![]() | 0 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
Brans Brief nummer 11, jaargang 8, november 2005
In dit nummer van Brans Brief: Voortzetting pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheidOp 24 november 2005 heeft de Tweede Kamer een door de Kamerleden Depla (PVDA) en Koomen (CDA) ingediend amendement aangenomen. In dit amendement is de mogelijkheid opgenomen dat nadere regels omtrent het pensioengevend salaris worden gesteld. Dit voorzover het loon van een werknemer wordt verlaagd in verband met ziekte of arbeidsongeschiktheid van de werknemer. Het amendement is een reactie op de starre houding van het kabinet met betrekking tot de hoogte van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Het kabinet blijft namelijk van mening dat voor de voortzetting van de pensioenopbouw moet worden uitgegaan van het loon dat geldt direct voorafgaand aan de beëindiging van het dienstverband in verband met arbeidsongeschiktheid. Bij het navolgen van de afspraak in het Sociaal akkoord (2e ziektejaar niet meer dan 70% van het loon althans het totale loon mag gedurende de twee ziektejaren niet meer dan 170% bedragen), betekent dit een verlaagde pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Dit heeft tevens een negatief effect op de hoogte van het nabestaandenpensioen. Indien de Eerste Kamer het amendement van Depla en Koomen steunt, wordt de deur weer geopend voor een ‘volledige’ voortzetting van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Het pensioenreglement moet hier overigens wel in voorzien. Een ander punt is hoe moet worden omgegaan met de pensioenopbouw voor de op 1 januari 2006 bestaande groep arbeidsongeschikte ex-werknemers. Voor deze groep geldt immers al een voortzetting in verband met arbeidsongeschiktheid op grond van het vóór 1 januari 2006 geldende pensioenreglement. In de fiscale wetgeving is geen uitzondering voor deze groep opgenomen. Vanaf 1 januari 2006 is een voortzetting van de opbouw van prepensioen of overbruggingspensioen voor arbeidsongeschikte ex-werknemers geboren op of na 1 januari 1950 fiscaal dus ook niet langer begunstigd. De vraag is of de pensioenrechten van deze groep zomaar kunnen worden aangepast. Deze mensen hebben immers geen arbeidsverhouding meer. Hiervoor hadden verschillende partijen dan ook specifieke aandacht gevraagd. Een wettelijke regeling om de bestaande verzekering voor de arbeidsongeschikte ex-werknemers eenzijdig te kunnen aanpassen acht minister De Geus niet noodzakelijk. Zo blijkt uit een brief van 11 november 2005, gericht aan de Tweede Kamer. Dit omdat in sommige gevallen al uit het pensioenreglement volgt dat een aanpassing van de aanspraken ook voor deze groep kan worden toegepast. Daarnaast meent de minister dat – mocht het voorgaande niet het geval zijn – ook de arbeidsongeschikte ex-werknemers er belang bij hebben dat een aanpassing van de toekomstige opbouw plaatsvindt. Hoewel het voorgaande zich in veel gevallen inderdaad zal voordoen, zijn er ook situaties denkbaar dat dit niet zo eenvoudig ligt. Het Kabinet zadelt de pensioenuitvoerder in die situaties op met de eventuele juridische consequenties. Jaarrekening onderneming — pensioenen in remuneratierapport, eisen BW en IAS 24Volgens artikel 2:383 van het Burgerlijk Wetboek (BW) moeten ondernemingen allerlei informatie in de jaarrekening zetten over de bezoldiging van bestuurders en gewezen bestuurders en bovendien over die van commissarissen en gewezen commissarissen. De opgave dient per individu te worden gedaan, met onderscheid tussen periodiek betaalbare beloningen, beloningen die op termijn betaalbaar zijn, uitkeringen die bij beëindiging van het dienstverband verschuldigd zijn, en winstdelingen en bonusbetalingen. Het gaat daarbij om de bedragen die in het boekjaar ten laste van de onderneming zijn gekomen. Aanvullende eisen gelden voor ondernemingen die rapporteren volgens de International Financial Accounting Standards (IFRS). De huidige versie van het voorschrift IAS 24 inzake “related party disclosures” werd gepubliceerd in 2003 en is als onderdeel van IFRS van toepassing op boekjaren vanaf 1 januari 2005. IAS 24 betreft onder meer de bezoldiging van “key management personnel” ofwel “those persons having authority and responsibility for planning, directing and controlling the activities of the entity, directly or indirectly, including any director (whether executive or otherwise) of that entity”. Deze groep is in principe niet beperkt tot bestuurders en commissarissen. De personeelsbeloningen in kwestie worden onderverdeeld op de wijze van IAS 19 in kortetermijnbeloningen, vergoedingen na uitdiensttreding, andere langetermijnbeloningen, ontslagvergoedingen en beloningen in termen van eigen-vermogeninstrumenten. Informatie over de bezoldiging van sleutelfunctionarissen geschiedt onder IAS 24 per soort van beloning en op totaalniveau in plaats van per individu. Wat de waardering van pensioenen en eigen-vermogeninstrumenten betreft, zijn wij van mening dat het redelijk is om IAS 19 en IFRS 2 daarvoor te gebruiken ofschoon expliciete voorschriften daaromtrent in IAS 24 ontbreken. Overigens gaat IAS 24 over nog veel meer dan het remuneratierapport. Wij adviseren ondernemingen om alle aspecten van IAS 24 te bespreken met de accountant. Geen nieuwe instroom in de FVP-bijdrageregeling na 1 januari 2008De Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering (hierna: de Stichting FVP) die sinds 1989 haar middelen gebruikt om de pensioenvoorzieningen voor werklozen vanaf veertig jaar voort te zetten, heeft in een persbericht aangekondigd hiermee op termijn te zullen stoppen. De reden van deze beslissing is gelegen in het feit dat het belegd vermogen van de Stichting FVP te weinig rendement maakt om de oplopende werkloosheid en de toegenomen pensioenkosten het hoofd te kunnen bieden. Deze aankondiging houdt concreet in dat werknemers die met ingang van 1 januari 2008 WW-gerechtigd worden, niet meer in aanmerking komen voor een bijdrage uit de FVP-regeling. Voor wat betreft de personen die nu WW-gerechtigd zijn en voor de werknemers die vóór 1 januari 2008 WW-gerechtigd zullen zijn, spreekt de Stichting FVP de intentie uit het recht op een FVP-bijdrage zoveel mogelijk ongemoeid te laten. Het bestuur van de Stichting FVP spreekt uitdrukkelijk van een intentie tot voortzetting van de FVP-bijdrage. Dit omdat de FVP-bijdrage een voorwaardelijk karakter heeft en het bestuur derhalve voor deze groep geen harde garanties kan afgeven. Hof ’s-Hertogenbosch 8 november 2005: Korting bij groot leeftijdsverschilOp 24 maart 2004 heeft de Rechtbank te Maastricht geoordeeld dat de bepaling in het pensioenreglement van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) - inzake korting op het partnerpensioen bij groot leeftijdsverschil (10 jaar) tussen de deelnemer en diens partner - in strijd is met het verbod op onderscheid op grond van geslacht (zie hiervoor Brans Brief nummer 5, jaargang 7, mei 2004). Op 8 november van dit jaar heeft het Hof ‘s –Hertogenbosch deze uitspraak bevestigd. Het Hof stelt allereerst vast dat deze kortingsbepaling onderscheid oplevert, in die zin dat daardoor substantieel meer vrouwen dan mannen worden getroffen. Mannelijke deelnemers blijken vaker een 10 jaar jongere partner te hebben dan vrouwelijke deelnemers. Het ABP heeft niet kunnen weerleggen dat in haar bestand een wezenlijk andere uitkomst geldt. Vervolgens stelt het Hof dat nu vastgesteld is dat sprake is van (indirect) onderscheid naar geslacht onderzocht dient te worden of dit onderscheid objectief gerechtvaardigd is. Het Hof is van mening dat de kortingsregeling in de vorm zoals het ABP deze hanteert, “zodanig grofmazig is dat niet alleen niet is gewaarborgd dat daarmee het nagestreefde doel, te weten het voorkomen van zoveel mogelijk sterfbedhuwelijken in redelijkheid kan worden bereikt, maar bovendien tot gevolg kan hebben een beperking van uitkeringen in situaties dat er geen sprake is van een sterfbedhuwelijk”. Voor het voorkomen van onevenredige druk op de solidariteit acht het Hof de onderhavige regeling ook niet noodzakelijk. Deze uitspraak ligt wederom in de lijn van eerdere oordelen van de CGB. In deze casus is helaas niet aan bod geweest dat ook bij toepassing van de korting het nabestaandenpensioen van een deelnemer met een jonge partner meer waard is dan het partnerpensioen van andere deelnemers (geen benadeling door de korting). Vragen of opmerkingen?Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies." © 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden. |
Contact |
Overzicht actuele berichten |
Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzichtBekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief. |
Vragen & Opmerkingen |
Ontvang de nieuwsbrief per e-mail |