Actualiteiten
Aanpassing regelgeving voor wat betreft opschortende plicht tot waardeoverdracht
7 augustus, 2009
De pensioenuitvoerder heeft op grond van de Pensioenwet (PW) de verplichting om aan een wettelijke individuele waardeoverdracht mee te werken. Indien de pensioenuitvoerder zich echter in een slechte financiële situatie (“waarbij de technische voorzieningen niet meer volledig door waarden worden gedekt” ) bevindt, wordt op grond van de Pensioenwet (artikel 72) deze verplichting tijdelijk opgeschort. Van een slechte financiële positie is sprake indien de dekkingsgraad zich op of onder de 100% bevindt (pensioenfonds), dan wel indien sprake is van een noodregeling of faillissement (verzekeraar). Meer hierover heeft u in eerdere edities van de Update kunnen lezen.
Minister Donner heeft in de brief van 6 juli 2009 het voornemen uitgesproken om het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioen (verder: het Besluit) voor wat betreft een drietal aspecten aan te passen. De regelgeving voor wat betreft de opschortende plicht tot waardeoverdracht zoals in het Besluit is neergelegd, is namelijk volgens minister Donner niet op alle punten voldoende helder. Indien het Besluit zal worden aangepast, dan zullen de volgende punten verduidelijkt worden:
- Voor wat betreft lopende procedures tot waardeoverdracht waarin de ontvangende pensioenuitvoerder reeds een offerte heeft gestuurd aan de deelnemer voordat een situatie uit artikel 72 PW zich voordoet, wil minister Donner bewerkstelligen dat die procedures gewoon afgehandeld kunnen worden. Dit om te voorkomen dat deelnemers anders zouden kunnen worden geconfronteerd met de mededeling dat het via de offerte gedane aanbod, komt te vervallen.
- Tevens is minister Donner van plan om een duidelijk meetmoment in te voeren, zodat de betrokken fondsen hun meting op hetzelfde moment houden. Iedere eerste dag van de kalendermaand moet worden vastgesteld of op de laatste dag van de vorige kalendermaand de uitzondering op de plicht tot waardeoverdracht uit artikel 72 PW aan de orde is.
- In geval van een procedure waarin sprake is geweest van opschorting van de plicht tot waardeoverdracht is de minister voornemens te regelen dat voor het vaststellen van de over te dragen waarde zal worden gerekend met een afwijkende overdrachtsdatum, namelijk de datum waarop de plicht tot waardeoverdracht herleeft. Hiermee wordt bewerkstelligd dat de vertrekkers, gedurende de periode waarin de plicht tot waardeoverdracht is opgeschort, solidair blijven met de achterblijvers in hun oude pensioenfonds.
Het is de bedoeling dat de procedure tot aanpassing van het Besluit in het najaar van 2009 wordt afgerond.
Meer weten? Neem contact op met
Sandra Bertram.
Vragen of opmerkingen?
Als u naar aanleiding van dit bericht van de Watson Wyatt
Update opmerkingen of vragen heeft,
laat
dit dan aan ons weten.
Naar boven
Disclaimer: "Hoewel wij ernaar streven om correcte en actuele informatie te verschaffen, kunnen
wij niet garanderen dat de informatie juist is op het moment waarop deze ontvangen wordt of dat de
informatie na verloop van tijd nog steeds juist is. Op grond van de informatie dienen derhalve geen
acties te worden ondernomen zonder voorafgaand deskundig advies."
© 2009 Watson Wyatt B.V. Alle rechten voorbehouden.
|
Bekijk hier uitgaven van de Watson Wyatt Update Nieuwsbrief.
|
|