe een nadere aanduiding opgenomen dienen te worden.

Daarnaast zal de huidige taakafbakening van pensioenfondsen en verzekeraars in de nieuwe wet worden vastgelegd. De in 2000 ingestelde Regeling taakafbakening pensioenfondsen was in feite een tussenstap zodat uiteindelijk de regeling in de nieuwe wet kan worden vastgelegd. De reeds bekende uitgangspunten voor pensioenfondsen (het hanteren van solidariteitscriteria, beperking vrijwillige voortzetting, principe van collectiviteit etc.) blijven gelden.

Een pensioenfonds mag meerdere regelingen uitvoeren zolang er sprake is van één financieel geheel. Dat wil zeggen dat er uiteindelijk geen afgescheiden vermogens voor de diverse basis- of aanvullende regelingen mogen bestaan.

Ondernemingen waartussen geen enkele juridische, economische, organisatorische of feitelijke band bestaat horen niet thuis bij één ondernemingspensioenfonds. Een historische band is geen reden meer om langdurig bij een ondernemingspensioenfonds aangesloten te blijven.

Voor BPF’en zal ook een beperking van het werkgebied gelden. Bij vrijwillige aansluiting, mits deze mogelijkheid in de statuten van het bedrijfstakpensioenfonds is vermeld, geldt het volgende:

Besturen
Het bestuur van een pensioenfonds is het hoogste en eindverantwoordelijke orgaan en als zodanig verantwoordelijk voor de uitvoering van de door werkgever(s) en werknemer(s) gemaakte afspraken over pensioenen. Het bestuur van een pensioenfonds dient er voor te zorgen dat er voldoende middelen zijn om aan de pensioenverplichtingen die voortkomen uit die pensioenovereenkomst te voldoen. Het bestuur moet zorgen dat bij de uitvoering van de pensioenovereenkomst belanghebbenden op evenwichtige wijze zich vertegenwoordigd kunnen voelen.

Voor de bestuurssamenstelling zal de Pensioenwet niet afwijken van de huidige wet. Het is mogelijk om naast de vertegenwoordiging van werkgever en deelnemers in het bestuur een geleding van pensioengerechtigden in te stellen. De zetels namens deze groep worden door deze groep zelf ingevuld, bijvoorbeeld door middel van verkiezingen. Alleen voor het bepalen van de pariteit is vastgelegd dat de bestuursleden namens de pensioengerechtigden gelijkgesteld worden met de vertegenwoordigers van werknemersverenigingen. Werkgevers kunnen daardoor in beginsel niet in een minderheidspositie terecht komen in het bestuur.

Het bestuur van het pensioenfonds kan uit zijn midden een voorzitter kiezen. Deze voorzitter heeft – als vertegenwoordiger van een van de hiervoor genoemde geledingen – net als de andere leden van het bestuur stemrecht. De bepalingen over de samenstelling van het bestuur van pensioenfondsen bieden ook de mogelijkheid om een onafhankelijke voorzitter te kiezen. Deze onafhankelijke voorzitter heeft echter – als niet zijnde een vertegenwoordiger van de hiervoor genoemde geledingen - geen stemrecht binnen het bestuur.

De positie van werknemersleden in een bestuur of in een deelnemersraad wordt versterkt. Er komt een algemene benadelingbescherming en een ontslagbescherming ten aanzien van werknemersleden (vergelijkbaar met ondernemingsraadleden) en de wijze van benoeming van werknemersbestuursleden van ondernemingspensioenfondsen wordt vastgelegd. De benoeming van werknemersvertegenwoordigers in het bestuur van een ondernemingspensioenfonds kan op vier manieren plaatsvinden:

  1. Benoeming na verkiezingen door en uit de deelnemers,
  2. Benoeming op voordracht van de vertegenwoordigers van de werknemersgeleding van de deelnemersraad van het pensioenfonds,
  3. Benoeming op voordracht van de ondernemingsraad, of
  4. Benoeming op een andere wijze, mits de ondernemingsraad hiermee instemt.

Slot
In vogelvlucht zijn in de afgelopen nummers van Pensioenwet Actueel enkele onderwerpen aan de orde geweest. Afgewacht moet worden wat het uiteindelijke resultaat is. De Pensioenwet is met name gericht op het wettelijk kader van de pensioenuitvoering. Het is een gemiste kans om andere pensioenwetten te integreren in de nieuwe wet.

Paul de Koning, Senior Consultant Pensioenrecht

Naar boven

<< lees vorig artikel

lees volgend artikel >>

Contact
Pensioenwet Actueel nieuwsbrief archief 

Bekijk hier voorgaande uitgaven van de Pensioenwet Actueel nieuwsbrief.

Ontvang een nieuw nummer per e-mail