![]() | 0 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
Brans Brief nummer 12, jaargang 8, december 2005
In dit nummer van Brans Brief: Overzicht wijzigingen wet- en regelgevingVeel wetgeving op het gebied van pensioenen is onlangs gewijzigd of zal binnen afzienbare tijd worden gewijzigd. In deze Brans Brief zetten we de belangrijkste wijzigingen van de afgelopen tijd en de veranderingen die ons binnen afzienbare tijd te wachten staan, voor u op een rij. Zo is op 1 januari 2005 de Wet VUT, Prepensioen en introductie Levensloop (hierna: Wet VPL) ingevoerd, en wordt naar verwachting per 1 januari 2007 de Pensioenwet van kracht. De Wet VPL heeft de fiscale kaders voor pensioenopbouw beperkt. De opbouw van ouderdomspensioen moet in principe zijn gericht op een pensioenleeftijd van 65 jaar en een maximale opbouw van 2% per dienstjaar in een eindloonregeling en 2,25 % per dienstjaar in een middelloonregeling. Uiteraard dient hierbij ten minste rekening te worden gehouden met de fiscaal minimaal toegestane franchise. Prepensioen en overbruggingspensioen kunnen niet meer fiscaal begunstigd worden toegezegd. Voor werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren, is er overgangsrecht geïntroduceerd, waarbij bestaande VUT en prepensioenregelingen met fiscale begunstiging voortgezet kunnen worden. Er zijn echter wel voorwaarden aan dit overgangsrecht verbonden die vóór 1 januari 2006 in het pensioenreglement opgenomen moeten worden. Aandachtspunt bij het gebruikmaken van het overgangsrecht is de mogelijke strijdigheid met de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd (WGBL). Per 1 januari 2006 wordt de levensloopregeling ingevoerd, waarbij maximaal 12 procent per jaar van het bruto jaarsalaris ( tot een maximum van 210%) gespaard kan worden om in de toekomst een periode van onbetaald verlof te financieren. Het idee achter de levensloopregeling is dat op deze manier de drukte in het zogenaamde “spitsuur van het leven” opgevangen kan worden door het opnemen van verlof waarvoor men vooraf heeft gespaard. Het levenslooptegoed kan ook worden gebruikt om eerder te stoppen met werken, en kan dus als vervanging van het prepensioen dienen. Aandachtspunt hierbij is dat in één jaar of gebruik kan worden gemaakt van de levensloopregeling of van de spaarloonregeling. Gebruikmaken van beide regelingen in één jaar is niet toegestaan. Jaarlijks kan gekozen worden voor deelname aan één van beide regelingen. Per 1 januari 2006 zal de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) de huidige WAO vervangen voor werknemers die op of na 1 januari 2004 ziek zijn geworden. Op grond van de WIA komt men pas in aanmerking voor een uitkering als men ten minste 35% arbeidsongeschikt bevonden is. De WIA maakt onderscheid tussen gedeeltelijk arbeidsongeschikten (35-80%), en volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (80%-100%). De eerste groep valt onder de zogenoemde regeling Werkhervatting gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) en de tweede groep valt onder de regeling Inkomensvoorziening voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten (IVA).Voor beide groepen gelden aparte regelingen. De WIA kent andere arbeidsongeschiktheidsklassen dan de WAO. Dit heeft gevolgen voor pensioenregelingen die een premievrije voortzetting van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid kennen. Deze regelingen zullen aan de WIA aangepast dienen te worden. Ook pensioenregelingen met een WAO-hiaat dekking of een arbeidsongeschiktheidspensioen zullen aan de WIA moeten worden aangepast. De Pensioenwet (hierna: PW) zal naar verwachting per 1 januari 2007 de huidige Pensioen- en spaarfondsenwet (hierna: PSW) vervangen. Deze wet beoogt pensioenwetgeving overzichtelijker te maken door een helder wettelijk kader te scheppen dat beter aansluit bij de huidige tijd. De basis van de PSW ligt immers in de jaren ‘50 van de vorige eeuw. Het doel van de PW zal echter niet verschillen van de centrale doelstelling van de PSW: het veilig stellen van pensioengelden. Belangrijk punt in de PW zijn de strengere eisen die worden gesteld aan de communicatie door de werkgever en de pensioenuitvoerder naar (gewezen) deelnemers. In overleg met het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Nederlandsche Bank besloten dat het Financieel Toetsingskader (FTK) voor pensioenfondsen pas per 1 januari 2007 verplicht van toepassing zal zijn. Het FTK, waarin de nieuwe waarderingsmethoden voor pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen is opgenomen, wordt ingebed in de PW. De huidige wettelijke herverzekeringsplicht wordt onder het FTK vervangen door een solvabiliteitstoezicht dat rekening houdt met de specifieke kenmerken van pensioenfondsen. Pensioenfondsen kunnen er overigens in 2006, net als in 2005, voor kiezen om al vrijwillig over te stappen op het FTK-regime. In de dit jaar gepubliceerde indexatiematrix, die onderdeel gaat uitmaken van de PW, worden diverse vormen van mogelijk indexatiebeleid en de bijbehorende voorwaarden waaraan pensioenfondsen moeten voldoen beschreven. Daarbij geldt dat het indexatiebeleid een consistent geheel moet zijn van gewekte verwachtingen, financiering en het feitelijk toekennen van indexatie. Meer weten? Neem contact op met uw pensioenjurist. Pensioen en Zorgverzekeringswet (ZvW)Per 1 januari a.s. krijgen pensioenfondsen als inhoudingsplichtigen te maken met de nieuwe Zorgverzekeringswet (hierna: ZvW). Op alle uit te keren pensioenen van binnenlandse pensioengerechtigden moeten pensioenfondsen als regel een inkomensafhankelijke bijdrage van 4,4% inhouden (verlaagd tarief) tot een maximum van € 30.015. Voor lopende VUT-uitkeringen (ingegaan vóór 1 januari 2006) van ziekenfondsverzekerde VUT-gerechtigden geldt een inkomensafhankelijke bijdrage van 6,5% (regulier tarief). Bovendien geldt voor laatstgenoemde bijdrage een vergoedingsplicht.De Belastingdienst heeft aangegeven dat pensioenfondsen geen rekening hoeven houden met pensioen- of VUT-uitkeringen, die een (binnenlandse) uitkeringsgerechtigde mogelijk van andere uitvoerders ontvangt. Bovendien hoeft geen rekening te worden gehouden met de AOW-uitkering, die door de SVB wordt verstrekt. Het verlaagd tarief dient derhalve te worden ingehouden op het uit te keren pensioen tot een maximum van € 30.015. Dit betekent dat voor AOW-ers met een aanvullend pensioen een te hoge bijdrage wordt ingehouden. De Belastingdienst heeft laten weten de teveel betaalde bijdragen aan verzekerden terug te betalen via een afzonderlijke beschikking. Voor buitenlandse pensioengerechtigden gelden bijzondere voorschriften. Het College voor Zorgverzekeringen (CvZ) heeft pensioenfondsen hierover onlangs geïnformeerd. Het CvZ zal pensioenfondsen nog nader informeren bij welke buitenlandse pensioengerechtigden, die wonen binnen de Europese Unie of enkele andere verdragslanden, zij vanaf 1 april 2006 een bijdrage moeten inhouden. De ingehouden bijdragen moeten worden afgedragen aan het CvZ zelf. De in te houden bijdrage bestaat uit de volgende drie componenten: Kerst- en NieuwjaarswensBij deze wensen de medewerkers en vennoten van Watson Wyatt Brans & Co u prettige kerstdagen, een gezellige jaarwisseling en een goede gezondheid in 2006 toe. Wij hebben besloten om ook dit jaar geen kerstkaarten aan onze relaties te verzenden. Het hiermee bespaarde bedrag is geschonken aan Hulporganisatie Den Haag ten behoeve van Aardbeving Pakistan. Vragen of opmerkingen?Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies." © 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden. |
Contact |
Overzicht actuele berichten |
Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzichtBekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief. |
Vragen & Opmerkingen |
Ontvang de nieuwsbrief per e-mail |