|
|
![]() | actualiteitenWatson Wyatt Update |
| Home > Europe Home > Nederland Home > Actualiteiten > Magazines en Nieuwsbrieven > Watson Wyatt Update |
Actualiteiten
|
Inkoop ouderdomspensioen over achterliggende dienstjaren26 mei 2008 In diverse media zijn berichten verschenen omtrent het standpunt van het ministerie van Financiën omtrent de fiscale beperking van pensioeninkoop over achterliggende dienstjaren voor werknemers geboren op of na 1 januari 1950. Omdat naar onze mening de berichtgeving niet op alle punten zuiver wordt weergeven gaan wij in deze Update nog eens nader in op de fiscale (on)mogelijkheden ter zake van pensioeninkoop over verstreken dienstjaren. Uitgangspunt hierbij vormt de discussie die door de Stichting van de Arbeid (STAR) is geïnitieerd in hun brieven van 10 januari 2008 en 9 mei 2008 (www.stvdb.nl). Gebleken is dat de Belastingdienst voor wat betreft de fiscale ruimte over verstreken dienstjaren onderscheid maakt tussen een zogenaamde collectieve inkoop en een individuele inkoop. Volgens de sociale partners binnen de STAR wordt hiermee geen juiste invulling gegeven aan de afspraken in het kader van het Najaarsakkoord 2004. Naar aanleiding van het Najaarsakkoord 2004 is destijds de mogelijkheid geboden om pensioeninkoop wegens fiscale ruimte over verstreken dienstjaren tot 1 januari 2006 uitgesteld te financieren. Het ging hierbij om de zogenaamde 15-jaarsfinanciering zoals deze is uitgewerkt in het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004. In eerste instantie werd door het ministerie van Financiën het standpunt ingenomen dat bij inkoop over verstreken dienstjaren, bestaande vroegpensioenaanspraken moesten worden omgezet in een aanspraak op ouderdomspensioen vanaf 65 jaar. Hiermee zou de inkoop van ouderdomspensioen vanaf 65 jaar uiteraard (aanzienlijk) beperkt worden. Op aandringen van sociale partners en ter administratieve vereenvoudiging van deze inkoop, heeft minister De Geus in zijn brief van 24 juni 2005 aangegeven dat vroegpensioenaanspraken buiten beschouwing mochten blijven bij de bepaling van de fiscale ruimte. Of deze vroegpensioenaanspraken nu waren verworven op basis van een collectieve (verplichte) regeling of een individuele (vrijwillige) regeling was dan niet relevant. Uit genoemde brief blijkt overigens niet eenduidig of de tegemoetkoming alleen van toepassing was op collectieve regelingen. Volgens het ministerie van Financiën (brief van 14 maart 2008 aan de STAR) dient een en ander in de context van de 15-jaarsfinanciering te worden gezien en dus betreft het hier inkoop in de collectieve regeling. Dat het ministerie van Financiën deze interpretatie ook in eerste instantie heeft beoogd volgt uit artikel 12d Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965. In dit artikel wordt expliciet aangegeven dat op 31 december 2005 bestaande vroegpensioenaanspraken (ongeacht of deze in collectieve of in individuele zin zijn opgebouwd), buiten beschouwing mogen blijven indien sprake is van een collectieve regeling. Onder een collectieve regeling wordt in dit verband verstaan een regeling waaraan de werknemer verplicht deelneemt en waarbij voor de werknemer geen keuzemogelijkheid bestaat. Zoals hierboven gesteld wordt volgens de STAR onjuist invulling gegeven aan de brief van minister De Geus van 24 juni 2005. Ook wij zijn van mening dat een onderscheid tussen collectieve en individuele inkoop enigszins vergezocht is, maar dat wet- en regelgeving zoals deze in 2005 destijds is ingevoerd, weinig ruimte laat voor een andere. Het is aan de politiek om hier eventueel een wijziging in aan te brengen. Het standpunt van het ministerie van Financiën laat overigens onverlet dat te allen tijde sprake is van collectieve inkoop indien voor meer dan één werknemer sprake is van collectieve inkoop over het verleden. Artikel 12d Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 heeft naar onze mening niet alleen betrekking op collectieve inkoop op basis van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten Sociaal Akkoord 2004 (uitstelfinanciering). Zoals wellicht bekend had een dergelijke toezegging voor 1 januari 2008 geëffectueerd moeten zijn. Er staat een werkgever niets in de weg om voor een klein collectief een toezegging te construeren waarbij stelselmatig naar de toekomst toe een stukje aanvullend pensioen wordt ingekocht, waarbij gebruik wordt gemaakt van de aanwezige fiscale ruimte uit het verleden. Tenslotte wijzen wij er ook op dat, in tegenstelling tot wat in de media wordt gesuggereerd, aanvullende (individuele) pensioeninkoop over de jaren na 1 januari 2006 te allen tijde mogelijk is mits in de betreffende jaren fiscale ruimte aanwezig is. Wij doelen hierbij op de in de praktijk veel toegepaste mogelijkheid om de fiscale ruimte op basis van bijvoorbeeld een beschikbarepremieregeling, in het actuele jaar op vrijwillige basis te benutten. Bij deze individuele inkoopmogelijkheid is geen sprake van verplichte omzetting van eventuele vroegpensioenaanspraken in ouderdomspensioen vanaf 65 jaar. Meer weten? Neem contact op met Eric Heemskerk. Vragen of opmerkingen?
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies." © 2008 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden. |
|
![]() |
| Copyright© 2008 Watson Wyatt Worldwide. All rights reserved. Authorised and regulated by the financial services authority. |