|
4%-circuit
Aanduiding voor "Stichting 4%-circuit voor Waardeoverdracht"
die tot 1 januari 1999 bestond. Per deze datum is het
4%-circuit samen met het SDS-circuit opgegaan in een nieuwe stichting, genaamd
Het Circuit.
Zie ook: circuit voor
waardeoverdrachten, waardeoverdracht.
4%-plus-circuit
Aanduiding voor "Stichting 4%-plus-circuit voor Waardeoverdracht" die tot 1 januari 1999 bestond.
Per deze datum is het 4%-plus-circuit opgegaan in Het Pluscircuit
Zie ook: circuit voor
waardeoverdrachten, waardeoverdracht
15-Jaarsfinanciering
Op grond van het Uitvoeringsbesluit pensioenaspecten sociaal akkoord 2004 kan gedurende
twee jaar na 1 januari 2006 een pensioentoezegging over gemiste fiscale ruimte uit het verleden worden gedaan. Hierbij moet worden uitgegaan van een pensioenleeftijd van 65 jaar.
Met betrekking tot deze pensioenaanspraak mag worden afgeweken van bepaalde eisen in de
PW. De financiering en toekenning van de vastgestelde pensioenaanspraak hoeft pas na 15 jaar dan wel de eerdere pensioendatum plaats te vinden.
30%-regeling
Onder voorwaarden is het mogelijk voor werkgevers om een belastingvrije kostenvergoeding van 30% van
het loon toe te kennen aan buitenlandse werknemers. De buitenlandse werknemers moeten dan tijdelijk
in Nederland te werk gesteld zijn. Tot 1 januari 2001 betrof het bovengenoemde percentage 35% en werd
gesproken van de 35%-regeling.
40-Deelnemingsjarenpensioen
Met ingang van 1 januari 2005 kan een 40-deelnemingsjarenpensioen worden toegezegd. In de situatie dat een werknemer 40 deelnemingsjaren heeft bereikt kan – ongeacht het feitelijk opgebouwde pensioen – op 63-jarige leeftijd een ouderdomspensioen worden toegezegd van 70% van het laatst verdiende loon inclusief de AOW. Met ingang van 1 januari 2005 heeft de pensioenuitvoerder de verplichting om deelnemingsjaren te registreren.
(65-x)-systeem
Financieringsmethode voor pensioenaanspraken,
waarbij het verschil tussen bereikbare en al gefinancierde pensioenaanspraken
wordt gedeeld door het aantal toekomstige dienstjaren (pensioenleeftijd
minus reeds bereikte leeftijd, dus 65-x). De uitkomst van deze formule
geeft het pensioenbedrag dat met een koopsom moet worden
ingekocht. Dit principe wordt jaarlijks herhaald.
Verhogingen van pensioenaanspraken, die voortvloeien uit verhogingen
van de pensioengrondslag, worden bij de (65-x)-methode gelijkmatig
verdeeld over de toekomstige diensttijd. Dit betekent, voor één deelnemer gezien, dat de pensioenlasten in de jaren vlak
voor de pensioendatum erg hoog kunnen worden bij stijging
van de pensioengrondslag. Op grond van wijzigingen in de Pensioen-
en spaarfondsenwet is het 65-x-systeem per 1 januari 2000 verboden.
Hiervoor geldt een overgangsperiode van 10 jaar waarin de
financiering over de reeds verstreken jaren moet plaatsvinden.
100%-norm
Norm uit de Wet fiscale behandeling van pensioenen.
De norm houdt in dat het totale ouderdomspensioen, inclusief
de AOW, nooit meer mag bedragen dan 100% van het pensioengevend
loon. Het ouderdomspensioen mag bij wijze van uitzondering boven
de 100%-norm uitstijgen, indien dit wordt veroorzaakt door waardeoverdracht,
toeslagverlening op het pensioen, uitruil van partnerpensioen
voor ouderdomspensioen en bij variatie in de hoogte van de uitkering
binnen een bandbreedte van 100:75. Bij variabilisering mag de
genoemde bandbreedte in de periode voorafgaand aan de 65-jarige
leeftijd worden overschreden door een uitkering ter grootte van
tweemaal de AOW voor een gehuwde waarvan de partner 65 jaar of ouder
is.
130/30 strategie
130/30 is een beleggingsstrategie: 100% belegd in aandelen (zogenaamde long positie) en 30% van de portefeuille wordt geleend (zogenaamde short positie) om met de opbrengsten van de verkoop van de 30% geleende aandelen een additionele 30% aandelen te kopen. Deze strategie kan profiteren van een daling of stijging van individuele aandelen. Door het loslaten van de limiet van 0% short positie en uitbreiding van de 100% long positie kunnen 130/30 strategieën grotere onder- en overwegingen innemen met betrekking tot de benchmark dan long-only vermogensbeheerders, omdat deze laatste alleen individuele aandelen kunnen onderwegen door er niet in te beleggen.
Naar boven
|