Actualiteiten

0
1
1
1
1
Nederland
Verander locatie

  English version

Watson Wyatt Update, februari 2008
Nummer 2, jaargang 11

In dit nummer van de Watson Wyatt Update:

Europese Hof van Justitie doet vreemde uitspraak over gelijke behandeling

Het Europees Hof van Justitie heeft op 11 september 2007 in de zaak Lindorfer tegen de Raad van de Europese Unie geoordeeld dat het gebruik van sekseafhankelijke actuariële factoren voor de bepaling van de inkoop van het aantal (fictieve) dienstjaren bij waardeoverdracht een verboden onderscheid op basis van geslacht betekent. Deze zaak betrof een Oostenrijkse, die vanwege de aanstelling als ambtenaar bij de Raad van de Europese Unie, verzocht tot waardeoverdracht van haar tot dan toe opgebouwde Oostenrijkse pensioenaanspraken in de pensioenregeling voor EU-ambtenaren. Doordat de inkoop van het aantal dienstjaren werd bepaald op sekseafhankelijke factoren, kreeg zij minder dienstjaren dan een man van dezelfde leeftijd zou hebben gekregen. Dit achtte het Hof een verboden onderscheid op grond van geslacht zoals verwoord in artikel 141 van het EG-Verdrag.

Dit is een vreemde uitspraak van het Hof van Justitie. Voor zover bekend bij Watson Wyatt worden op EU-niveau geen richtlijnen voorbereid, die een hantering van sekseneutrale factoren voor aanvullende pensioenen voorschrijven. Het lijkt er dan ook op dat het Hof van Justitie met de uitspraak Lindorfer strengere regels oplegt met betrekking tot pensioenregelingen binnen de EU-instellingen dan bij pensioenregelingen in EU-lidstaten. Uit opmerkingen van de Advocaat-Generaal in deze zaak zou afgeleid kunnen worden dat de uitspraak alleen van toepassing is op de specifieke pensioenregeling voor EU-ambtenaren en dan nog over tijdvakken in het verleden. Uit de uitspraak blijkt immers dat de EU-pensioenregeling inmiddels is overgestapt op sekseneutrale factoren. Watson Wyatt blijft uiteraard de ontwikkelingen volgen.

Meer weten? Neem contact op met Martin van 't Zet.

Naar boven

Watson Wyatt Deskundigheidstoets: hoe deskundig is uw bestuur?

De taak van bestuurder van een pensioenfonds vergt de laatste jaren steeds meer kennis en ervaring. Het bestuur is verantwoordelijk voor al hetgeen het pensioenfonds doet dan wel nalaat. Om zijn verantwoordelijkheid te kunnen dragen moet een bestuurslid deelnemen aan de besluitvorming door het bestuur. De bestuurder dient daartoe over voldoende deskundigheid te beschikken om een goede afweging te kunnen maken bij het bepalen van een besluit. Ook is deskundigheid vereist om als bestuurder een volwaardig gesprekspartner voor bijvoorbeeld certificeerders, toezichthouders en adviseurs te kunnen zijn.

Pensioenwet
De Pensioenwet schrijft voor dat bestuurders van pensioenfondsen een zodanige mate van kennis en ervaring dienen te bezitten dat gewaarborgd wordt dat het pensioenfonds op behoorlijke wijze wordt bestuurd. Daarnaast is in de Principes voor Pension Fund Governance opgenomen dat het bestuur ervoor dient te zorgen dat wordt voldaan aan de deskundigheidseisen zoals deze in wet- en regelgeving worden voorgeschreven. Ook dient het bestuur een procedure vast te stellen voor periodieke evaluatie van het functioneren van het bestuur als geheel en van de individuele bestuursleden afzonderlijk.

Rapport pensioenkoepels
In december 2007 hebben OPF (Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen) en VB (Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen) een rapport gepubliceerd1 dat een nadere uitwerking vormt van de hiervoor genoemde principes. Het rapport heeft als doel richtlijnen te geven om de gewenste deskundigheid van bestuursleden vast te kunnen stellen. In het rapport zijn dan ook eisen (eindtermen) opgenomen waar een bestuurder na één of meerdere jaren als bestuurder van een pensioenfonds aan moet voldoen. Daarnaast bevat het rapport normen voor leden van een deelnemersraad en een verantwoordingsorgaan.

Deskundigheidstoets
Om bestuurders bij de toetsing van deskundigheid te helpen, heeft Watson Wyatt een deskundigheidstoets ontwikkeld. Door toepassing van deze toets kan inzicht worden verkregen in de kennis van zowel een individuele bestuurder als het bestuur als geheel. De toets kan gehanteerd worden als zogenoemde nulmeting, en heeft tot doel vast te stellen wat op het toetsmoment het kennisniveau van een individuele bestuurder dan wel het bestuur als geheel is. Aan de hand van de uitkomsten van de toets is een objectieve discussie over deskundigheid binnen het bestuur mogelijk. Daarbij kan worden vastgesteld wat het benodigde kennisniveau binnen het bestuur zou moeten zijn. Als vastgesteld wordt dat het kennisniveau niet toereikend is, kan Watson Wyatt voor een op maat gemaakte opleiding zorgen.

Meer weten? Neem contact op met Mirella Verhaaf.

Naar boven

De algemene pensioeninstelling

De Europese richtlijn pensioeninstellingen (2003/41/EG) heeft het pensioeninstellingen mogelijk gemaakt om de pensioenregeling uit te voeren van een werkgever die in een andere lidstaat gevestigd is. Het huidige Nederlandse pensioenfonds is daarvoor echter niet geschikt. De taakafbakeningsregels vereisen namelijk dat een buitenlandse onderneming binnen de groep valt waarvoor het pensioenfonds werkzaam is. Dit staat derhalve vrije marktwerking in de weg.

Om Nederland toch aantrekkelijk te houden als vestigingsplaats voor pensioeninstellingen, wordt de Algemene Pensioen Instelling (API) geïntroduceerd. Met de komst van de API komt er een nieuwe pensioenuitvoerder op de markt die kan profiteren van de mogelijkheden die de richtlijn biedt en niet wordt beperkt door de domeinafbakening van de Pensioenwet. De API maakt het mogelijk om pensioentoezeggingen die in verschillende landen zijn gedaan uit te voeren vanuit één land in Europa. Het directe voordeel hiervan is dat er slechts sprake is van één regime van toezicht. Dit maakt de pensioenregelingen makkelijker bestuurbaar voor multinationale ondernemingen.

Uitgangspunten hoofdlijnennotitie
Op 21 december 2007 hebben de ministers Donner en Bos in een hoofdlijnennotitie de contouren van de API geschetst. Wij gaan hierna in op de belangrijkste punten van de API.

I. Verbod op ringfencing
In de Pensioenwet is vastgelegd dat indien een pensioenfonds meerdere regelingen uitvoert, deze regelingen financieel één geheel vormen. Dit verbod op ringfencing werkt belemmerend indien een pensioenfonds de pensioenregeling voor meerdere werkgevers wil uitvoeren. Uit de notitie komt naar voren dat het ringfencingverbod niet geldt ten aanzien van de API. Dit betekent vooral, dat er geen kruissubsidiëring tussen pensioenregelingen hoeft plaats te vinden. Door compartimentering van de verschillende regelingen komt een dekkingstekort van de ene regeling niet ten laste van de financiële positie van de andere regeling. Op deze wijze wordt het voor buitenlandse werkgevers aantrekkelijker gemaakt om pensioenregelingen in Nederland onder te brengen. Bovendien wordt hiermee voorkomen dat bij een eventueel faillissement van de API geringfencde pensioenvermogens worden aangewend voor de afbetaling van de schuldeisers van de API.

II. Rechtsvorm/ toezichtsregime
In de hoofdlijnennotitie worden geen specifieke eisen aan de rechtsvorm van een API gesteld. Het is slechts van belang dat de instelling juridisch van de bijdragende onderneming gescheiden is. Daarbij worden rechtsvormen waarin de eigenaren hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schulden van de API uitgesloten. Daarnaast zullen eisen worden gesteld aan de kwaliteit van de bestuurders, zoals nu ook het geval is bij zowel verzekeraars als pensioenfondsen. Met betrekking tot de toepassing van het toezichtregime lijkt de notitie een eenvoudige uitvoering en daarmee de populariteit van een API teniet te doen. Afhankelijk van het karakter van de pensioentoezeggingen kunnen de bij een API uitgevoerde regelingen onder het FTK, dan wel onder de Wft vallen. Gevolg hiervan is dat één API onder twee toezichtregimes kan komen te vallen, hetgeen de populariteit van een API in Nederland zou kunnen temperen.

De eisen die FTK dan wel Wft stellen gaan verder dan de richtlijn pensioeninstellingen. De overheid lijkt in dit opzicht dus niet tegemoet te komen aan de roep om versoepeling. Dit komt de concurrentiepositie ten opzichte van andere Europese landen niet ten goede. Deze landen (bijvoorbeeld België) geven al wel invulling aan genoemde richtlijn. Het is echter de vraag in hoeverre dat, met de mogelijke komst van Solvency II, mogelijk zal blijven.

III. Fiscale aspecten
De hoofdlijnennotitie gaat voorbij aan de fiscale aspecten van de API. Dit is temeer opvallend omdat de fiscale omgeving vaak leidend is voor de keuze van een land van vestiging. In dat kader zal snel duidelijkheid moeten worden verschaft over vennootschaps- en divididendbelasting en het al of niet van toepassing zijn van de BTW-vrijstelling. Met betrekking tot het laatste element is de recent opgelaaide discussie over de BTW-vrijstelling voor vermogenbeheerdiensten aan pensioenfondsen interessant. In afwijking van eerdere berichtgeving hieromtrent in het Financiële Dagblad, geeft het Ministerie van Financiën in haar nieuwsbericht van 30 januari 2008 aan dat de besluitvorming over het al dan niet toepassen van de BTW-vrijstelling nog een langdurig proces kan worden.

Conclusie
De API lijkt veel mogelijkheden te bieden, vooral voor kleinere fondsen die niet de mogelijkheid hebben om op te gaan in een Bedrijfstakpensioenfonds. Opvallend is echter dat de notitie veel belangrijke vragen open laat, met name op fiscaal terrein. Dit komt vooral doordat er slechts vanuit Nederlands perspectief wordt gekeken en niet vanuit Europees verband. Verder wordt het wetsvoorstel waarschijnlijk pas eind 2008 ingediend. Nederland dreigt hierdoor de boot te missen, vooral nu Ierland, België en Luxemburg wel zeer voortvarend te werk zijn gegaan en inmiddels hun eigen ’Europese pensioeninstellingen’ hebben opgericht.

Meer weten? Neem contact op met Pauline Bakker.

Naar boven


1Deskundigheidsbevordering bij pensioenfondsen

Vragen of opmerkingen?

Als u naar aanleiding van dit nummer van Watson Wyatt Update opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven



Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Contact
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail