![]() | 0 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
In dit nummer van de Watson Wyatt Update:
De kostendekkende premie, die bestaat uit actuariële koopsom vermeerderd met opslagen voor kosten, solvabiliteit en eventueel voor toeslagen, moet worden berekend op basis van de actuele marktrente. Dit hoeft echter niet de premie te zijn waaraan de betaalde premie moet worden getoetst. Desgewenst kan een fonds een zogenaamde gedempte kostendekkende premie hanteren; een premie die in opzet identiek is aan de kostendekkende premie, maar waarvoor gebruik gemaakt mag worden van demping. In plaats van de actuele marktrente mag bijvoorbeeld een gemiddelde van historische marktrente worden gebruikt, of zelfs een gemiddelde van gerealiseerde of verwachte rendementen. Met het hanteren van rendementen bij het bepalen van de premiehoogte moet voorzichtig worden omgesprongen. Een belangrijke beperkende voorwaarde is dat uit een continuïteitsanalyse moet blijken dat het fonds op de langere termijn bij de gehanteerde premie in gezonde toestand blijft.
Integratie van de opslag voor solvabiliteit en een opslag voor indexatie is ook in de gedempte premie niet toegestaan, evenmin als het in mindering brengen van solvabiliteitsvrijval. Wil een pensioenfonds één van deze of beide desalniettemin benutten, dan zal dat doorgaan voor premiekorting. Premiekorting is onder de nieuwe Pensioenwet toegestaan wanneer de toegezegde indexatie naar verwachting ook na die korting nagekomen zal kunnen worden. Dit moet blijken uit de continuïteitsanalyse.
Meer weten? Neem contact op met Wichert Hoekert.
De realiteit van de financiële markten dwingt soms tot fusies, overnames en andere herstructureringen van ondernemingen. Die kunnen resulteren in een efficiëntere bedrijfsvoering. Nadelige effecten zijn uiteraard ook denkbaar. “Het kan niet zo zijn dat een golf van internationaal kapitaal ons lijdzaam overspoelt”, zo luidde de conclusie van een genuanceerde analyse in het Financieele Dagblad (“Breed debat nodig over plunderkapitalisme”, 6 maart 2007). Bij pensioenregelingen is het gevaar, althans in theorie, niet zozeer dat er kapitaal binnenspoelt, maar dat het aanwezige kapitaal wegspoelt. Zolang de actuele marktwaarde van de opgebouwde pensioenen is gedekt door onderpand in een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij met voldoende eigen vermogen om tegenvallers te kunnen opvangen en het indexatiebeleid te realiseren, is de afhankelijkheid van de continuïteit van de bestaande ondernemingsstructuur beperkt. Reden te meer om het standpunt van de Nederlandsche Bank te onderschrijven dat een race to the bottom bij het interpreteren van de Europese richtlijn voor pensioeninstellingen niet in het belang is van de deelnemers (toespraak directeur Witteveen, 16 april 2007). Het verlagen van de benodigde voorzieningen door de rekenrente te verhogen met een risicopremie op aandelen, zoals soms op grond van internationale concurrentieoverwegingen wordt gepropageerd, past niet in het Nederlandse toezichtskader. Bovendien zou dat op gespannen voet staan met de behoefte aan een solide vorm van kapitaaldekking in een wereld waarin de financiële structuur van ondernemingen niet permanent is.
Meer weten? Neem contact op met Roland van Gaalen.
Op 1 juli 2007 worden de uitkeringen van de volledig en duurzaam arbeidsongeschikte WAO-ers verhoogd van 70% naar 75%. Deze verhoging geldt ook voor volledig en duurzaam arbeidsongeschikten die uit hoofde van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) een uitkering ontvangen. Dit is een gevolg van de beperkte instroom in de IVA, zoals neergelegd in het Najaarsakkoord van 5 november 2004, op grond waarvan de IVA-uitkeringen reeds per 1 januari 2006 zijn verhoogd van 70% naar 75%. Voorts worden arbeidsongeschikten in de WAO, WAZ en Wajong die op 1 juli 2004 tussen de 45 en 50 jaar waren, niet meer opnieuw beoordeeld volgens de nieuwe, strengere normen. Deze groep arbeidsongeschikten zullen wel herbeoordeeld worden, maar dan volgens de oude, soepelere regels.
Meer weten? Neem contact op met Sandra Bertram.
In het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Besluit FTK) zijn de voorwaarden opgenomen waaronder een pensioenfonds bij de vaststelling van het eigen vermogen rekening mag houden met achtergestelde leningen. Achtergestelde leningen zijn leningen die veelal door de werkgever aan het pensioenfonds worden verstrekt en die zijn achtergesteld bij de vorderingen van andere crediteuren. Ten opzichte van de conceptversie van het Besluit FTK is een tweetal belangrijke wijzigingen aangebracht. In dit artikel wordt nader op deze wijzigingen ingegaan.
De eerste wijzing betreft de mate waarin de achtergestelde leningen mogen worden meegeteld bij de vaststelling van het eigen vermogen van een pensioenfonds. Achtergestelde leningen mogen bij de bepaling van het eigen vermogen worden meegeteld tot maximaal de laagste van:
In het concept Besluit FTK lag de eerstgenoemde grens bij 50 procent van het minimaal vereist eigen vermogen. De regels voor achtergestelde leningen zijn op dit punt dus verruimd.
De tweede wijziging heeft betrekking op achtergestelde leningen met een vaste looptijd. In het concept Besluit FTK was alleen de voorwaarde opgenomen dat de oorspronkelijke looptijd ten minste vijf jaar dient te bedragen. In het Besluit FTK is hieraan toegevoegd dat de hoogte tot welke de achtergestelde lening wordt meegeteld als onderdeel van het eigen vermogen lineair wordt verlaagd gedurende ten minste vijf jaren voorafgaand aan de datum van aflossing. Deze bepaling beperkt de toepassing van achtergestelde leningen met een vaste looptijd in de laatste jaren.
Het wordt pensioenfondsen op grond van de Pensioenwet niet toegestaan om leningen aan te gaan, tenzij deze lening tijdelijk (voor maximaal één jaar) wordt aangegaan voor liquiditeitsdoeleinden. Voor achtergestelde leningen wordt, onder bovengenoemde beperkende voorwaarden, een uitzondering gemaakt op dit verbod.
Meer weten? Neem contact op met Harmen Pullen.
Om fiscaal gezien te kwalificeren als pensioenpremie dient de premie te worden ingehouden op het loon van de betrokkene. Op deze wijze geniet de betrokkene fiscaal voordeel. In het verleden werd het in een aantal situaties toegestaan de premie als negatief loon in de aangifte inkomstenbelasting op te nemen. Het betrof dan de volgende situaties waarin de premie door de betrokkene zelf werd betaald, maar door de werkgever niet op het loon werd ingehouden:
In de situatie waarin de werkgever/ pensioenuitvoerder niet meewerkte aan inhouding op een uitkering, dan wel wanneer er sprake was van een te lage uitkering, kon betrokkene het fiscale voordeel toch nog via de inkomstenbelasting genieten.
In het fiscale Besluit van 16 maart 2007, nr. CPP2007/482M, Staatscourant nr. 60, is de hiervoor omschreven opsomming van situaties uitgebreid. Toegevoegd is de situatie waarin een pensioenregeling op vrijwillige basis voortgezet wordt, hetgeen onder bepaalde voorwaarden mogelijk is. Ook voor deze situatie is nu bepaald dat de door de betrokkene betaalde premie als negatief loon kan worden opgenomen in de aangifte Inkomstenbelasting.
Aanvullend is nog bepaald dat voor de gevallen als omschreven onder a, b en c de belanghebbende slechts op verzoek van de inspecteur schriftelijk hoeft te verklaren dat de afgetrokken bedragen onherroepelijk onderdeel zijn gaan uitmaken van een voor hem geldende pensioenregeling in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964. In het verleden moest de belanghebbende dit standaard ieder jaar verklaren.
Voor vrijwillige voorzetting gelden nog de volgende aanvullende voorwaarden:
Meer weten? Neem contact op met Eric Heemskerk.
Als u naar aanleiding van dit nummer van Watson Wyatt Update opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.
Contact |
Overzicht actuele berichten |
Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzichtBekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief. |
Vragen & Opmerkingen |
Ontvang de nieuwsbrief per e-mail |