|
|
![]() | ![]() | ![]() | ![]() | ![]() |
![]() | actualiteitenWatson Wyatt Update |
| Home > Europe Home > Nederland Home > Actualiteiten > Magazines en Nieuwsbrieven > Watson Wyatt Update |
Actualiteiten
|
Het maatschappelijke pensioendebat25 april, 2008 De Kamerleden Verbeet, Omtzigt, Van Oudenallen en Vendrik droomden van een maatschappelijk debat over de fundamentele vragen over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel. Fundamentele vragen waarop de nieuwe Pensioenwet naar hun oordeel geen antwoord geeft. Zij stelden bij de behandeling van de Pensioenwet daarom een motie op, waarin zij overwogen, ‘dat het voor een toekomstvast pensioenstelsel van belang is, dat er een debat in de samenleving op gang wordt gebracht over maatschappelijke ontwikkelingen en opvattingen over ons pensioenstelsel, zoals de ontwikkeling van de economische zelfstandigheid van vrouwen, solidariteit tussen de generaties, internationale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, schaalvergroting bij pensioenfondsen en informatisering van de samenleving en de invloed van Europa’.1 Dit zijn alle belangwekkende onderwerpen. Het debat zou bij voorkeur door de SER moeten worden georganiseerd. De motie is door de Tweede Kamer aanvaard. Uiterlijk eind 2007 wilden de Kamerleden over de uitkomst van het debat en de beleidsmatige conclusies, die de regering daaraan zou verbinden, worden geďnformeerd. Het maatschappelijke debat over de toekomst van het tweedepijlerpensioen en de uitvoering van pensioenregelingen is er gekomen. De pensioencommissie van de SER heeft het debat in oktober 2007 georganiseerd. Haar bevindingen zijn gepubliceerd in het rapport: ‘Op weg naar pensioenbewust zijn, de bevindingen van het debat Pensioenbewustzijn’. Ook de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft onlangs in een brief2 zijn visie gegeven over de uitkomsten van het debat. De vraag ligt thans voor of de Kamer van oordeel is of haar vragen in voldoende mate beantwoord zijn en of zij de beleidsmatige conclusies van de Minister kan onderschrijven. Zoals de bekende passage uit het gedicht ‘Huwelijk’ van Elsschot luidt, staan tussen droom en daad wetten in de weg en praktische bezwaren. De praktische bezwaren kwamen ditmaal van de SER zelf. Een debat over het stelsel van aanvullende pensioenen zou volgens de SER weinig meerwaarde opleveren3. Er is volgens de SER al uitvoerig gedebatteerd over het Nederlandse pensioenstelsel. De uitkomsten van deze debatten zijn voor een deel neergeslagen in de Pensioenwet en hebben voor een ander deel geleid tot substantiële veranderingen in pensioenregelingen. De SER geeft daarmee aan het niet eens te zijn met de Kamerleden, die stelden dat de Pensioenwet geen antwoord geeft op bovengenoemde, fundamentele vragen. De SER zag wel meerwaarde in een debat over het pensioenbewustzijn van burgers. De raad heeft daarop de Minister verzocht om bovengenoemde motie te benutten om zich nader te buigen over de vraag hoe het komt dat de belangstelling voor aanvullende pensioenen zo klein is en te bezien wat er met betrekking tot de communicatie in brede zin verbeterd kan worden om het pensioenbewustzijn te vergroten. Niettegenstaande de strekking van de motie, heeft de Minister in dit verzoek bewilligd. Laten we de bevindingen van de pensioencommissie van de SER en de visie hierop van de Minister nader bezien. De bevindingen van de SER pensioencommissie kunnen in het kort als volgt worden samengevat:
De minister heeft onlangs zijn visie op deze bevindingen gegeven. Deze luidt in het kort aldus:
En zo lijkt het door de Kamerleden gedroomde, maatschappelijke debat over de economische zelfstandigheid van vrouwen, solidariteit tussen de generaties, internationale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt, schaalvergroting bij pensioenfondsen en informatisering van de samenleving en de invloed van Europa te stranden. Is dat nu erg? Ja en nee. Ja, dat is erg, omdat de Kamer kennelijk behoefte had aan meer inzicht in de vraag of de bestaande pensioenregelingen, die op grond van de huidige wetgeving worden aangeboden, voldoende tegemoet komen aan de behoeften van vrouwen, jongere generaties en werknemers voor wie Europa geen grenzen meer heeft in het licht van de toenemende schaalvergroting van pensioenuitvoerders, informatisering en internationalisering. De Kamer wilde daarover kennis vergaren om te toetsen of de wetgeving op grond daarvan wellicht aanpassing behoeft. Deze informatie zou bijvoorbeeld gewenst zijn geweest in de discussie over de invoering van de zogenaamde Algemene Pensioeninstelling of API. De API moet het vehikel worden om de Nederlandse pensioenkennis te exporteren naar Europa4. Voor dit vehikel wil de wetgever de weg plaveien op basis van de Europese Pensioenfondsenrichtlijn5. Omdat deze weg niet in eerste instantie is bedoeld voor de uitvoering van Nederlandse pensioenregelingen, zal de API voor de Nederlandse werknemer van minder belang zijn. Maar als een API zo interessant is voor de uitvoering van buitenlandse pensioenregelingen, waarom kan dit vehikel dat niet ook zijn voor de uitvoering Nederlandse pensioenregelingen? Een lastige vraag, waarop de wetgever en dus ook de Kamer een antwoord moet kunnen geven. En nee, het is niet erg dat het gedroomde maatschappelijke debat is gestrand, omdat uit de bevindingen van de SER pensioencommissie onomwonden blijkt, dat de Nederlandse burger nu al bijna het pensioenspoor bijster is. Een inderhaast georganiseerd maatschappelijk debat over de fundamentele vragen over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel zou alleen maar aanleiding geven om de Pensioenwet opnieuw te wijzigen, waardoor het risico bestaat, dat de informatieachterstand oploopt en het pensioenbewustzijn van de Nederlander verder daalt. Eerder is al eens verzucht, dat de pensioenwetgeving de houdbaarheid heeft van een pak melk. Het is tijd om pensioenuitvoerders de kans te geven om goede uitvoering te geven aan de nieuwe Pensioenwet en de deelnemers en pensioengerechtigden te informeren met alle instrumenten die daarvoor heden ten dagen beschikbaar zijn. Het rapport van de SER pensioencommissie geeft daarvoor goede aanknopingspunten. De haast van de Kamerleden om uiterlijk in 2007 over de uitkomst van het maatschappelijke debat over de fundamentele vragen over de toekomst van het Nederlandse pensioenstelsel en de beleidsmatige conclusies daarvan te worden geďnformeerd was onnodig. De Minister en de SER hebben er daarom goed aan gedaan om het debat te richten op de uitvoering van de nieuwe Pensioenwet. Daarvoor is nog veel te doen. De Minister wordt echter geacht te regeren en dus ook vooruit te zien. De ontwikkelingen staan niet stil en bijvoorbeeld de voorgenomen invoering van de API is vanwege de vele belangen een complexe wetgevingsoperatie die een gedegen voorbereiding vergt. Daarvoor is het nodig dat de Minister de Kamer van voldoende informatie voorziet, die de Kamer denkt nodig te hebben voor haar wetgevende taak. Met andere woorden, de Minister zal zich met zijn visie op het rapport van de SER-pensioencommissie niet volledig kunnen kwijten van zijn opdracht om uitvoering te geven aan de strekking van de motie van Verbeet en de haren.
1 Zie Tweede Kamer, Kamerstukken 30 413, nr. 76. Meer weten? Neem contact op met Kees den Blanken. Vragen of opmerkingen?
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies." © 2008 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden. |
|
![]() |
| Copyright© 2008 Watson Wyatt Worldwide. All rights reserved. Authorised and regulated by the financial services authority. |