![]() | 0 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
![]() | 1 |
In dit nummer van de Watson Wyatt Update:
De Wet Enige wijzigingen in de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten (hierna: Veegwet) heeft tot doel technische onvolkomenheden in de Pensioenwet (PW) te herstellen. In het navolgende zal in grote lijnen worden ingegaan op de voorgestelde wijzigingen van de Veegwet. De Veegwet heeft momenteel de status van wetsvoorstel en treedt waarschijnlijk na 1 januari 2008 in werking.
De Veegwet voert twee wijzigingen in die met terugwerkende kracht per 1 januari 2007 in werking treden:
Medezeggenschap pensioengerechtigden bij ondernemingspensioenfondsen
De Veegwet stelt voor een artikel op te nemen dat een schriftelijke raadpleging van de pensioengerechtigden buiten toepassing verklaart in de situatie dat het fonds voor 28 februari 2003 (tweede medezeggenschapsconvenant) heeft voorzien in een deelnemersraad of een bestuur waarin vertegenwoordigers van pensioengerechtigden zitting hebben en het ondernemingspensioenfonds kan aantonen dat de gerealiseerde medezeggenschapsvorm de instemming heeft van pensioengerechtigden.
De kortingsbepaling in situatie van een dekkingstekort
In een situatie van dekkingstekort kunnen pensioenfondsen als ultimum remedium pensioenaanspraken- en rechten korten om weer financieel gezond te worden (artikel 134 PW). In deze situatie moet conform artikel 140 PW tevens een kortetermijnherstelplan door het fonds worden opgesteld. De termijn die dit plan mag bestrijken is tijdens de parlementaire behandeling van de PW bij amendement verruimd van één naar drie jaar.. De Veegwet stelt dan ook voor aan te sluiten bij artikel 140 PW en de hersteltermijn uit artikel 134 PW te verruimen naar drie jaar.
Andere wijzigingen treden in werking op een bij Koninklijk Besluit nader te bepalen tijdstip:
Wachttijd/drempeltijd
In artikel 14 PW is opgenomen dat de verwerving van pensioenaanspraken maximaal twee maanden mag worden uitgesteld (de wacht-/drempelperiode). In de uitzendbranche stuit dit op onoverkomelijke uitvoeringstechnische bezwaren. Deze branche onderscheidt zich van andere branches door de veelal kortdurende dienstverbanden. De uitvoeringskosten voor de pensioenuitvoerders stijgen aanzienlijk en het grootste gedeelte van de deelnemers (98%) blijft onder de afkoopgrens en zal dus uiteindelijk geen pensioen opbouwen. De regering is dan ook de mening toegedaan dat de kortdurende dienstverbanden in de uitzendbranche de uitzondering op de wachttijd rechtvaardigen en verlengt deze tot maximaal 26 weken.
Afkoop klein partnerpensioen of wezenpensioen
De Veegwet voorziet in een wijziging van artikel 67 PW inhoudende de afkoopmogelijkheid voor de pensioenuitvoerder van partnerpensioen en eventuele andere pensioenrechten wanneer de uitkering van het partnerpensioen minder bedraagt dan € 400. De wetgever heeft er voor gekozen om in de Veegwet de term ‘andere pensioenrechten ’ te vervangen door wezenpensioen. Ook is voorgesteld om afstand te doen van de samenhang met het partnerpensioen en afkoop van wezenpensioen mogelijk te maken. Afkoop van wezenpensioen na zes maanden na ingangsdatum wordt ook mogelijk wanneer de uitkering op jaarbasis minder bedraagt dan € 400 en er instemming is verleend door de wees. Indien de wees minderjarig is kan deze instemming worden vervangen door de instemming van zijn wettelijk vertegenwoordiger.
WGA-hiaat/Arbeidsongeschiktheidspensioen
Voor sociale partners is het vooralsnog onduidelijk hoe het arbeidsongeschiktheidspensioen moet worden vormgegeven zodat het door pensioenfondsen kan worden uitgevoerd. Om de onduidelijkheid weg te nemen stelt de Veegwet voor om een grondslag te creëren waarmee bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld op grond waarvan aanvullingen op uitkeringen op grond van de WIA kunnen worden aangemerkt als arbeidsongeschiktheidspensioen in de zin van de PW. Het wachten is op de algemene maatregel van bestuur en hoe dit zich in de praktijk uitkristalliseert. De regering heeft in de parlementaire behandeling bij de Veegwet wel aangegeven welke opzet voor het uitvoeren van WGA-hiaatpensioenen door pensioenfondsen zij voor ogen heeft.
Dekking partnerpensioen gedurende ww-uitkering
In artikel 55 lid 5 PW is gesteld dat een deelnemer die na beëindiging van de deelneming een uitkering ontvangt op grond van de Werkloosheidswet dekking van zijn partnerpensioen behoudt indien zijn pensioenregeling voorzag in partnerpensioen op risicobasis. De Veegwet voegt hier aan toe dat deze dekking ook blijft behouden voor de werkloze grensarbeider en seizoenarbeider die aansluitend aan de beëindiging van de deelneming een werkloosheidsuitkering ontvangt uit zijn woonland.
Samenloop deelnemersraad en bestuursdeelname
Op grond van artikel 101 PW moeten pensioengerechtigden bij ondernemingspensioenfondsen een keuze maken tussen óf bestuursparticipatie óf een deelnemersraad. Artikel 101 PW biedt op dit moment te weinig ruimte om naast een deelnemersraad beperkte bestuursdeelname te continueren ingeval bij deze bestuursparticipatie niet wordt voldaan aan de onderlinge getalsverhouding tussen deelnemer en pensioengerechtigden bij de zetelverdeling. In de Veegwet is een bepaling opgenomen die stelt dat vertegenwoordigers van pensioengerechtigden minder zetels mogen bezetten dan deelnemersvertegenwoordigers, indien pensioengerechtigden bij de raadpleging gekozen hebben voor een deelnemersraad en de vertegenwoordigers van pensioengerechtigden al voor de raadpleging zetels in het bestuur bezetten.
Solvabiliteitsvrijval
De Veegwet verlengt het overgangsrecht met betrekking tot de vrijval van de solvabiliteitsopslag voor pensioenfondsen die de solvabiliteitsvrijval in mindering brengen op hun premie, zonder dat de premiekortinggrens is bereikt. Dit ter voorkoming van ongewenste abrupte kostenstijgingen door verval van het oorspronkelijke overgangsrecht. De verlenging tot 1 januari 2009 biedt fondsen de tijd om noodzakelijke procedurele en administratieve stappen te ondernemen om hun financiele beleid in te richten conform de PW. Denkbaar is dat dit leidt tot een zodanige premiestijging dat deze onvoldoende kan worden gemitigeerd. DNB kan hiertoe aanvullend maatwerk toepassen om ongewenste effecten als gevolg van een te abrupte en omvangrijke premiestijging te voorkomen. Dit aanvullend maatwerk is maximimaal vijf jaar na 1 januari 2009 van toepassing.
Meer weten? Neem contact op met Pauline Bakker.
Met ingang van 1 januari 2008 zullen waardeoverdrachten niet langer worden berekend aan de hand van een vaste rente van 4%, maar op basis van de marktrente. De Regeling Pensioenwet schrijft voor dat de marktrente in enig jaar gelijkgesteld wordt aan de rente per 1 oktober van het jaar eraan voorafgaand, zoals die op dat moment gold voor verplichtingen met een looptijd van 25 jaar. Uitgegaan wordt van de maandelijks door DNB gepubliceerde termijnstructuur. Deze staat bekend als de FTK-termijnstructuur en is gebaseerd op de swapcurve. De 25-jaarsrente bedroeg volgens deze termijnstructuur op 1 oktober 2007 4,926%.
De inkooptarieven bij een verzekeraar die rekent met een garantierente van 3% kunnen maar liefst 60% hoger liggen dan de volgens deze marktrente berekende overdrachtswaarde. Werkgevers die een pensioenregeling bij een verzekeraar hebben ondergebracht kunnen in geval van inkomende waardeoverdrachten dus met dergelijke rekeningen geconfronteerd worden. Omgekeerd komen bedragen van gelijke omvang vrij te vallen ten gunste van de werkgever wanneer er sprake is van uitgaande waardeoverdrachten. Deze beide effecten waren al van kracht bij de rekenrente van 4% bij waardeoverdrachten, maar worden door het rekenen met marktrente gedurende het jaar 2008 bijna verdubbeld in omvang. Het probleem is door overheid en pensioenkoepels geconstateerd, maar een aanvaardbare oplossing is niet voorhanden gebleken. Op termijn zal de introductie van Solvency II, als verzekeraars ook op marktwaarde moeten gaan waarderen, uitkomst moeten bieden.
Meer weten? Neem contact op met Wichert Hoekert.
“Hebben wij een marktconforme pensioenregeling?” is een vraag die wij regelmatig van relaties krijgen. Vroeger was het antwoord hierop heel duidelijk; 70% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag vanaf 65 jaar, en daarvoor een VUT- of een prepensioenregeling. In de laatste jaren is er echter veel veranderd in pensioenland. Vrijwel alle eindloonregelingen zijn omgezet in middelloonregelingen of beschikbare premieregelingen, waarbij beleggingsrisico en toeslagen een belangrijke rol zijn gaan spelen. Daarnaast is 70% van de laatst vastgestelde pensioengrondslag al lang niet meer de norm. Door de veelheid aan keuzes is het anno 2007 heel lastig een goede vergelijking tussen pensioenregelingen te maken. Om die reden is Watson Wyatt de afgelopen maanden bezig geweest met het opstellen van de Benchmark Pensioenregelingen. Pensioenfondsen, ondernemingen en werknemers kunnen met deze benchmark zien hoe hun pensioenregeling zich verhoudt tot de markt.
Opzet onderzoek
In de Benchmark Pensioenregelingen zijn de gegevens van een flink aantal van onze relaties (in totaal ongeveer 250) naast elkaar gezet. Per relatie is op vijf onderdelen onderzocht wat een werknemer uiteindelijk van de pensioenregeling mag verwachten. Uiteindelijk worden per onderdeel de resultaten van de in de benchmark opgenomen pensioenregelingen vergeleken. Zo kijken we naar de pensioenuitkeringen die de werknemers mogen verwachten. Daarnaast wordt gekeken hoe de pensioenregeling gefinancierd wordt. Ook het beleid dat gevoerd wordt voor het toekennen van toeslagen wordt onder de loep genomen. Tot slot wordt beoordeeld hoeveel geld er in kas is voor de toekomstige uitkeringen.
Rapportage
Voor alle toetsonderdelen en op totaalniveau wordt van de pensioenregelingen die uiteindelijk in de benchmark worden opgenomen vastgesteld wat de uitkomst is. De benchmarkrapportage geeft, aan de hand van een grafiek, bij ieder onderdeel aan waar de eigen pensioenregeling zich bevindt. Zo ziet de lezer meteen voor elk onderdeel – en op totaalniveau – welk percentage van de onderzochte pensioenregelingen beter of slechter is. Op www.pensioenbenchmark.nl vindt u meer informatie.
Meer weten? Neem contact op via pensioenbenchmark@watsonwyatt.com.
Bij deze wensen de medewerkers van Watson Wyatt u prettige kerstdagen, een gezellige jaarwisseling en een goede gezondheid in 2008 toe. Wij hebben besloten om ook dit jaar geen kerstkaarten aan onze relaties te verzenden. Het hiermee bespaarde bedrag is geschonken aan het Liliane Fonds. Het Liliane Fonds is het speciale fonds voor kinderen met een handicap in ontwikkelingslanden.
Als u naar aanleiding van dit nummer van Watson Wyatt Update opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.
Contact |
Overzicht actuele berichten |
Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzichtBekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief. |
Vragen & Opmerkingen |
Ontvang de nieuwsbrief per e-mail |