Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

 English version

Brans Brief nummer 9, jaargang 9, september 2006

 

In dit nummer van Brans Brief:

Watson Wyatt Monitoring Services: het doorlopend meten en evalueren van het beleggingsbeleid in relatie tot de verplichtingen

Verevening bij scheiding van het ouderdomspensioen uit de 15-jaarsfinancieringsregeling VPL

Aanpassing van de Regeling rekenregels waardeoverdracht

Watson Wyatt Monitoring Services: het doorlopend meten en evalueren van het beleggingsbeleid in relatie tot de verplichtingen

Verslechterende financiële posities en de komst van nieuwe regelgeving zoals het Financiële Toetsingskader zorgen er mede voor dat beleggingsportefeuilles in toenemende mate complexer worden. Het belang van het doorlopend meten en evalueren van beleggingen en verplichtingen neemt hierdoor sterk toe.

Het proces van dit continue meten en evalueren, ook wel monitoring genoemd, vormt de onmisbare basis voor zowel het tijdig kunnen bijsturen van het beleggingsbeleid als voor een zorgvuldige verantwoording van het gevoerde beleid aan de deelnemers van de pensioenregeling en toezichthouder. De mate en frequentie waarin monitoring nodig is, wordt in grote mate bepaald door de complexiteit van de beleggingsportefeuille.

Watson Wyatt heeft inzichtelijke monitoring-rapportages ontwikkeld, met een duidelijke focus op de informatie die voor een bestuurder onmisbaar is. De rapportages zijn modulair van opzet en beschrijven de ontwikkeling van de financiële positie van het pensioenfonds (LiabilityWatch), de beleggingsportefeuille (AssetWatch) en de financiële markten (MarketWatch). Daarnaast bieden wij u de mogelijkheid de rapportage aan de DNB (RapportageWatch) voor u te verzorgen.

De voordelen van Monitoring Services
Op basis van de informatie uit de verschillende Watches is het onder andere mogelijk:

  • Inzicht te verkrijgen in de ontwikkeling van de belangrijkste factoren die de financiële positie van het pensioenfonds beïnvloeden.
  • Vroegtijdig in te spelen op ontwikkelingen in de financiële markten, rekening houdend met de ontwikkelingen van de beleggingen én de verplichtingen.
  • Een correcte beoordeling te maken van het rendement van een vermogensbeheerder in vergelijking met de markt en andere vermogensbeheerders.
  • Een mening ten aanzien van een vermogensbeheerder niet alleen te baseren op de resultaten die in het verleden zijn behaald.
  • Met bestuursleden over relevante kwesties te discussiëren die betrekking hebben op het beleid van het pensioenfonds ten aanzien van de structuur- en risicokenmerken van de portefeuille en in hoeverre deze overeenstemmen met de filosofie, het proces en de doelstellingen van het fonds.

Meer weten? Neem contact op met Hugo Nieuwenhuijse.

Naar boven

Verevening bij scheiding van het ouderdomspensioen uit de 15-jaarsfinancieringsregeling VPL

De Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (hierna: Wet VPL) biedt de mogelijkheid om over diensttijd in het verleden waarover geen fiscaal maximaal pensioen is opgebouwd een aanvullende arbeidsvoorwaardelijke toezegging van pensioen te doen, waarbij de opbouw en financiering pas na 15 jaar, of de eerdere ingangsdatum van het pensioen, plaats hoeft te vinden (hierna: 15-jaarstoezegging). Voorwaarde hierbij is dat de deelnemer op het moment van financiering in dienst is van de werkgever die de toezegging heeft gedaan.

Een vraag die in dit kader relevant is, is hoe om te gaan met deze pensioenen ingeval van een echtscheiding van een (gewezen) deelnemer en zijn partner. Bij echtscheiding vindt er verevening van het ouderdomspensioen plaats op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (hierna: WVPS). Onder ouderdomspensioen wordt volgens de WVPS verstaan een ouderdomspensioen voortvloeiend uit een pensioentoezegging van de werkgever. Volgens de toelichting bij het Uitvoeringsbesluit Pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 krijgt de 15-jaarstoezegging pas het karakter van een pensioentoezegging in de zin van de Pensioen- en spaarfondsenwet naar rato van de mate waarin er opbouw en financiering van de aanspraken plaats vindt. Dit is voor de 15-jaarstoezegging dus na 15 jaar, of de eerdere ingangsdatum van het pensioen.

Hieruit concluderen wij dat de WVPS alleen van toepassing is als de toekenning en financiering van pensioenaanspraken voortvloeiend uit de 15-jaarstoezegging plaats heeft gevonden vóór de scheidingsdatum.

Bij verevening volgens de WVPS wordt het te verevenen ouderdomspensioen vastgesteld aan de hand van de fictie dat de deelnemersjaren gelijk zijn aan de huwelijkse periode van de (gewezen) deelnemer. In de (toelichting bij de) WVPS is niet vastgelegd hoe bij de vaststelling omgegaan dient te worden met pensioenaanspraken die voortvloeien uit de 15-jaarstoezegging en die voor de scheidingsdatum volledig gefinancierd zijn. Deze pensioenaanspraken worden op één moment toegekend, maar hebben betrekking op fiscale ruimte over diensttijd in het verleden. Wij achten het verdedigbaar om de hiervoor genoemde fictie ook toe te passen op verevening van het ouderdomspensioen voortvloeiend uit de 15-jaarstoezegging. Dit betekent dat de pensioenaanspraken uit de 15-jaarstoezegging bij verevening worden meegeteld over de dienstjaren waar de 15-jaarstoezegging betrekking op heeft, voor zover deze zijn gelegen binnen de huwelijkse periode. De helft hiervan komt aan de gewezen partner toe.

Dit neemt niet weg dat een vereveningsgerechtigde zich in een dergelijke situatie op het standpunt zou kunnen stellen dat het gehele ouderdomspensioen uit de 15-jaarstoezegging in de verevening betrokken dient te worden, omdat het moment van toekenning en financiering van de aanspraken binnen de huwelijkse periode valt.

Bij scheiding wordt ook een bijzonder partnerpensioen aan de gewezen partner toegekend. Het bijzonder partnerpensioen wordt niet vastgesteld aan de hand van de huwelijkse periode, maar aan de hand van de diensttijd van de deelnemer. Wij zijn van mening dat het partnerpensioen dat voortvloeit uit de 15-jaarstoezegging alleen (volledig) als bijzonder partnerpensioen toegekend dient te worden als de toekenning en financiering vóór de scheidingsdatum plaats vindt.

Wij verwachten dat deze materie nog nader in de rechtspraak zal worden uitgekristaliseerd. Er is reeds een uitspraak van de Rechtbank Den Haag (26 maart 2003, LJN-nummer AF 6964) waarin de rechter bij verevening nog een stap verder gaat. Het betrof hier een algemene verhoging van het ouderdomspensioen ná de scheidingsdatum die volgens de rechter ook toegepast diende te worden op de uitbetalingsrechten van de gewezen partner. Als de rechter in de toekomst deze redenering volgt, dan zou dit kunnen betekenen dat ook de toekenning en financiering van de aanspraken uit de 15-jaarstoezegging na de scheidingsdatum van invloed kan zijn op het reeds verevende ouderdomspensioen. Wij houden u van de ontwikkelingen op de hoogte.

Meer weten? Neem contact op met Harmen Pullen.

Naar boven

Aanpassing van de Regeling rekenregels waardeoverdracht

Vanaf 17 augustus 2006 is de Regeling rekenregels waardeoverdracht (hierna: de Regeling) met betrekking tot zuivere kapitaalverzekeringen waarbij de hoogte van de uitkering niet is gegarandeerd maar een aanspraak in euro pensioenkapitaal is verzekerd, gewijzigd. Wat de gevolgen zijn van deze wijziging voor de voornoemde verzekeringen zullen wij in het vervolg van dit stuk nader toelichten.

Zoals bekend hebben werknemers op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet bij uitdiensttreding het recht om de waarde van de pensioenaanspraken die zij hebben opgebouwd bij een voormalige werkgever over te dragen aan de pensioenuitvoerder van de nieuwe werkgever. Voor de berekening van overdrachtswaarde dient te worden uitgegaan van de tarieven en regels zoals opgenomen in het Besluit reken- en procedureregels waardeoverdracht en de Regeling.

Ten aanzien van de hiervoor genoemde verzekeringen heeft de voormalige Regeling er onbedoeld toe geleid dat het standaardtarief op basis van de vastgestelde formules gehanteerd moest worden, terwijl deze formules niet op dit type verzekeringen zijn toegeschreven. Dit kon tot gevolg hebben dat bij een waardeoverdracht van deze verzekeringen de verzekeraar het verschil tussen de afkoopwaarde en de overdrachtswaarde niet geïncasseerd kreeg bij de werkgever.

Om het hiervoor geschetste effect te ondervangen is de Regeling aangepast. De aanpassing zorgt ervoor dat ten aanzien van deze verzekeringen bij waardeoverdracht niet langer de vaste rekenrente van 4% van toepassing is, maar kan worden volstaan met de actuariële grondslagen die een pensioenuitvoerder voor de waardering van zijn pensioenverplichtingen hanteert.

Aangezien de Regeling directe werking kent, geldt de nieuwe berekeningswijze voor alle waardeoverdrachten die vanaf 17 augustus 2006 plaatsvinden.

Meer weten? Neem contact op met Mark Boleij.

Naar boven

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Brans Brief opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven


Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail