skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiebusiness issuesdienstenideeën en onderzoekactualiteiten

vaktechnisch

Pensioenbegrippen

Home > Europe Home > Nederland Home > Vaktechnisch > Pensioenbegrippen

Vaktechnisch

Overzicht
Technische en beleidspublicaties
Pensioenregelgeving
Pensioenbegrippen
Statistische data
Internet links
Worldwide Research

global web sites

Backservice
Verhoging van pensioenaanspraken over achterliggende dienstjaren bij verhoging van de pensioengrondslag. Deze verhoging van pensioenaanspraken komt voor in eindloonregelingen.

Backservicepensioen
Het deel van het totale pensioen dat betrekking heeft op verstreken jaren van deelneming.

Backservicereserve
De contante waarde van het gedeelte van de backserviceverplichtingen, dat nog niet is gefinancierd met koopsom- of premiebetalingen aan een pensioenfonds of levensverzekeraar.
De term "backservicereserve" wordt vaak gebruikt om een bepaalde reservering op de balans van een onderneming mee aan te duiden.

Backserviceverplichtingen
De verplichtingen met betrekking tot de backservicepensioenen.
In de fiscale sfeer wordt met "backserviceverplichtingen" ook wel dat gedeelte van het totale backservicepensioen bedoeld, dat nog niet met betaling van koopsommen of premies is gefinancierd.

Balanced mandaat
In de traditionele beleggingscategorieën belegd: aandelen en vastrentende waarden.

Barber-arrest
Arrest van 17 mei 1990 waarin het Europese Hof van Justitie heeft bepaald dat pensioen kan worden aangemerkt als een vorm van beloning in de zin van artikel 119 (thans artikel 141) van het EU-Verdrag, zodat directe of indirecte discriminatie op grond van geslacht in aanvullende pensioenregelingen niet is toegestaan. Dit betekent dat aanvullende pensioenregelingen onder bepaalde voorwaarden in ieder element voor mannen en vrouwen gelijk moeten zijn.

Basisaftrek
Zie: basisruimte

Basisruimte
Het bedrag aan lijfrentepremieaftrek dat tot 1 januari 2003 door iedere belastingplichtige kon worden geclaimd, ongeacht de vraag of er sprake was van een pensioentekort. De lijfrentepremieaftrek uit hoofde van de basisruimte bedroeg (voor het jaar 2002) € 1.069. Als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om vrijwillige pensioenpremie te betalen uit een geblokkeerde werknemersspaarregeling moest deze pensioenpremie nog wel op de basisruimte in mindering worden gebracht. De basisruimte was niet onderling overdraagbaar tussen partners.
Per 1 januari 2003 is de basisruimte komen te vervallen.

Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. In principe zijn alle werknemers en soms ook een aantal zelfstandigen uit die bedrijfstakken voor hun pensioen verzekerd bij dit bedrijfstakpensioenfonds. Bij een bedrijfstakpensioenfonds is meestal een flink aantal werkgevers aangesloten. Soms zijn die werkgevers volgens een CAO verplicht om zich aan te sluiten, maar meestal zijn ze verplicht krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000. In de Vrijstellingsregeling Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000 is een aantal gevallen opgenomen waarin een werkgever zich niet bij het bedrijfstakpensioenfonds hoeft aan te sluiten. Het bedrijfstakpensioenfonds voert één verplichte pensioenregeling uit voor alle werknemers in de bedrijfstak, meestal tegen een uniforme premie.

Begunstiging
Aanwijzing van de gerechtigde op toekomstige uitkeringen van pensioen of levensverzekering.

Behaalbaar pensioen
Het pensioen dat een deelnemer zou kunnen behalen, als deze tot de pensioenleeftijd aan de pensioenregeling van zijn werkgever zou blijven deelnemen. Hierbij wordt verondersteld dat de berekeningsgrondslagen in die periode gelijk blijven.

Beklemd vermogen
Beklemd vermogen is het gedeelte van de activa dat in een bepaald opzicht niet vrij beschikbaar is, afhankelijk van de activa en de passiva.

Belastingoperatie-oort
De invoering in 1990 van een nieuwe regeling voor belasting- en premieheffing.

Beleggingsmix
De verdeling van beleggingen over verschillende beleggingscategorieën, zoals bijvoorbeeld: aandelen, onroerend goed en vastrentende waarden met een nadere onderverdeling in binnen- en buitenlandse beleggingen.

Beleggingsbeleid
Een pensioenfonds is verplicht om op prudente wijze te beleggen. Het beleggingsbeleid van een pensioenfonds is enerzijds gericht op het zoveel mogelijk uitsluiten van beleggingsrisico's en anderzijds op het behalen van een zo hoog mogelijk rendement. Bovendien moet de afstemming van beleggingen op de verplichtingen juist zijn: het pensioenfonds moet op het juiste moment aan haar verplichtingen kunnen voldoen.
Om optimaal aan deze uitgangspunten te voldoen is een juiste samenstelling van de beleggingsmix noodzakelijk, die met behulp van een ALM-studie kan worden vastgesteld.

Beleggingsinstructie
Zie: mandaat vermogensbeheer.

Beleggingsrichtlijnen
Zie: mandaat vermogensbeheer.

Beleggingsrisico's
Risico’s verbonden aan het beleggen; de verwachte rendementen kunnen in werkelijkheid hoger of lager uitvallen (‘Rendementen uit het verleden bieden geen garantie voor de toekomst’).

Benchmark (index)
Een objectieve maatstaf voor zowel de samenstelling als de performance van het belegde vermogen. Een benchmarkindex is een mandje van -bijvoorbeeld- een aantal aandelen. In beginsel bepaalt de totale waarde van alle uitstaande aandelen de waarde van een index; fluctuaties in de waarde van de index worden derhalve veroorzaakt door koersfluctuaties van de in de index opgenomen aandelen. Een bekend voorbeeld van een index die als benchmark wordt gebruikt is de AEX-index.

Benchmarking
Het vaststellen van resultaten op een objectieve en verifieerbare wijze.

Bepaalde man/vrouw/partnersysteem
Een systeem voor reservering voor partnerpensioenen, waarbij alleen dan voor partnerpensioen wordt gereserveerd indien de deelnemer daadwerkelijk gehuwd is, een geregistreerd partnerschap is aangegaan, dan wel een partner heeft. Dit systeem voor reservering is inmiddels niet meer toegestaan.

Bereikbaar pensioen
Zie: betaalbaar pensioen.

Beroepspensioenfonds
Pensioenfonds voor beoefenaren van een bepaald beroep, zoals notarissen, huisartsen, actuarissen en vroedvrouwen. Als een beroepspensioenfonds aanwezig is, zijn alle beroepsgenoten verplicht om zich bij dat fonds aan te sluiten. Het is ook mogelijk dat er geen beroepspensioenfonds is opgericht, maar dat er een rechtspersoon in het leven is geroepen, die er op toeziet dat beroepsgenoten een bepaalde basispensioenregeling voor zichzelf treffen bij een levensverzekeraar.
Op beroepspensioenregelingen is voor wat betreft de inhoud van een beroepspensioenregeling niet de Pensioen- en spaarfondsenwet of met ingang van 1 januari 2007 de Pensioenwet van toepassing, maar de Wet verplichte beroepspensioenregeling (voorheen de Wet verplichte deelneming in een beroepspensioenregeling). Beroepspensioenfondsen vallen voor wat betreft de toezichtbepalingen onder de werking van de Pensioenwet.

Beschikbare-premieregeling
Pensioenregeling waarin de hoogte van het pensioen afhankelijk is van de krachtens de pensioenregeling beschikbaar gestelde premies en over het totaal hiervan behaalde beleggingsopbrengsten. Het aldus opgebouwde pensioenkapitaal wordt op de pensioendatum omgezet in een recht op periodieke pensioenuitkeringen. Met behulp van actuariële grondslagen en methoden wordt bij pensioneren de precieze hoogte van het pensioen vastgesteld.

Bestuurssamenstelling pensioenfonds
In het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds moeten de vertegenwoordigers van werkgevers- en werknemersvakverenigingen in de desbetreffende bedrijfstak in gelijken getale zitting hebben. Het bestuur van een bedrijfstakpensioenfonds moet dus verplicht paritair zijn samengesteld.
In het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moeten de vertegenwoordigers van de deelnemende werknemers ten minste evenveel zetels bezetten als de vertegenwoordigers van de werkgever. Het bestuur van een ondernemingspensioenfonds moet dus ten minste paritair zijn samengesteld: vertegenwoordigers van de werknemers mogen méér zetels bezetten dan de vertegenwoordigers van de werkgever, maar dat is geen verplichting.
De deelnemers moeten in het bestuur van elk pensioenfonds zijn vertegenwoordigd. Bovendien mogen de statuten en reglementen van pensioenfondsen nooit bepalingen bevatten, die het bestuurslidmaatschap onbereikbaar maken voor gewezen deelnemers.
Deze bepalingen over de samenstelling van besturen van pensioenfondsen zijn opgenomen in de Pensioenwet. Op grond van de Pensioenwet moeten alle (her)benoemde bestuursleden worden getoetst op deskundigheid en betrouwbaarheid. Wat onder deskundig en betrouwbaar dient te worden verstaan is nader uitgewerkt in de Pensioenwet en de hierop gebaseerde lagere regelgeving.

Bestuurstaken pensioenfonds
Het bestuur van een pensioenfonds stelt het pensioenreglement vast, bepaalt de hoogte van premies en technische voorzieningen, zorgt voor de administratie van aanspraken, beleggingen en uitkeringen, voert beleggingsbeleid uit, sluit herverzekeringsovereenkomsten af en regelt de dagelijkse gang van zaken. Het bestuur kan een deel van deze taken delegeren aan anderen, maar het blijft zelf eindverantwoordelijk.

Beursgenoteerd
Effecten die op de beurs verhandelbaar en genoteerd zijn. Zij kennen openbare prijzen en prijsvorming.

Beta
Een maatstaf die weergeeft in welke mate het rendement van een aandeel of beleggingsportefeuille kan stijgen of dalen als het rendement van de benchmark stijgt of daalt. Beta kan positief of negatief zijn, de beta van de benchmark is per definitie 1. Bijvoorbeeld: een portefeuille heeft een beta van 0,8. Een stijging van de benchmark met 1% heeft dan een stijging van 0,8% van de portefeuille tot gevolg.

Bijzonder partnerpensioen
Indien het huwelijk, geregistreerd partnerschap of partnerrelatie in de zin van de pensioenovereenkomst van een (gewezen) deelnemer aan een pensioenregeling eindigt, verkrijgt de gewezen echtgenoot of partner een premievrije aanspraak op partnerpensioen, tenzij expliciet anders is overeengekomen.
Zie ook: Wet verevening pensioenrechten bij scheiding en echtscheiding.

B-polis
De Pensioen- en spaarfondsenwet kent een beperkt aantal mogelijkheden om een pensioentoezegging uit te voeren. Eén daarvan is het sluiten van een levensverzekeringsovereenkomst met een wettelijk toegelaten levensverzekeraar (artikel 2, vierde lid, sub B: vandaar de naam B-polis).
Bij deze levensverzekeringsovereenkomst is de werkgever degene die de verzekering afsluit; hij heet de "verzekeringnemer". De werknemer, die is verbonden aan de onderneming van de werkgever, is de verzekerde. Op B-polissen is een krachtens de Pensioen- en spaarfondsenwet uitgevaardigde beschikking van toepassing, namelijk de Regelen verzekeringsovereenkomsten Pensioen- en spaarfondsenwet. De Pensioenwet staat nog slechts een rechtstreeks verzekerde regeling toe indien deze de vorm heeft van een B-polis. De naamgeving is echter niet langer gerelateerd aan een bestaand artikel, dus mogelijk verdwijnt het begrip ‘B-polis’.
Zie ook: C-polis.

Boon/Van Loon-arrest
Voor scheidingen die plaatsvonden tussen 27 november 1981 en 1 mei 1995, waren regels van kracht met betrekking tot pensioenen, die voortvloeiden uit dit arrest van de Hoge Raad. De op de scheidingsdatum opgebouwde pensioenaanspraken maakten deel uit van de te scheiden boedel bij echtscheiding en bij ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed. Deze zogenaamde verrekening van pensioenaanspraken vond plaats indien al of niet overeengekomen huwelijkse voorwaarden daartoe aanleiding gaven. Er diende sprake te zijn van enige mate van vermogensgemeenschap.Als gevolg van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding is dit arrest van de Hoge Raad (27 november 1981, NJ 1982, 503) niet meer van toepassing voor scheidingen na 1 mei 1995.

Bottom up beleggen
Een wijze van portefeuille samenstelling waarbij de focus met name ligt op het selecteren van individuele vermogenstitels en waarbij de allocatie over landen en sectoren op de tweede plaats komt.
Zie ookTop down beleggen

Bovenmatig pensioen
Zie onzuivere pensioenregeling

Brans-tafel
Bij het berekenen van de financieringskosten van pensioenen en levensverzekeringen worden tabellen met sterftekansen gebruikt. Hiermee is het mogelijk om de verwachte levensduur van verzekerden te berekenen. De meeste sterftetafels zijn gebaseerd op waarnemingen over de hele bevolking uit het verleden. Toekomstige ontwikkelingen met betrekking tot sterfte zijn er niet in opgenomen. Ook het feit dat mensen met een hoog pensioen gemiddeld langer leven, is er niet in opgenomen.
Watson Wyatt BV heeft een eigen sterftetafel ontwikkeld: de Brans-tafel. Bij deze Brans-tafel wordt op basis van prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek op geleidelijke wijze rekening gehouden met toekomstige verbeteringen in de levensverwachting van de Nederlandse bevolking en met de afwijkende ervaringssterfte van de Nederlandse beroepsbevolking.

Brutering
Omrekening naar een bruto bedrag of uitkering waarbij een (gelijkblijvend) netto bedrag of netto uitkering het uitgangspunt is. Hierbij wordt onder andere rekening gehouden met de verschuldigde belasting.

Buffer (-reserve)
Zie: overreserve.

Buy and hold beleggen
Beleggingen worden voor langere tijd in de portefeuille gehouden, waarbij een afgesproken benchmark van secundair belang is.

Naar boven

Menu
A C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R S T
U V W X
Y Z