Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

  English version

Watson Wyatt Update, mei 2007
Nummer 5, jaargang 10

In dit nummer van de Watson Wyatt Update:

Effectentypisch gedragstoezicht voor álle pensioenfondsen

Per 1 januari 2007 is het wettelijk kader rond het effectentypisch gedragstoezicht voor pensioenfondsen gewijzigd. Per deze datum is dit toezicht in de Wet op het financieel toezicht (Wft) opgenomen en nader uitgewerkt in Hoofdstuk 6 van het Besluit Marktmisbruik Wft. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) is de toezichthouder die is belast met het effectentypisch gedragstoezicht.

Een belangrijke wijziging is dat in de Wft de generieke vrijstelling op grond van het transactievolume-criterium is komen te vervallen. Deze vrijstelling hield in dat pensioenfondsen waarvan de beleggingstransacties de grens van € 20 miljoen per jaar niet te boven gingen, op verzoek vrijgesteld werden van het volledige effectentypisch gedragstoezicht door AFM.

De regels op grond van de Wft strekken ertoe dat het pensioenfonds:

  1. interne voorschriften vaststelt met betrekking tot het omgaan met voorwetenschap, respectievelijk met betrekking tot privé-transacties in financiële instrumenten (bijvoorbeeld effecten of opties) door bestuurders en personeelsleden;
  2. belangenverstrengeling die te maken heeft met transacties in financiële instrumenten beheerst; en
  3. adequate controlemechanismen heeft ten behoeve van de naleving van de bepalingen inzake het effectentypisch gedragstoezicht op grond van de Wft.

Het Besluit Marktmisbruik bevat een uitzondering voor pensioenfondsen met een transactievolume van minder dan € 20 miljoen over het voorafgaande kalenderjaar. Deze pensioenfondsen hoeven niet te beschikken over een gedragscode voor privé-transacties (insiderregeling). De uitzondering is van rechtswege en hoeft dus niet te worden aangevraagd. Pensioenfondsen die menen onder de uitzondering te vallen dienen jaarlijks het transactievolume zelfstandig te berekenen teneinde te kunnen vaststellen of deze uitzondering (nog steeds) van toepassing is. De AFM kan verzoeken de berekening te overleggen. De overige bepalingen van het effectentypisch gedragstoezicht, waaronder het aanstellen van een complance-officer, zijn wel van toepassing.

De Wft is “principle-based” vormgegeven. Pensioenfondsen zullen daarom zelf moeten bepalen op welke wijze zij invulling geven aan de nodige maatregelen voor de eigen organisatie. De AFM controleert op de naleving van de regels die voortvloeien uit het effectentypisch gedragstoezicht.
Op de website van AFM is aangegeven dat de pensioenkoepels op korte termijn met een modelgedragscode komen die invulling geeft aan het effectentypisch gedragstoezicht uit de Wft.

Pensioenfondsen die in 2006 waren vrijgesteld van het effectentypisch gedragstoezicht dienen uiterlijk 1 juli 2007 aan de nieuwe vereisten te voldoen. De overige pensioenfondsen moeten al vanaf 1 januari 2007 voldoen aan de eisen op grond van de Wft.

Meer weten? Neem contact op met Harmen Pullen.

Naar boven

Is er in Nederland toekomst voor beschikbarepremieregelingen?

Het televisieprogramma Radar heeft onlangs een somber beeld geschetst van de risico’s en de kosten van beschikbare premieregelingen (Tros, Nederland 1, 28 mei 2007). Naar aanleiding hiervan gaat Watson Wyatt in op deze materie.

Inleiding
Beschikbare premieregelingen zijn regelingen waarmee geen pensioenniveau wordt toegezegd, maar een jaarlijkse premie. Die wordt doorgaans bepaald aan de hand van een leeftijdsafhankelijk percentage van een deel van het salaris, de zogenoemde premiegrondslag. Binnen zo’n regeling heeft elke deelnemer een eigen rekening waarop de premies worden gestort. Het gespaarde bedrag, inclusief het cumulatieve beleggingsrendement, wordt in de meest regelingen pas op de pensioenleeftijd omgezet in een vast pensioen. Beschikbare premieregelingen worden ook wel DC-regelingen genoemd (DC = defined contribution). In de Pensioenwet worden ze premieovereenkomsten genoemd. Dit artikel betreft uitsluitend zuivere premieovereenkomsten en niet zogenoemde collectieve DC-regelingen die zijn opgezet als uitkeringsovereenkomsten.

Populariteit in Nederland
In Nederland zijn beschikbare premieregelingen niet populair door een aantal grote nadelen. Die komen hieronder aan de orde. Wat ook een rol speelt is dat het traditionele pensioensysteem (type DB = defined benefit; uitkeringsovereenkomst in de Pensioenwet) hier efficiënt functioneert en goed gefinancierd is en vertrouwen wekt. Beschikbare premieregelingen komen desalniettemin veelvuldig voor als aanvulling op een traditionele pensioenregeling en als afzonderlijke pensioenvoorziening voor bijvoorbeeld directieleden. Verder is bij minder grote dochterondernemingen van buitenlandse multinationals het pensioenpakket vaak beperkt tot een beschikbare premieregeling.

Hoge kosten
In veel beschikbare premieregelingen zijn de uitvoeringskosten hoog. Eerst zijn er de kosten die uit de jaarlijkse inleg worden onttrokken, bijvoorbeeld 5% administratiekosten en 4% provisie. Dan wordt van jaar tot jaar al gauw 1 procentpunt afgehaakt van het rendement op het spaarsaldo in verband met allerlei al dan niet verborgen kosten die te maken hebben met het vermogensbeheer. Vervolgens wordt bij pensioeningang het saldo omgezet in een vast pensioen op basis van een prudent verzekeringstarief. Dat zal dan gebaseerd zijn op een enigszins voorzichtige rekenrente die lager is dan de marktrente, en een marge voor kosten.

Moeilijke keuzes
Veel beschikbare premieregelingen geven de deelnemers de keuze om hun spaarsaldo te beleggen in verscheidene combinaties van kortlopend geld, obligaties en aandelen. Dat heeft voordelen, maar hoeveel is die flexibiliteit waard als het waar is dat de meeste mensen volstrekt niet in staat zijn om toekomstige rendementen en risico’s realistisch te schatten en rationeel af te wegen? Bovendien betekenen meer keuzes meer complicaties en hogere kosten.

Onvoorspelbare pensioenen
Zelfs experts kunnen nauwelijks betrouwbare voorspellingen doen van de uiteindelijke pensioenuitkomsten. Deze hangen immers af van toekomstige rendementen (onder aftrek van de hierboven genoemde kosten) en vooral ook van de toekomstige marktrente. Want de actuele marktrente is steeds bepalend voor de hoeveelheid pensioen die in theorie zou kunnen worden gefinancierd met een gegeven premiebedrag. Daarom is dit nadeel ook van toepassing op beschikbare premieregelingen waarbij op het tijdstip van premiestorting meteen en tegen een actueel marktconform tarief een pensioen wordt ingekocht bij een verzekeringsmaatschappij.

Hoe moet het dan wel?

Meer weten? Neem contact op met Roland van Gaalen.

Naar boven

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Watson Wyatt Update opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven



Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail