Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

 English version

Brans Brief nummer 7/8, jaargang 9, juli/augustus 2006

 

In dit nummer van Brans Brief:

Pensioen en vergrijzing

Wijziging Regeling betreffende aanvragen Wet BPF 2000

Herziening beleidsregels toetsingskader Wet BPF 2000

Wijziging regeling verplichte beroepspensioenregeling

Basisopleiding Pensioenfondsbestuurders

Pensioen en vergrijzing

Is het Nederlandse pensioenstelsel bestand tegen de vergrijzing?
Gezien de recente publiciteit over de mogelijke gevolgen van de vergrijzing wil Watson Wyatt Brans & Co enkele aspecten van pensioenfondsen nog eens onder de aandacht brengen.

Het risico van tegenvallende economische ontwikkelingen en beleggingsrendementen is onmiskenbaar. Afgezien daarvan kan de vergrijzing het pensioenstelsel in gevaar brengen

  1. als de financiering van de opgebouwde pensioenen wordt uitgesteld;
  2. als in het indexatiebeleid de tering niet naar de nering wordt gezet;
  3. als de pensioenverplichtingen worden gewaardeerd op basis van optimistische rendementsverwachtingen; en
  4. als wordt uitgegaan van te lage overlevingskansen.

Punt 1: Kapitaaldekking
In Nederland moeten de opgebouwde pensioenen steeds gedekt zijn door kapitaal. Bovendien moet elk pensioenfonds over een solvabiliteitsbuffer beschikken. Deze is afhankelijk van de gelopen verzekeringstechnische risico’s, inclusief negatieve stochastische afwijkingen en onzekerheid over de sterftetrend.

Punt 2: Voorwaardelijke indexatie
Het voorschrift van kapitaaldekking geldt niet voor de toekomstige indexatie, mits deze zoals gebruikelijk voorwaardelijk is toegezegd. Dat betekent in de praktijk dat de indexatie kan worden gekort afhankelijk van de financiële positie van het pensioenfonds.

Punt 3: Risicovrije verdiscontering zonder demping
Bij het waarderen van de opgebouwde pensioenverplichtingen wordt gebruik gemaakt van de actuele termijnstructuur van de nagenoeg risicovrije rentestanden uit de renteruilmarkt. Er wordt dus geen voorschot genomen op risicopremies op aandelen. Evenmin wordt demping (“smoothing”) toegepast.

Punt 4: Overlevingskansen inclusief sterftetrend
Watson Wyatt Brans & Co voert de toereikendheidstoets (FTK) uit op basis van de Branstafel. Aldus wordt in de overlevingskansen rekening gehouden met de verwachte toekomstige ontwikkelingen. De onderstaande tabel maakt duidelijk hoe belangrijk dit is.


Sterftetafel AG
(1)

Contante waarde pensioenverplichtingen bij voorbeeldfonds
 
(bij nominale marktrente van einde 2005)

1960

100

1970

101

1980

105

1990

107

2000
 

109

2000 (2)
 

115

 Branstafel (3)

119
 

Pensioentafel 2006 (4)

118
 

(1)   Sterftetafel voor gehele bevolking in aangegeven jaar van het Actuarieel Genootschap (AG), zonder leeftijdscorrectie

(2)   Met leeftijdsterugstelling van 3 jaar voor mannen en 1 jaar voor vrouwen in verband met verschil tussen fonds en gehele bevolking 

(3)   Sterftetafel Watson Wyatt Brans & Co rekening houdend met sterfte bij pensioenfondsen en trend tot 2050 op basis van CBS-cijfers

(4)   Generatietafels gepubliceerd door het Verbond van Verzekeraars rekening houdend met verzekerdensterfte en trend tot 2050

Conclusie
Het voorgaande impliceert niet dat de Nederlandse pensioenfondsen bestand zullen zijn tegen alle mogelijke macro-economische gevolgen van de vergrijzing. Wel is Watson Wyatt Brans & Co van mening dat het pensioenstelsel, inclusief het actuariële fundament, voldoende rekening houdt met de mogelijke micro-economische gevolgen. Deze conclusie geldt met dien verstande dat de voorwaardelijkheid van de indexatie als een gegeven wordt geaccepteerd en dat de indexatie zo nodig wordt gekort

Meer weten? Neem contact op met Roland van Gaalen.

Naar boven

Wijziging Regeling betreffende aanvragen Wet BPF 2000

De Regeling betreffende aanvragen op grond van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 (Wet BPF 2000) is per 1 augustus 2006 aangevuld met eisen die aan de vermelding van organisaties die om de verplichtstelling, wijziging van de verplichtstelling of intrekking ervan vragen. Het doel van deze aanvulling is een verhoging van de betrouwbaarheid van de vaststelling of er sprake is van een voldoende representativiteit.
Hiermee wordt aangesloten bij het Besluit aanmelding van collectieve arbeidsovereenkomsten en het aanvragen van algemeen verbindend verklaring.

Hiernaast is een nieuw artikel ingevoerd waarin de beslistermijnen waarbinnen procedures met betrekking tot de verplichtstelling, wijziging of intrekking daarvan zullen worden afgerond zijn vastgelegd. In principe beslist de minister binnen 26 weken nadat de mededeling omtrent de aanvraag tot verplichtstelling, wijziging, of intrekking in de Staatscourant is gepubliceerd. Deze termijn kan maximaal twee keer worden verlengd met 13 weken. De verzoekende partijen moeten bovendien binnen zes weken reageren op een verzoek van de minister om aanvullende informatie. Hiermee wordt beoogd onevenredig lange perioden van onzekerheid voor betrokkenen bij de verplichtstelling te voorkomen. Een aanvraag van een verplichtstelling die is ontvangen vóór 1 augustus 2006 wordt afgehandeld overeenkomstig de Regeling betreffende aanvragen Wet Bpf 2000 zoals deze luidde tot 1 augustus 2006. Dit overgangsrecht vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Meer weten? Neem contact op met Rick Crauwels.

Naar boven

Herziening beleidsregels toetsingskader Wet BPF 2000

Met de invoering van de Wet Bpf 2000 is ook het bijbehorende toetsingskader van kracht geworden. Het doel hiervan is om inzicht te verschaffen in de criteria waaraan aanvragen in het kader van de verplichtstelling worden getoetst en de procedures die daarbij worden gevolgd. Per 1 augustus 2006 is een nieuw toetsingskader in werking getreden. Met deze herziening wordt het volgende beoogd:

  • invulling geven aan de wijziging van de Regeling betreffende aanvragen op grond van de Wet BPF 2000 per diezelfde datum (zie hiervoor);
  • verduidelijken van de te volgen procedure bij de periodieke representativiteitstoets;
  • invoering van termijnen die gehanteerd worden bij procedures in het kader van de verplichtstelling. Dit betreft streeftermijnen waarbinnen de verzoekende partijen, DNB en het ministerie van SZW zullen handelen;
  • opheldering van een aantal onduidelijkheden die in de praktijk sinds 2001 zijn ontstaan.

Meer weten? Neem contact op met Rick Crauwels.

Naar boven

Wijziging regeling verplichte beroepspensioenregeling?

Per 1 september 2006 wordt de Regeling verplichte beroepspensioenregeling gewijzigd. Evenals de Regeling betreffende aanvragen op grond van de Wet BPF 2000, is ook de Regeling verplichte beroepspensioenregeling aangevuld met eisen die aan de vermelding van organisaties die om de verplichtstelling, wijziging van de verplichtstelling of intrekking ervan vragen.
Het doel van deze aanvulling is een verhoging van de betrouwbaarheid van de vaststelling of er sprake is van een voldoende representativiteit.

Hiernaast is een nieuw artikel ingevoerd waarin de beslistermijnen waarbinnen procedures met betrekking tot de verplichtstelling, wijziging of intrekking daarvan zullen worden afgerond zijn vastgelegd. Deze procedure is vergelijkbaar met de procedure omtrent de beslistermijnen in de Wet BPF 2000. Een aanvraag van een verplichtstelling die is ontvangen vóór 1 september 2006 wordt afgehandeld overeenkomstig de Regeling verplichte beroepspensioenregeling zoals deze luidde tot 1 september 2006. Dit overgangsrecht vervalt met ingang van 1 januari 2008.

Als bijlage bij de regeling zijn de Beleidsregels toetsingskader Wet verplichte beroepspensioenregeling opgenomen. Deze beleidsregels zijn nieuw en volgen op de vervanging van de oude Wet betreffende verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling door de Wet verplichte beroepspensioenregeling. Dit nieuwe toetsingskader is in lijn met het herziene toetsingskader Wet Bpf 2000. Beroepsgenoten krijgen via dit toetsingskader inzicht in de criteria waaraan aanvragen om verplichtstelling en ook om wijziging of intrekking ervan worden getoetst, evenals in de procedures die daarbij worden gevolgd.

Meer weten? Neem contact op met Rick Crauwels.

Naar boven

Basisopleiding Pensioenfondsbestuurders

De opleiding is speciaal opgezet voor beleidsbepalers (bestuurslid of administrateur/directeur) van een pensioenfonds. Als kritische bestuurder wilt u het advies van deskundigen op waarde kunnen schatten. Daarvoor is naast het gezonde verstand een behoorlijke dosis materiekennis nodig. Watson Wyatt biedt een deskundigheidsopleiding aan waarin de volgende onderwerpen modulair behandeld worden:

  • Wet- en regelgeving;
  • Pensioenregelingen en soorten;
  • Financieel technische- en actuariële aspecten;
  • Beleggingsproces.

De opleiding duurt 2 dagen, 4 en 5 oktober a.s. en vindt plaats in Zeist.

Voor informatie over deze cursus kunt u contact opnemen met Alice Christiaans of Mascha van der Spek (telefoonnummer 020 543 30 00).

Naar boven

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven


Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail