Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

 English version

Brans Brief nummer 6, jaargang 8, juni 2005

 

In dit nummer van Brans Brief:
 

Wetsvoorstel implementatie pensioenfondsenrichtlijn

Gevolgen uitstel pensioenwet voor FTK

Duidelijkheid over toepassing Wet VPL

Checklist objectieve rechtvaardigingsgrond voor leeftijdsonderscheid

Wetsvoorstel implementatie pensioenfondsenrichtlijn

Op 4 mei 2005 heeft minister De Geus het ‘wetsvoorstel implementatie richtlijn pensioeninstellingen’ naar de Tweede Kamer gestuurd. Het wetsvoorstel geeft uitvoering aan de pensioenfondsenrichtlijn waar wij u in onze Brans Brief van maart 2005 over hebben geïnformeerd. De minister streeft er naar het wetsvoorstel per 23 september 2005 in de PSW te implementeren. Er is gekozen voor een beperkte aanpassing van de PSW; enkel de bepalingen uit de richtlijn waar de PSW niet aan voldoet worden toegevoegd. Wij noemen enkele opvallende aspecten:

  • De introductie van een register waarin alle (beroeps) pensioenfondsen worden opgenomen, onder vermelding van de lidstaten waarin het betreffende fonds pensioenregelingen uitvoert.

  • De beleggingsvoorschriften uit de richtlijn worden in de PSW opgenomen. Dit betekent dat zodanig dient te worden belegd dat de veiligheid, kwaliteit, liquiditeit en het rendement van de gehele portefeuille wordt gewaarborgd. Deze invulling wijkt in essentie niet af van de invulling die in de praktijk aan het ‘solide beleggen’ uit artikel 9b van PSW wordt gegeven.

  • De bepalingen met betrekking tot de technische voorzieningen en het eigen vermogen worden uit de richtlijn overgenomen. Deze bepalingen leggen de huidige praktijk in Nederland vast en leiden inhoudelijk niet tot wijzigingen.

  • De informatieverplichtingen voor de pensioenuitvoerders wordt door de introductie van artikel 17b PSW uitgebreid. Een wijziging ten opzichte van de huidige PSW-bepalingen is dat ook op verzoek informatie (m.b.t. de situatie van het pensioenfonds en het actuele financieringsniveau) aan gewezen deelnemers, gepensioneerden en andere pensioengerechtigden moet worden verstrekt.

  • Leningen mogen enkel nog worden aangegaan indien zij tijdelijk zijn en voor liquiditeitsdoeleinden worden aangegaan. Voor achtergestelde leningen worden nadere regels gesteld bij AMvB. Deze AMvB is nog niet bekend.

  • Vrije reserves mogen niet meer worden meegeteld bij de bepaling van het maximum bij beleggingen in de eigen onderneming. Fondsen hebben tot 23 september 2010 de tijd om aan deze bepaling te voldoen. De mogelijkheden om te beleggen in de overige ondernemingen van het concern worden daarentegen uitgebreid.

Naar boven

Gevolgen uitstel pensioenwet voor FTK

Bij brief van 17 mei 2005 heeft minister De Geus aan de Tweede Kamer laten weten dat de kans niet groot is dat de Pensioenwet op 1 januari 2006 zal worden ingevoerd. Het is de vraag wat dit nu betekent voor de invoering van het nieuwe financiële toetsingskader (FTK), waarin de nieuwe waarderingsmethoden voor pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen is opgenomen. Het FTK zou immers deel gaan uitmaken van de nieuwe Pensioenwet. In de media is de suggestie gewekt dat bij een uitstel van de Pensioenwet dit ook betekent dat voor pensioenfondsen het FTK zal worden uitgesteld. Voor verzekeraars was in eerdere instantie al duidelijk geworden dat het FTK zou worden uitgesteld. Het FTK is echter niet onlosmakelijk verbonden aan de Pensioenwet. In de oorspronkelijke planning in 2002 was zelfs opgenomen dat het FTK door middel van een beleidsregel van toepassing zou worden.
Een uitstel van de Pensioenwet hoeft dus geen uitstel van het FTK te betekenen. Dat DNB ook niet van een uitstel uitgaat, blijkt al uit de uitnodiging die DNB aan pensioenfondsen heeft gestuurd voor een bijeenkomst op 30 juni 2005. In deze voorlichtingsbijeenkomst zal worden ingegaan op de hoofdlijnen van het nieuwe rapportagekader voor pensioenfondsen, dat per 1 januari 2006 ingaat.
In de herziene rapportages zal het Financieel Toetsingskader (FTK) worden geïmplementeerd, zo blijkt uit de uitnodiging. Vooralsnog ziet het er dan ook uit dat het FTK ‘gewoon’ op 1 januari 2006 van toepassing zal worden op pensioenfondsen.

Naar boven

Duidelijkheid over toepassing Wet VPL

In een brief van 24 juni 2005 aan de Stichting van de Arbeid heeft het kabinet duidelijkheid verschaft over de uitleg van een aantal onderdelen van de Wet VUT, Prepensioen en Levensloop (Wet VPL). Enerzijds is sprake van een aanzienlijke tegemoetkoming op een aantal punten. Anderzijds worden wensen van sociale partners niet ingewilligd. De belangrijkste punten behandelen wij hierna:

  • Indien inkoop over achterliggende dienstjaren plaatsvindt, hoeft ter bepaling van de fiscale ruimte over deze diensttijd geen rekening te worden gehouden met pensioenaanspraken die voor 1 januari 2006 zijn opgebouwd op basis van een pensioenrichtleeftijd voor de 65-jarige leeftijd. Met andere woorden zowel prepensioenaanspraken als aanspraken uit hoofde van een geïntegreerde regeling kunnen hier buiten beschouwing blijven. Ook vrijwillige aanspraken kunnen buiten beschouwing blijven.

  • Om een zo gelijkmatig mogelijk pensioeninkomen voor en na 65 jaar te realiseren mag bij de toepassing van de hoog/laag constructie voor de 65-jarige leeftijd de bandbreedte van 100:75 worden overschreden tot een bedrag van de dubbele AOW-uitkering voor een gehuwde waarvan de partner 65 jaar of ouder is. De belasting nam eerst het standpunt in dat “slechts”kon worden uitgegaan van de enkelvoudige uitkering.

  • Een belangrijk aandachtspunt is de afwikkeling van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Met betrekking tot de premievrije opbouw bij arbeidsongeschiktheid wordt onverkort vastgehouden aan het standpunt dat ook in deze situatie aanpassing aan het fiscale kader van de Wet VPL dient plaats te vinden.

  • Indien pensioenopbouw plaatsvindt gedurende het tweede ziektewetjaar zal deze opbouw moeten plaatsvinden over het feitelijk genoten loon. Partijen die invulling hebben gegeven aan de wens van het kabinet om maximaal 70% in het tweede ziektewetjaar uit te keren zal ook de pensioenopbouw navenant moeten worden verlaagd. Dit wordt door CAO-partijen als onrechtvaardig beschouwd. Het kabinet is niet voornemens dit strikte standpunt te herzien.

  • Seniorenregelingen waarbij nog steeds minimaal voor 50% wordt gewerkt zullen nooit als VUT-regeling worden aangemerkt. Eindheffing is dan niet van toepassing.

  • Sociale partners moeten zich bewust zijn van de risico’s van leeftijdsdiscriminatie. Het is dus niet zo dat iedere beslissing die binnen het fiscale kader blijft, op voorhand als objectief gerechtvaardigd kan worden beschouwd. De individuele omstandigheden spelen daarbij een rol. De minister besluit met: “ Het is daarbij echter uitermate belangrijk om op transparante wijze alle relevante aspecten mee te wegen in het besluitvormingsproces”.

Naar boven

Checklist objectieve rechtvaardigingsgrond voor leeftijdsonderscheid

De opmerking van Minister De Geus, die wij in de laatste alinea van het vorige bericht citeerden, onderschrijven wij geheel. Maar hoe pak je dat aan? Hiervoor hebben de pensioenjuristen van Watson Wyatt een checklist ontwikkeld. Het verschijnen van deze checklist hebben wij door middel van een persbericht op 15 juni 2005 wereldkundig gemaakt.

Zodra leeftijdsonderscheid in de arbeidsvoorwaarden wordt toegepast, dus ook bij het overnemen van het fiscale overgangsrecht voor 55-plussers in overgangsbepalingen bij de pensioenregeling, wordt de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL) van toepassing. Uit deze wet volgt dat dergelijke overgangsbepalingen alleen zijn toegestaan als hiervoor een objectieve rechtvaardigingsgrond aanwezig is. Dat het leeftijdsonderscheid voortvloeit uit fiscale wetgeving is hierbij onvoldoende rechtvaardiging.

Met behulp van onze praktische checklist kan worden getoetst of sprake is van een objectieve rechtvaardigingsgrond voor het leeftijdsonderscheid in de beoogde overgangsmaatregel. Daarnaast kan de checklist gebruikt worden bij de concrete formulering van de objectieve rechtvaardiging voor het leeftijdsonderscheid . U kunt de checklist van onze website downloaden onder ‘vaktechnisch’.

De pensioenjuristen van Watson Wyatt kunnen een door sociale partners geformuleerde objectieve rechtvaardiging voor u toetsen aan de wettelijke criteria. In een meer consulterende rol kunnen de pensioenjuristen sociale partners helpen bij de concrete formulering van de rechtvaardiging, op basis van de concrete omstandigheden en behoeften in de onderneming of de bedrijfstak. Een objectieve rechtvaardiging is per definitie maatwerk, standaard-oplossingen zijn niet voorhanden.

Naar boven

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven


Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail