skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiediensten ideeën en onderzoekactualiteiten

actualiteiten

Watson Wyatt Update

Home > Europe Home > Nederland Home > Actualiteiten > Magazines en Nieuwsbrieven > Watson Wyatt Update

Actualiteiten

Overzicht
Magazines en Nieuwsbrieven
Review magazine
Pensioenwet Actueel nieuwsbrief
Watson Wyatt Update
Perspectives
Executive Reward Market Watch
I&FS Bulletin
Global News Brief
Internationale Publicaties
Pensioenwet Actueel
Pers
Evenementen

global web sites

Dekking nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen

9 april, 2008

Op 25 maart 2008 heeft minister Donner van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief gericht aan de kamer over de dekking van nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen. De Tweede Kamer had de regering met de motie van 21 september 20061 opgeroepen tot overleg met de sociale partners, gericht op het maken van afspraken over de dekking van het nabestaanden- en arbeidsongeschiktheidspensioen. De (ambtsvoorganger van de) Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de Stichting van de Arbeid (hierna te noemen ‘de Stichting’) naar aanleiding van die motie verzocht aan te geven hoe zij hier tegenaan kijkt. Op 28 juni 2007 heeft de Stichting haar reactie in een brief aan de minister gestuurd. De minister heeft met de brief van 25 maart 20082 gereageerd op de brief van de Stichting.

Brief Stichting van de Arbeid
In de bovengenoemde brief van 28 juni 2007 reageert de Stichting als volgt, waarbij als uitgangspunt wordt genomen dat de wijze waarop aan de dekking inhoud en vorm wordt gegeven tot de primaire verantwoordelijkheid behoort van de sociale partners op decentraal niveau in bedrijfstakken en ondernemingen.

Nabestaandenpensioen
De Stichting constateert, naar aanleiding van de maatschappelijke discussie in de laatste decennia van de vorige eeuw over de noodzaak van nabestaandenvoorzieningen, een versobering van de voorzieningen voor de nabestaanden. Hierbij ziet de Stichting niet alleen structurele wijzigingen van wettelijke voorzieningen, maar ook een versobering in de financiering van het nabestaandenpensioen. Volgens de Stichting heeft de politiek de ontwikkeling van de versobering van de nabestaandenvoorzieningen bevestigd en gestimuleerd door de vervanging van de Algemene Weduwen- en Wezenwet door de Algemene Nabestaandenwet en de introductie van de mogelijkheid tot het uitruilen van partnerpensioen in een ouderdomspensioen (artikel 2b Pensioen- en spaarfondsenwet).

In 1997 heeft de Stichting een set van pensioenaanbevelingen gepubliceerd. Evenals in het in datzelfde jaar tussen de Stichting en het kabinet tot stand gekomen Pensioenconvenant werden de pijlen gericht op de modernisering van pensioenregelingen. Aan de kostenbeheersing werd hierbij een hoge prioriteit toegekend. Deze kostenbeheersing werd volgens de Stichting in veel pensioenregeling gerealiseerd door versobering van het nabestaanden- of partnerpensioen door een versobering van het ambitieniveau of de overgang van financiering op opbouwbasis naar financiering op risicobasis. De Stichting baseert haar constatering op een studie van de Nederlandsche Bank. Naast het verschil in de financiering constateert de Stichting ook dat pensioenregelingen steeds vaker gericht zijn op de situatie dat beide partners werken én pensioen opbouwen. De Stichting herkent zich in die trend, maar stelt dat ook in een pensioenregeling die niet voorziet in een nabestaandenpensioen voldoende invulling kan worden gegeven aan de zorgplicht van de kostwinnende partner. Daarom heeft de Stichting positief gereageerd op de mogelijkheid in de Pensioenwet om een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in een (hoger) partnerpensioen, ook als er op de pensioendatum geen partnerpensioen voor de partner is. In het verlengde hiervan acht de Stichting het van groot belang dat pensioenuitvoerders tijdig (vóór de pensioendatum) goede voorlichting geven over de situatie met betrekking tot het partnerpensioen nadat het ouderdomspensioen in ingegaan en de mogelijkheid om een deel van het ouderdomspensioen om te zetten in partnerpensioen.

Voor wat betreft de voorzieningen in geval van werkloosheid merkt de Stichting het volgende op. De Stichting vindt de verlengde risicodekking uit de Pensioenwet gedurende de periode dat de gewezen werknemer recht heeft op de WW-uitkering, gelet op de primaire verantwoordelijkheid van de sociale partners voor de materiele inhoud van pensioen, merkwaardig. Het betreft hier ex-deelnemers die een uitkering genieten op basis van de Werkloosheidswet. Bovendien is in de Pensioenwet niet vastgelegd jegens welke pensioenuitvoerder de nabestaande van de overleden gewezen deelnemer dit recht heeft en wie er voor deze dekking moet betalen. Ook vindt er een samenloop plaats met de FVP-regeling die naar verwachting tot 1 januari 2010 van kracht is. De Stichting geeft de minister in overweging zich te beraden over deze problematiek en meer duidelijkheid te bieden over de uitvoering en de financiering van deze verlengde risicodekking.

Ten slotte acht de Stichting het wenselijk om de fiscale maximering van het nabestaandenpensioen op risicobasis te versoepelen ingeval de Tweede Kamer de dekking van het nabestaandenpensioen wenst te verbeteren. Nu mag er alleen een partnerpensioen op risicobasis worden afgesproken als daar aantoonbaar dienstjaren tegenover staan.

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Voor de voorzieningen getroffen in geval van arbeidsongeschiktheid ziet de Stichting dat er door de komst van de WIA als vervanger van de WAO nauwelijks wijzigingen zijn opgetreden in de pensioenregeling voor de volledig en duurzaam arbeidsongeschikten. Dit zijn deelnemers aan wie een IVA-uitkering wordt verstrekt. Voor de gedeeltelijk alsmede de volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikte werknemer ziet de Stichting wel duidelijke wijzigingen in vergelijking met het regime onder de WAO. Voor wat betreft de arbeidsongeschiktheidspensioenen en de premievrije voortzetting heeft de Stichting echter nog geen compleet beeld over de wijze waarop hiermee door pensioenuitvoerders wordt omgegaan. De Stichting heeft hierover informatie gevraagd bij de pensioenkoepels en het Verbond van Verzekeraars.

Brief minister
Bij brief van 25 maart 2008 heeft de minster als volgt gereageerd op de bevindingen van de Stichting.

De minister onderschrijft de opvatting van de Stichting dat de wijze waarop aan de dekking inhoud en vorm wordt gegeven tot de primaire verantwoordelijkheid van de sociale partners op decentraal niveau in bedrijfstakken en ondernemingen behoort. Ook onderschrijft de minster de constatering dat de nabestaandenpensioenen als gevolg van de hoge kosten, een dalende rente en de noodzaak reservetekorten weg te werken, aanzienlijk zijn versoberd. Deze versobering kan volgens de minister ook gezien worden als een poging om het nabestaandenpensioen als onderdeel van de pensioenregeling te behouden. In dit licht ziet de minister een wettelijk vastgelegd nabestaandenpensioen op opbouwbasis niet als een optie. Dit zou aanzienlijke kosten met zich meebrengen die elders gecompenseerd zullen moeten worden, waardoor de dekking van het nabestaandenpensioen wederom ter discussie komt te staan. De minister is met de Stichting van mening dat de hogere risico’s voor de deelnemers die de hiervoor genoemde ontwikkeling met zich meebrengt deels zijn ondervangen door het recht op uitruil van ouderdomspensioen in partnerpensioen. Ook onderschrijft de minister de noodzaak van een goede voorlichting ten aanzien van het partnerpensioen na ingang van de pensioendatum.

De minister neemt de suggestie van de Stichting om de fiscale regelgeving omtrent het nabestaandenpensioen op risicobasis te versoepelen niet over. Volgens de minister volgt deze regelgeving uit de fiscale systematiek zoals die ook voor het ouderdomspensioen geldt. Daarnaast ziet de minister geen aanleiding om met maatregelen te komen die ertoe leiden de huidige dekking van het nabestaandenpensioen te verbeteren.


1Tweede Kamer, vergaderjaar 2006-2007, 30 413, nr. 73.
2Tweede Kamer, vergaderjaar 2007-2008, 30 413, nr. 108.


Meer weten? Neem contact op met Ingeborg Agema.

Vragen of opmerkingen?
Als u naar aanleiding van dit bericht van de Watson Wyatt Update opmerkingen of vragen heeft, laat dit dan aan ons weten.

Naar boven



Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."

© 2008 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
Benader ons 
Overzicht actuele berichten 

Watson Wyatt Update Nieuwsbrief overzicht 

Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.

Vragen & Opmerkingen 

Ontvang de nieuwsbrief per e-mail