|
Aanwijzing
Opdracht van de Nederlandsche
Bank
aan het bestuur van een pensioenfonds om het beleid of de uitvoering
van het beleid van het pensioenfonds zodanig aan te passen, dat
het in overeenstemming wordt gebracht met wettelijke regels. Het
is een instrument van De Nederlandsche Bank om naleving van de
Pensioenwet bij pensioenfondsen af te kunnen dwingen.
Aanzegging
Mededeling van de
Nederlandsche Bank
aan het bestuur van een pensioenfonds dat het vanaf een bepaald
tijdstip zijn bevoegdheden slechts mag uitoefenen na toestemming
van een of meer door De Nederlandsche Bank aan te wijzen personen.
Op grond van de Pensioen- en spaarfondsenwet kan een aanzegging
pas worden gedaan, indien door het fondsbestuur niet of niet voldoende
binnen de daartoe gestelde termijn gevolg is gegeven aan een eerder
gegeven aanwijzing van De
Nederlandsche Bank, tenzij
De Nederlandsche Bank meent dat direct ingrijpen noodzakelijk is.
Absolute return
Een fonds of portefeuille dat een 'absolute return' nastreeft, heeft als doel iedere verslagperiode een positief rendement te behalen, dat in ieder geval boven het rendement op kasgeld ligt.
abtn
Afkorting voor actuariële en bedrijfstechnische
nota.
Achterbalkon
De in een levensjarenstelsel
toegepaste verhoging van de aanspraken over alle jaren – vanaf een
bepaalde leeftijd – voorafgaand aan de aanvang van het
deelnemerschap van de deelnemer. Het
levensjarenstelsel is met ingang van 1 juni 1999 fiscaal niet meer
toegestaan.
Actuarieel Benodigde Premie
Actuariële waarde van de in te kopen pensioenaanspraken. Deze premie
wordt vastgesteld rekening houdend met hetgeen hierover is afgesproken
in de uitvoeringsovereenkomst.
Actuarieel herrekenen
Het herrekenen van aanspraken bij een (gedeeltelijk) gewijzigde
ingangsdatum of omzetting in een andere pensioensoort, rekening
houdend met de
actuariële grondslagen. Vanaf
1 januari 2002 dient de herrekening op basis van collectieve actuariële gelijkwaardigheid plaats te vinden
voor de opgebouwde rechten vanaf deze datum of voor het geheel
indien dit in het pensioenreglement zo is bepaald.
Actief beleggen
Op grond van een bepaalde marktvisie wordt afgeweken
van de benchmark, om zo te trachten een betere
performance
te behalen.
Zie ook: passief
beleggen.
Actieven
Andere benaming voor de deelnemers die aan de regeling deelnemen. Omdat de deelnemers actief pensioen opbouwen, worden zij ook wel ‘actieven’ genoemd.
Zie ook: slapers en niet-actieven.
Activa
Zie: Pensioenvermogen
Actuarieel Genootschap (AG)
Het Actuarieel Genootschap is een vereniging, welke kantoor houdt in Woerden, die
zich de bestudering en ontwikkeling van de actuariële wetenschappen ten doel stelt,
alsmede de verbreding van de wetenschappelijke basis van de werkzaamheden van de
actuaris en het geven van voorlichting over de taak en de bevoegdheid van de actuaris.
Voorts heeft het Actuarieel Genootschap gedragsregels opgesteld, waaraan de leden zich
dienen te houden, om het aanzien en de waardigheid van het beroep actuaris hoog te houden.
Actuarieel jaarwerk
Jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en
waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht. Dit jaarwerk wordt uitgevoerd
en/of gecontroleerd door de actuaris.
Zie ook: actuariële verklaring,
technisch resultaat
Actuarieel neutraal
Bij de omzetting van een kapitaal in periodieke pensioenuitkeringen of bij uitruil van
diverse pensioenvormen (bijvoorbeeld
partnerpensioen inruilen voor een hoger
ouderdomspensioen) worden
tarieven gehanteerd, welke actuarieel neutraal dienen te zijn.
Men spreekt van actuarieel neutraal als de
actuariële waarde van de pensioenaanspraken
voor omzetting gelijk is aan de actuariële waarde van de pensioenaanspraken na omzetting.
Bij de vaststelling van de actuariële waarde kunnen zowel sekseafhankelijke als sekseneutrale
tarieven worden gehanteerd.
Zie ook: actuarieel herrekenen
Actuariële en bedrijfstechnische
nota (abtn)
Pensioenfondsen dienen te werken
volgens een actuariële en bedrijfstechnische nota. Hierin zijn de
financiële opzet van een pensioenfonds en de grondslagen waarop deze
berust, gemotiveerd omschreven. De actuariële en bedrijfstechnische
nota moet in ieder geval een beschrijving bevatten van de wijze
waarop uitvoering wordt gegeven aan de bepaling van de PW omtrent de
eisen inzake de inhoud van de uitvoeringsovereenkomst, de
voorwaardelijke toeslagverlening, de bepalingen van het FTK alsmede
een beschrijving van de inrichting van de bedrijfsvoering. Daarnaast
bevat de abtn een beschrijving van de sturingsmiddelen en de
Verklaring inzake Beleggingsbeginselen. Ook op grond van lagere
regelgeving zijn eisen gesteld aan de inhoud van de abtn. De
actuariële en bedrijfstechnische nota moet binnen twee weken na de
totstandkoming (van de wijziging) aan de Nederlandsche
Bank worden overgelegd.
Actuariële grondslagen
Wanneer een contante waarde van een reeks
toekomstige uitkeringen moet worden bepaald, maakt de actuaris
gebruik van actuariële grondslagen, zoals:
- de rekenrente of de marktrente;
- de kansstelsels: sterftekansen,
arbeidsongeschiktheids- en revalidatiekansen, frequenties van
gehuwd zijn, soms ook toekomstige salarisontwikkeling of toeslagbeleid
etc.;
- kostenopslagen
(bijvoorbeeld voor administratiekosten en/of uitbetalingskosten).
Actuariële methoden
Methoden om met behulp van actuariële grondslagen
de contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen
of bijdragen te berekenen. Methoden om pensioenbijdragen vast te
stellen zijn onder andere: premiesysteem,
koopsomsysteem, inhaalpremiesysteem,
inhaalkoopsomsysteem en het
dynamische premiesysteem. Ook bestaan verschillende methoden
om de reservering voor nabestaandenpensioen vast te stellen
(zie ook bepaalde en
onbepaalde
man/vrouw/partner).
Actuariële oprenting
Het actuarieel (neutraal) verhogen van een aanspraak
op (tijdelijk) ouderdomspensioen bij uitstel van de ingangsdatum.
Door uitstel van de ingangsdatum wordt de verwachte uitkeringsperiode
verkort waardoor, rekening houdend met de kans op sterfte en een
interesttoevoeging in de uitstelperiode, de contante waarde
van de aanspraak op (tijdelijk) ouderdomspensioen aangroeit.
Vanaf 1 januari 2002 dient de oprenting op basis van
collectieve actuariële gelijkwaardigheid plaats te vinden voor
de opgebouwde rechten vanaf deze datum of voor het geheel indien dit
in het pensioenreglement zo is bepaald.
Actuariële principes leven
Levensverzekeraars moeten voldoende voorzichtigheid in acht nemen bij de vaststelling van de
voorzieningen, door in de actuariële grondslagen
rekening te houden met veiligheidsmarges. In diverse wetgeving
worden voorschriften ten aanzien van deze veiligheidsmarges gegeven. De
Nederlandsche Bank heeft in de Actuariële Principes Leven aangegeven hoe zij
deze voorschriften interpreteert.
In de toekomst zullen de actuariële principes worden vervangen door
het
financieel toetsingskader (FTK),
waarin de te hanteren waarderingsmethoden zijn aangegeven.
Actuariële principes pensioenfondsen
Pensioenfondsen moeten voldoende voorzichtigheid (prudentie) in acht nemen bij de
financiële opzet van het fonds en bij de invulling die hier in de praktijk aan wordt
gegeven. De
Nederlandsche Bank heeft in de Actuariële principes pensioenfondsen
aangegeven wanneer hieraan volgens haar is voldaan. De actuariële
principes zijn per 1 januari 2007 vervangen door een
financieel toetsingskader (FTK), waarin nieuw te hanteren
waarderingsmethoden zijn aangegeven.
Actuariële verklaring
Verklaring waarin de actuaris aangeeft dat de voorziening
pensioenverplichtingen op prudente (voorzichtige) wijze is
vastgesteld en dat het vermogen van het pensioenfonds toereikend is
om de verplichtingen van het fonds te kunnen afwikkelen.
Zie: toereikendheidstoets.
Actuariële waarde
De contante waarde van een reeks toekomstige uitkeringen of bijdragen berekend op
basis van Actuariële grondslagen
Actuaris
Een actuaris combineert economische en wiskundige
technieken. De actuaris is gespecialiseerd in verzekeringswiskunde
(zowel levensverzekering als schadeverzekering). Met behulp van
de verzekeringswiskunde bepaalt de actuaris hoe hoog de benodigde koopsom of
premie moet zijn voor bepaalde verplichtingen.
De actuaris verricht risico-analyses en bepaalt welk bedrag voor
toekomstige verplichtingen moet worden gereserveerd. Verder houdt
de actuaris zich bezig met het samenstellen van modellen om verplichtingen
en beleggingen van een pensioenfonds of een verzekeraar optimaal
op elkaar af te stemmen (matching) en om de samenstelling van het
beleggingspakket te optimaliseren.
Actuaris AG
Een actuaris die lid is van het
Actuarieel Genootschap.
Adspirant-deelnemer
Zie: aspirant-deelnemer.
AEX-index
Een index die de stemming op de Amsterdamse
aandelenbeurs weergeeft. Voor de meting van deze index zijn 25 Nederlandse
fondsen geselecteerd, die 80% van de totale marktkapitalisatie van
Nederlandse beursgenoteerde fondsen vertegenwoordigen. Het belangrijkste
selectiecriterium van de 25 Nederlandse fondsen in de index, is
het totale handelsvolume van de afgelopen drie jaar.
A-factor
Aanduiding voor de pensioenaangroei die in een kalenderjaar heeft plaatsgevonden. Ter
bepaling van de lijfrentepremieaftrek in enig kalenderjaar moet bij de bepaling van de
jaarruimte rekening worden gehouden met deze pensioenaangroei. Onder
pensioenaangroei dient te worden verstaan de aan het onmiddellijk aan het kalenderjaar (jaar van
berekening van de jaarruimte) voorafgaande kalenderjaar toe te rekenen aangroei van pensioenaanspraken,
vanwege een toeneming van de diensttijd. Het betreft hier alleen
de pensioenaangroei in het kader van levenslang ouderdomspensioen. Pensioenverhogingen
die betrekking hebben op backservice jaren en winstbijschrijvingen spelen geen rol. Dit
geldt tevens voor de pensioenaangroei vanwege vrijwillig betaalde premies welke worden
gefinancierd uit deblokkering van een spaarloonregeling.
Affinanciering
Financieringssysteem waarmee alle
pensioenaanspraken
op het moment van toezeggen worden ingekocht. Om dit te bereiken
wordt bij een verhoging van de pensioengrondslag ook meteen
de backserviceverplichting volledig gefinancierd.
Een consequentie hiervan is dat de pensioenlasten schoksgewijs kunnen
stijgen en dalen.
Op grond van de Pensioenwet
dienen de pensioenaanspraken aan het einde van ieder kalenderjaar
en bij tussentijdse beëindiging van het deelnemerschap te zijn afgefinancierd.
Het affinancieringssysteem komt ook voor onder de naam "koopsomsysteem".
Afkoop en afkoopwaarde
De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt
uitgekeerd ter vervanging van een verplichting om in de toekomst
een serie betalingen te doen (afkoop).
De Pensioenwet verbiedt afkoop in vrijwel
alle gevallen (artikel 32, vierde lid). Er zijn echter een paar uitzonderingen:
- Het kleine ouderdomspensioenen mag na twee jaar na de beëindiging van het deelnemerschap én na ingang van het pensioen eenzijdig worden afgekocht. De afkoop dient binnen zes maanden plaats te vinden. Indien na deze zes maanden tot afkoop wordt overgegaan, dient toestemming te worden gevraagd aan de (gewezen) deelnemer. Er is sprake van een klein pensioen indien het
pensioen op het tijdstip van ingang maximaal een bepaald bedrag bedraagt dat op grond van de Pensioenwet jaarlijks wordt vastgesteld;
- Het kleine partnerpensioen en het kleine wezenpensioen mogen eenzijdig
worden afgekocht binnen zes maanden na de ingangsdatum. Indien daarna tot afkoop
wordt overgegaan, dient toestemming te worden gevraagd aan de begunstigde. Het
grensbedrag is hetzelfde als bij de afkoop van kleine ouderdomspensioenen;
- Het kleine bijzonder partnerpensioen mag binnen zes maanden na de scheidingsdatum eenzijdig worden afgekocht. Indien na deze zes maanden tot afkoop wordt overgegaan, dient toestemming te worden gevraagd aan de gewezen partner. Het grensbedrag is hetzelfde als bij de afkoop van kleine ouderdomspensioenen;
- Afkoop van pensioenaanspraken groter dan het grensbedrag is alleen
toegestaan in geval van waardeoverdracht;
- Indien en voorzover de pensioenaanspraken de fiscale grenzen overschrijden is afkoop toegestaan; en
- Afkoop van tijdelijke pensioensoorten, zoals het tijdelijk ouderdomspensioen
en het prepensioen (ten behoeve van de levensloopregeling) is toegestaan.
Verdubbeling van het grensbedrag bij afkoop van
pensioenaanspraken van emigranten is niet meer toegestaan.
Het grensbedrag voor 2008 is vastgesteld op € 406,44.
AFM
Afkorting van Autoriteit
Financiele Markten
AG-tafels
Jaarlijks publiceert het Centraal Bureau voor
de Statistiek (CBS) sterftetafels die zijn gebaseerd op waarnemingen
van sterfte in de bevolking. Deze sterftetafels zijn nog niet geschikt
voor gebruik door actuarissen: het verloop van de sterftekansen
is nog te grillig en bepaalde belangrijke wetmatigheden zijn nog
niet opgenomen. Om die sterftetafels geschikt te maken voor actuarieel
gebruik worden ze aangepast door het Actuarieel Genootschap. Deze
aangepaste tafels krijgen de naam "AG-tafels".
Algemene Pensioeninstelling (API)
Met de Algemene Pensioeninstelling wordt beoogd een vehikel te introduceren dat de ruimte die wordt geboden door de Europese richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (richtlijn 2003/41/EG; ook wel aangeduid als
IORP-richtlijn) volledig kan benutten. Het is dan ook de bedoeling om de API meer mogelijkheden te bieden dan het pensioenfonds in de zin van de
Pensioenwet. In tegenstelling tot het pensioenfonds zal de API bijvoorbeeld gebruik kunnen maken van de ruimere productafbakening van de richtlijn. Verder zal voor de API niet de eis van één financieel geheel, zoals die voor pensioenfondsen van toepassing is, hoeven te gelden.
Alleenstaandenpensioen
In veel pensioenregelingen is de franchise afgeleid van de AOW-uitkering die twee gehuwden
of ongehuwd samenwonenden gezamenlijk ontvangen. Alleenstaanden ontvangen in werkelijkheid
een AOW-uitkering die lager is dan het AOW-bedrag dat in de franchise is verwerkt. In sommige
pensioenregelingen wordt aan alleenstaanden een extra aanspraak op ouderdomspensioen toegekend,
ter compensatie van het verschil tussen de werkelijke AOW-uitkering en de AOW-uitkeringen voor
twee gehuwde 65-plussers. Deze extra aanspraak op ouderdomspensioen wordt vaak
‘alleenstaandenpensioen’ of ‘ongehuwdenpensioen’ genoemd.
Per 1 januari 2002 is deze pensioenvorm niet meer toegestaan, als gevolg van het
verbod op discriminatie naar burgerlijke staat, dat op die
datum in werking is getreden.
ALM
Afkorting van Asset Liability Management, het afstemmen van het pensioenvermogen op verplichtingen. Het uitvoeren van een ALM-studie kan een pensioenfonds of verzekeringsmaatschappij behulpzaam zijn bij het kiezen van de beleggingsmix, de wijze van financieren en/of de wijze van het verlenen van toeslagen. Een ALM-studie kent de volgende aspecten:
- het in kaart brengen van de financiële stromen;
- de simulatie van toekomstige financiële posities;
- de samenhang met de economische omgeving; en
- de vergelijking van beleidsvarianten.
ALPHA
Een maatstaf voor de afwijking (out/underperformance) van het rendement van een beleggingsportefeuille ten opzichte van het rendement van de benchmark. Alpha wordt gebruikt om aan te geven wat de bijdrage van de vermogensbeheerder is geweest aan het rendement van de portefeuille, omdat het rendement van de benchmark (beta), waar de beheerder geen invloed op heeft, eruit is gehaald.
Alternatieve beleggingen
Ook wel alternatives genoemd.
Niet-traditionele beleggingen.
Ambitieniveau
Zie indexatieambitie
Annuïteit
Een serie gelijkblijvende betalingen die bestaan
uit een rente- en een aflossingsdeel en die dienen om een schuld
mee af te lossen. Doordat er met elke betaling steeds een deel
van de schuld wordt afgelost, neemt de schuldrest en dus ook de
rentevergoeding over die schuldrest geleidelijk af. Omdat de som
van rente- en aflossingsdeel steeds gelijk is, neemt het
aflossingsdeel in de betalingen steeds verder toe tijdens de terugbetalingperiode.
Anticumulatie
Uitkeringen uit hoofde van de wettelijke sociale zekerheid kunnen samenlopen met uitkeringen op grond van een pensioenregeling. Het bekendste voorbeeld daarvan is de samenloop van ouderdomspensioen dat ingaat vóór het bereiken van de 65-jarige leeftijd, met een
WAO - dan wel een WIA-uitkering. Ter voorkoming van een dergelijke cumulatie worden
in pensioenregelingen zogeheten anticumulatiebepalingen opgenomen.
De anticumulatiebepaling in de pensioenregeling zorgt ervoor dat de pensioenuitkeringen verminderd worden met de uitkeringen uit hoofde van de wettelijke sociale zekerheid.
Anw
Afkorting voor de Algemene nabestaandenwet.
De Anw heeft vanaf 1 juli 1996 de AWW vervangen. Het is een
volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en
degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever.
De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde
aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd
samenwoonde. Tevens kent de Anw een uitkering voor de ex-echtgeno(o)t(e)
ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht
had en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde
ouderloos zijn geworden.
Het recht op een Anw-uitkering (met uitzondering van de uitkering
voor wezen) is afhankelijk van leeftijd, gezinssamenstelling en
mate van arbeids(on)geschiktheid van de nabestaande. Een eventueel
eigen inkomen is van invloed op de hoogte van de Anw-uitkering.
ANW-gat
Geeft het verschil aan tussen de uitkering die kon worden verkregen
uit hoofde van de AWW en de uitkering die een nabestaande uit hoofde van de Anw
verkrijgt.
ANW-hiaat
Zie ANW-gat
AOW
Afkorting voor de Algemene Ouderdomswet. Het
is een volksverzekering, die
geldt voor alle ingezetenen van Nederland en voor degenen die in
dienst zijn van een Nederlandse werkgever en wordt gefinancierd door
middel van het omslagstelsel. De
AOW voorziet in uitkeringen bij ouderdom. De uitkeringen gaan in op
de eerste dag van de maand waarin de verzekerde 65 jaar wordt.
De hoogte van de uitkeringen is niet afhankelijk van het loon dat
gedurende een eventuele loopbaan is verdiend, maar is afhankelijk
van de burgerlijke staat en de gezinssituatie waarin de verzekerde
verkeert.
AOW-gat
Per 1 januari 2015 zal de partnertoeslag van AOW-ers met een
partner die jonger is dan 65 jaar komen te vervallen. Voor personen
die zijn geboren op of na 1 januari 1950 en dus op of na 1 januari
2015 de 65-jarige leeftijd bereiken, kan het gezamenlijk inkomen
hierdoor tijdelijk lager worden. Dit wordt het AOW-gat genoemd. De
grootte van dit gat is afhankelijk van het leeftijdsverschil tussen
beide partners.
AOW-hiaat
Zie: AOW-gat
API
Afkorting voor Algemene Pensioeninstelling.
APL
Afkorting van Actuariële Principes Leven.
APP
Afkorting van Actuariële
Principes Pensioenfondsen.
Arbeidsongeschiktheidspensioen
Deze pensioenvorm voorziet in uitkeringen bij
arbeidsongeschiktheid. Vaak fungeren deze als aanvulling op de uitkeringen
krachtens de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
en Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Arbeidsongeschiktheidspensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.
Zie: premievrije
pensioenopbouw
Arbeidsongeschiktheidsrisico
Het financiële risico als gevolg van arbeidsongeschiktheid.
Als risico's kunnen daarbij worden genoemd enerzijds de aanvulling
op het inkomen gedurende de periode van arbeidsongeschiktheid
en anderzijds de voortzetting van de pensioenopbouw gedurende die
periode.
Aspirant-deelnemer
Werknemer die een partner en/of kinderen heeft,
maar die nog niet de vereiste leeftijd heeft bereikt om deel te
mogen nemen aan de pensioenregeling van zijn werkgever. Voor aspirant-deelnemers
wordt op risicobasis een nabestaandenpensioen en soms ook
een arbeidsongeschiktheidspensioen verzekerd.
Asset-mix
Zie: beleggingsmix.
Attributie-analyse
Toont aan hoe een rendement tot stand is gekomen en waar de sterktes & zwaktes liggen. Brengt in kaart welke beslissingen hoeveel hebben bijgedragen aan het rendement. Denk aan allocatie en selectie bijdrage.
Auditcommissie
In ‘Principes voor goed pensioenfondsenbestuur’ geboden mogelijkheid om jaarlijks het functioneren van het bestuur te laten toetsen door een auditcommissie. Deze bestaat uit ten minste drie onafhankelijke deskundigen.
Autoriteit financiele markten
De AFM is toezichthouder op het gedrag van en de informatieverstrekking door alle partijen op de
financiële markten in Nederland. Zie ook
gedragstoezicht en
effectentypisch gedragstoezicht.
AWW
Afkorting voor de Algemene Weduwen- en Wezenwet.
De AWW is per 1 juli 1996 vervangen door de Anw.
Naar boven
|