Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

 English version

Brans Brief nummer 1, jaargang 9, januari 2006

 

In dit nummer van Brans Brief:

Premievrijgestelde opbouw hoeft niet te worden aangepast aan VPL

Nieuwe Wet verplichte beroepspensioenregeling in werking getreden

Belang van communicatie en gebruik van disclaimers bij 15-jaarsfinanciering

Wetsvoorstel implementatie pensioenfondsrichtlijn aangenomen in Eerste Kamer

Pensioenwet Actueel

Premievrijgestelde opbouw hoeft niet te worden aangepast aan VPL

Tijdens het debat in de Eerste Kamer over het aanvullende overgangsrecht VPL heeft staatssecretaris Wijn aangegeven dat als sprake is van premievrije voortzetting wegens arbeidsongeschiktheid, de pensioenregeling voor deze betrokkenen niet behoeft te worden aangepast aan de uitgangspunten van de Wet VPL. Dit betekent dat de ruimere pensioenopbouw voor arbeidsongeschikte deelnemers blijft bestaan. De forse lobby vanuit de uitvoeringspraktijk heeft uiteindelijk toch resultaat gehad.

De toezegging zal nog worden vormgegeven in een beleidsbesluit. De nadere eisen die aan de voortgezette opbouw gesteld zullen worden, zullen waarschijnlijk grotendeels overeenkomen met de eisen zoals deze waren opgenomen in het besluit van 9 januari 2004, nr. CPP2003/1821M. Laatstgenoemde Besluit stond voortgezette opbouw op basis van het pre-Witteveenregime ook na 1 juni 2004 toe op basis van een collectieve aanwijzing.

De belangrijkste voorwaarden onder het Witteveenregime waren:

  • de voortgezette opbouw wordt bepaald door de voortzetting van overeengekomen premiebetaling;
  • bij een latere verlaging van de mate van arbeidsongeschiktheid geldt de goedkeuring alleen voor de in samenhang daarmee te verlagen rechten met de bijbehorende premievrijstelling;
  • bij een latere verhoging van de mate van arbeidsongeschiktheid en de daarmee samenhangende verhoging van de premievrijstelling dient de verhoging dan wel te worden gebaseerd op de actuele aangepaste pensioenregeling.

Bij handhaving van het oude fiscale regime komt men niet in de discussie terecht of het mogelijk is de pensioenregeling eenzijdig te wijzigen.

Echter bij verhoging van de mate van arbeidsongeschiktheid wordt de pensioenuitvoerder wel geconfronteerd met het administreren van twee regelingen voor arbeidsongeschikte deelnemers. Het besluit waarin de definitieve voorwaarden worden omschreven is tot op heden nog niet gepubliceerd. Wij houden u hiervan op de hoogte.

Meer weten? Neem contact op met Eric Heemskerk.

Naar boven

Nieuwe Wet verplichte beroepspensioenregeling in werking getreden

Nog net in 2005 is het inwerkingtredingsbesluit van de nieuwe Wet verplichte beroepspensioenregeling gepubliceerd. Op 1 januari jl. is deze wet in werking getreden, als opvolger van de Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling (Wet Bpr).

De kern van de Wet Bpr was de verplichte deelneming. De verplichtstelling blijft met de nieuwe wet gehandhaafd, maar er worden wel scherpere voorwaarden aan gesteld. Er moet voldoende draagvlak en solidariteit binnen de beroepsgenoten bestaan om de verplichtstelling in stand te kunnen houden.

Daarvoor zal een beroepspensioenvereniging moeten worden opgericht die de verplichtstelling aanvraagt. Deze beroepspensioenvereniging moet speciaal worden opgericht met het oog op de uitvoering van een beroepspensioenregeling, zodat aan de hand van het ledental van die vereniging kan worden gecontroleerd of er inderdaad voldoende draagvlak voor de regeling bestaat. Onder de Wet Bpr kon verplichtstelling nog door een beroepsorganisatie van vrije beroepsbeoefenaars bij de minister van SZW worden aangevraagd, waardoor het draagvlak veel moeilijker te meten was.

Verder wordt in de nieuwe wet geregeld dat voor beroepspensioenregelingen een zogeheten doorsneepremie moet worden gehanteerd. Dit betekent dat alle deelnemers, ongeacht leeftijd, geslacht of gezondheid hetzelfde percentage aan premie betalen. De eis dat de premie ongeacht leeftijd moet worden vastgesteld, geldt niet voor vrijwillige pensioenvoorzieningen en voor beschikbare premieregelingen die eventueel onderdeel uitmaken van een beroepspensioenregeling. Dit element is een wezenlijke wijziging ten opzichte van de bestaande praktijk en heeft de meeste kritiek ondervonden in het hele wetgevingstraject. De huidige beroepspensioenregelingen kenmerken zich namelijk bijna allemaal door een vaste koopsom die wordt benut voor de inkoop van ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Een dergelijke regeling is onder de nieuwe wet niet meer mogelijk.

De regels voor waardeoverdracht zoals die gelden op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet zullen ook gaan gelden bij beroepspensioenregelingen. Dit betekent dat vrije beroepsbeoefenaren zes maanden de tijd krijgen om te beslissen of ze hun pensioenaanspraken al dan niet over willen dragen naar de nieuwe pensioenregeling en dat er voorlichting gegeven zal moeten worden over de mogelijkheid tot waardeoverdracht.

Tot slot komt er ook voor beroepspensioenen een verbod op medische toelatingskeuringen. Op grond van de huidige wet zijn deze keuringen nog altijd mogelijk. Een negatieve uitslag kan dan leiden tot (gedeeltelijke) uitsluiting of een hogere premie. Op basis van de nieuwe wet is dit niet meer mogelijk.

Er is bewust gekozen voor een separate wet naast de Pensioen- en spaarfondsenwet. De nieuwe Wet verplichte beroepspensioenregeling zal dan ook in principe ongewijzigd in stand kunnen blijven bij de invoering van de Pensioenwet. Alleen op detailniveau zijn wellicht, afhankelijk van het wetgevingstraject, kleine aanpassingen nodig aan de Pensioenwet.

Meer weten? Neem contact op met Rick Crauwels.

Naar boven

Belang van communicatie en gebruik van disclaimers bij 15-jaarsfinanciering

Op grond van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 is het mogelijk een pensioentoezegging te doen, waarbij de affinanciering van de toegezegde aanspraken binnen een maximale periode van 15 jaar kan plaatsvinden. Dit is mogelijk als er in het verleden minder pensioenaanspraken zijn opgebouwd dan op basis van hoofdstuk IIB van de Wet op de Loonbelasting 1964 is toegestaan. De toegestane maximale periode van affinanciering is overigens korter als de pensioendatum binnen de periode van 15 jaar ligt. In die situatie zal het in te kopen pensioen over verstreken dienstjaren uiterlijk op de dag voorafgaand aan de ingangsdatum van het pensioen volledig moeten zijn afgefinancierd.

Indien gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid tot 15-jaars financiering, moet wel rekening worden gehouden met de strikte voorschriften die aan de communicatie hierover worden gesteld. Omdat er door deze manier van financieren een uitzondering gemaakt wordt op de hoofdregel die de PSW geeft, namelijk een jaarlijkse, tijdsevenredige financiering van toegezegde pensioenaanspraken, gelden extra eisen met betrekking tot de communicatie met de (gewezen) deelnemers.

Het is de plicht van de pensioenuitvoerder de (gewezen) deelnemers in de eerste schriftelijke informatieverstrekking te wijzen op het feit dat er een afwijkende manier van financiering van deze aanspraak zal plaatsvinden. Hiervoor schrijft het uitvoeringsbesluit een disclaimer voor, die gebruikt dient te worden in de communicatie naar de (gewezen) deelnemers toe. Deze disclaimer dient naast de eerste schriftelijke informatie ook gebruikt te worden in de jaarlijkse informatie over de financiering die aan de deelnemer moet worden verstrekt gedurende de periode dat de aanspraken nog niet (volledig) zijn gefinancierd. Verder dient men de disclaimer te gebruiken indien de (gewezen) deelnemer om informatie verzoekt over de betreffende pensioentoezegging.

Een goede communicatie naar (gewezen) deelnemers is van groot belang, omdat als de pensioenuitvoerder niet (of niet goed) communiceert over de wijze van financiering bij inkoop over verstreken dienstjaren, de hiervoor beschreven afwijkende financieringsmogelijkheid niet langer van toepassing is. De hoofdregel van de PSW wordt dan weer van kracht, met als gevolg dat de toezegging direct afgefinancierd zal moeten worden.

Meer weten? Neem contact op met uw pensioenjurist.

Naar boven

Wetsvoorstel implementatie pensioenfondsrichtlijn aangenomen in Eerste Kamer

Op 17 januari 2006 heeft de Eerste Kamer het ‘wetsvoorstel Wijziging van de PSW en enige andere wetten in verband met de implementatie van richtlijn 2003/41/EG’ aangenomen. Nederlandse ondernemingen krijgen de mogelijkheid hun pensioentoezeggingen onder te brengen bij een pensioeninstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie. Daarnaast kunnen Nederlandse pensioeninstellingen pensioentoezeggingen van ondernemingen uit andere EU-lidstaten gaan uitvoeren. Een andere wijziging die uit het wetsvoorstel voortvloeit is dat in de actuariële en bedrijfstechnische nota (abtn) een verklaring inzake beleggingsbeginselen zal moeten worden opgenomen. Deze verklaring dient ten minste de volgende onderwerpen te omvatten: de toegepaste wegingsmethoden voor beleggingsrisico’s, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen. De verklaring inzake beleggingsbeginselen dient op verzoek, los van de abtn, verstrekt te worden. In onze Brans Brieven van juni en augustus 2005 hebben wij u reeds over dit wetsvoorstel geïnformeerd. Hier vindt u een nadere toelichting op het wetsvoorstel en een overzicht van enkele andere wijzigingen die uit dit wetsvoorstel voortvloeien. De wet wordt binnenkort in het Staatsblad geplaatst en zal een dag na de datum van uitgifte in werking treden.

Meer weten? Neem contact op met Harmen Pullen.

Naar boven

Pensioenwet Actueel

Op 20 december 2005 heeft minister De Geus van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het wetsvoorstel voor de Pensioenwet ingediend. Het kabinet streeft ernaar de nieuwe wet uiterlijk per 1 januari 2007 in te voeren.

In 2006 zal Watson Wyatt u met regelmaat op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen die verband houden met de Pensioenwet. Op www.pensioenwetactueel.nl kunt u nu al de kamerstukken en andere officiële stukken terugvinden die verband houden met de nieuwe Pensioenwet. Binnenkort verschijnt bovendien de Pensioenwet Actueel Nieuwsbrief. In deze Nieuwsbrief zullen wij u informeren over ontwikkelingen die in de markt spelen en verband houden met de Pensioenwet.

Naar boven

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven


Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail