![]() | 0 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
Brans Brief nummer 5, jaargang 9, mei 2006
In dit nummer van Brans Brief: Mogelijk wijziging van FAS voorschriftenDe Amerikaanse Financial Accounting Standards Board (FASB) stelt voor om de voorschriften FAS 87, 88, 106 en 132(R) te wijzigen. Deze wijzigingen betreffen de jaarrekening van de onderneming onder US GAAP. Volgens het voorstel zou het saldo van de verplichtingen (de “Projected Benefit Obligation” voor pensioenen) en het aanwezige vermogen (de “plan assets”) onverkort en ongedempt op de balans van de onderneming komen te staan. Dit in tegenstelling tot de huidige regels, waarbij bepaalde “unrecognized amounts”, zoals mee- en tegenvallers, slechts geleidelijk op de balans erkend worden. Bovendien wordt voorgesteld om verplicht te stellen dat de peildatum van de berekeningen gelijk is aan de balansdatum (net als bij International Accounting Standard 19) en niet (zoals bij de huidige regels onder US GAAP) drie maanden eerder mag liggen. Als het voorstel wordt aangenomen, zijn de nieuwe regels van kracht voor boekjaren die eindigen na 15 december 2006 en moet het dan met terugwerkende kracht worden toegepast. In een brief aan de FASB stelt Watson Wyatt dat het volledig op de balans erkennen van het genoemde saldo consistent is met “emerging international accounting practice”, maar dat verdere vereenvoudiging bereikt kan worden door alle winsten en verliezen ineens te verwerken op de wijze die bij International Accounting Standard 19 is toegestaan, dat wil zeggen: buiten het resultaat om. Verder vindt Watson Wyatt dat volstaan moet kunnen worden met redelijke schattingen op basis van voorlopige gegevens. Het afschaffen van de methode van “smoothing” op de balans door middel van “unrecognized amounts” is overigens een kwestie van presentatie, omdat de gehele actuele “funded status” ook al onder de huidige voorschriften in de toelichting bij de balans moet staan. Onze indruk is dat kredietbeoordelaars en financiële analisten die toelichting reeds in aanmerking nemen. Als de aandelenmarkt efficiënt is, dan zijn de gevolgen voor de marktwaarde van de onderneming nihil. Meer weten? Neem contact op met Roland van Gaalen. Onderscheid 55-plus en 55-min in pensioenregeling en leeftijdsafhankelijke levensloopbijdragen leiden tot ongelijke behandelingOp 7 april jl. heeft de Commissie Gelijke Behandeling (hierna: CGB) geoordeeld over de vraag of een pensioenregeling waarin onderscheid wordt gemaakt tussen deelnemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren en deelnemers die op die datum jonger dan 55 jaar waren, verboden onderscheid naar leeftijd oplevert (Oordeel 2006-62). Het is immers op grond van de Wet gelijke behandeling van leeftijd bij de arbeid (hierna: WGBL) niet toegestaan om onderscheid naar leeftijd te maken in een pensioenregeling, tenzij het onderscheid objectief gerechtvaardigd kan worden. In deze zaak wordt de CGB verzocht een objectieve rechtvaardigingsgrond te toetsen. In de onderhavige casus behouden de werknemers die op 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren de prepensioenregeling met pensioenleeftijd 62 jaar. De werkgever draagt 1,25% van het loon bij aan de premie voor het prepensioen. Voor de 55-minners is de pensioenleeftijd gesteld op 65 jaar en komt de prepensioenregeling te vervallen, met behoud van reeds opgebouwde rechten. De werkgeversbijdrage van 1,25% aan de prepensioenregeling komt voor de 55-minners te vervallen en daar staat geen compensatie tegenover. Het opbouwpercentage voor het ouderdomspensioen wordt in de nieuwe regeling verhoogd en de franchise wordt verlaagd. Dit leidt ertoe dat het uiteindelijk te bereiken pensioenresultaat voor alle werknemers sterk overeen zal komen met de huidige situatie. De 55-minners kunnen dan op 62-jarige leeftijd stoppen met werken, mits zij bereid zijn vrijwillig een bijdrage van 4,1% per jaar van het loon aan de levensloopregeling te doen. Het verbod op onderscheid naar leeftijd is niet van toepassing op in pensioenregelingen vastgelegde toetredingsleeftijden. De CGB stelt dan ook allereerst in tegenstelling tot haar oordeel op 30 september 2005 (oordeel 2005-178) dat de leeftijd van 55 jaar op 1 januari 2005 niet kan gelden als een toetredingsleeftijd in de zin van de WGBL. Vervolgens oordeelt de CGB dat het onderscheid tussen 55-plussers en 55-minners rechtstreeks is gebaseerd op geboortedatum van de deelnemer en er dus sprake is van een direct onderscheid op grond van leeftijd in de zin van de WGBL. Op grond van de WGBL is onderscheid toegestaan als het objectief gerechtvaardigd kan worden. Of sprake is van een objectieve rechtvaardiging gaat de CGB na aan de hand van een beoordeling van het doel van het onderscheid en het middel dat ter bereiking van het doel wordt ingezet. Het doel dient legitiem te zijn en het gehanteerde middel dient passend en noodzakelijk te zijn. Als aan deze drie voorwaarden is voldaan, levert het onderscheid geen strijd op met de WGBL. Het doel van het leeftijdsonderscheid is ervoor te zorgen dat alle werknemers een vergelijkbaar ‘pensioenresultaat’ hebben en dientengevolge op 62-jarige leeftijd kunnen stoppen met werken. De CGB stelt voorop dat onderscheid dat voortbouwt op het onderscheid dat in de Wet VPL is gemaakt, niet op voorhand is gerechtvaardigd. Het hiervoor vermelde doel acht de CGB legitiem. Het middel is passend omdat het resultaat de instemming van zowel de vakbonden als het voltallig personeel heeft. Bij de beoordeling van de vraag of het middel noodzakelijk is, staat centraal dat de werkgever ten behoeve van de 55-plussers 1,25% van het loon voor de prepensioenregeling bijdraagt, terwijl er geen bijdrage geleverd wordt aan de financiering van een pensioen op 62 jaar voor de 55-minners. Dit verschil in behandeling is niet noodzakelijk, zo blijkt uit de maatmanberekeningen. Daarbij is van belang dat de bijdrage van de werkgever aan de prepensioenregeling niet kan worden weggestreept tegen een lagere eigen bijdrage aan de pensioenregeling van de 55-minners. Kortom de CGB acht een objectieve rechtvaardigingsgrond niet aangetoond. De werkgever heeft naast de bovenstaande variant nog een andere variant voorgelegd aan de CGB. De vraag is of het strijdig is met de WGBL om onderscheid te maken tussen werknemers van verschillende leeftijden door het storten van leeftijdsafhankelijke bijdragen in een levensloopregeling. Als basis voor het onderscheid zijn de fiscale staffels gehanteerd die zijn opgesteld ten behoeve van pensioenregelingen. Voor het onderscheid in deze staffels is in de WGBL een uitzondering opgenomen. De CGB overweegt dat de levensloopregeling in essentie een spaarregeling is en geen pensioenregeling. Het feit dat de inleg in deze spaarregeling de premiesystematiek van een pensioenregeling volgt, doet hier niets aan af. Levensloop kan immers ingezet worden voor andere vormen van verlof dan alleen vervroegd stoppen met werken. De uitzondering die is opgenomen in de WGBL voor beschikbare premie staffels is dan ook niet van toepassing op levensloopregelingen. De CGB oordeelt vervolgens dat gezien de keuzevrijheid van de werknemer de bijdrage van de werkgever aan de levensloopregeling anders in te zetten dan voor vervroegde pensionering, het middel niet passend is. Meer weten? Neem contact op met Mirella Verhaaf. De rol van arbeidsongeschiktheidspensioen in de pensioenwetOp 17 mei jl. is de nota naar aanleiding van het verslag met betrekking tot de Pensioenwet door de Tweede Kamer ontvangen. In deze nota gaat de regering in op vragen en opmerkingen van de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid over het wetsvoorstel voor de Pensioenwet. Een van de onderwerpen waar de regering op ingaat, is het arbeidsongeschiktheidspensioen in relatie tot de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Onder het regime van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) was het gebruikelijk dat aanvullingen op de WAO-uitkering via pensioenfondsen werden aangeboden. Wij noemen als voorbeeld het WAO-hiaatpensioen en WAO-excedentpensioen. De WIA, die per 1 januari 2006 in werking is getreden, heeft een opzet die ingrijpend anders is dan de WAO. Dit heeft consequenties voor de aanvullingen die pensioenfondsen mogen bieden. De regering is van mening dat arbeidsongeschiktheidspensioenen slechts als zodanig zijn aan te duiden en door een pensioenfonds mogen worden uitgevoerd als deze pensioenen alleen afhankelijk zijn van de mate van arbeidsongeschiktheid. Het werkloosheidsrisico dat in de WIA is opgenomen mag niet worden gedekt. Een aanvulling op de IVA-uitkering is volgens de regering wel aan te merken als arbeidsongeschiktheidspensioen in de zin van de Pensioenwet. Een IVA-uitkering wordt namelijk toegekend bij volledige arbeidsongeschiktheid en het werkloosheidsrisico maakt geen onderdeel uit van deze uitkering. Een andere voorwaarde is dat het arbeidsongeschiktheidspensioen niet in hoogte mag variëren met de soort WGA-uitkering. Het zogenaamde WGA-hiaat, dat het verschil tussen de WGA-vervolguitkering en WGA-loonaanvulling compenseert, zou in deze redenering niet door een pensioenfonds mogen worden uitgevoerd. Een excedentpensioen dat het verschil dekt tussen het maximumdagloon en het feitelijk loon kan nog steeds door pensioenfondsen worden uitgevoerd, mits alleen het risico op verlies aan inkomen als gevolg van arbeidsongeschiktheid wordt gedekt. Het standpunt van de regering inzake arbeidsongeschiktheidspensioenen sluit aan op het standpunt dat De Nederlandsche Bank momenteel inneemt. Aangezien de WIA reeds per 1 januari 2006 in werking is getreden is ook vóór de inwerkingtreding van de Pensioenwet van belang. Meer weten? Neem contact op met Harmen Pullen. Vragen of opmerkingen?Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies." © 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden. |
Contact |
Overzicht actuele berichten |
Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzichtBekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief. |
Vragen & Opmerkingen |
Ontvang de nieuwsbrief per e-mail |