|
IASB
Afkorting voor International Accouting Standards Board. Dit is een
onafhankelijk en privaat orgaan dat financiële verslaggevingsregels
opstelt. De IASB heeft als doel te komen tot eenduidige regels
die wereldwijd toepasbaar zijn: de IFRS
Zie ook IAS
IAS
Afkorting voor International Accounting Standards. Dit is de naam
die werd gegeven aan de door de IASC uitgevaardigde
verslagleggingsregels. De IASC is de voorganger van de
IASB. Door IASB uitgevaardigde regels worden
IFRS genoemd. Vrijwel alle nog
bestaande IAS regels zijn vanaf 1 januari 2005 verplicht van
toepassing voor beursgenoteerde ondernemingen in lidstaten van de
Europese Unie. In Nederland is het ook voor andere ondernemingen
toegestaan deze regels toe te passen.
IAS 19 (IFRS)
De International Accounting Standard 19 (IAS 19) heeft betrekking op
de wijze waarop de financiële consequenties van de pensioenregeling
in de jaarverslaglegging van de onderneming tot uitdrukking dienen
te worden gebracht.
Op grond van IAS19 moet een vergelijking worden gemaakt tussen de pensioenpremies die in een boekjaar werkelijk zijn betaald en de pensioenkosten die aan datzelfde boekjaar zijn toe te rekenen volgens een bepaalde standaardmethode (Projected Unit Credit methode). In die standaardmethode worden pensioenkosten gelijkmatig verdeeld over de gehele diensttijd van alle deelnemers waarbij rekening wordt gehouden met aannames over toekomstige loonontwikkeling, uittredings-
en sterftekansen etc.
Indien volgens de standaardmethode sprake is van vooruitbetaalde kosten, moeten deze op de balans van de onderneming worden geactiveerd (“overschot”). Aan de passiefzijde van de balans moet bovendien een voorziening worden gevormd, als reeds verkregen pensioenaanspraken niet voldoende door de activa van het pensioenfonds worden gedekt (“tekort”). Met behulp van de 10% corridor methodiek kunnen (voorlopig) de winsten/verliezen in enig jaar worden verdeeld over de toekomst. Hierdoor kan het zijn dat de balanspositie niet gelijk is aan het werkelijke “overschot” of “tekort” op de pensioenregeling van de onderneming.
IFRIC
Niet altijd is duidelijk op welke wijze de IFRS uitgelegd en uitgevoerd moet worden. Ook zijn niet alle situaties geregeld in de IFRS. Hiervoor is in december 2001 het IFRIC (afkorting van The International Financial Reporting Interpretations Committee) ingesteld. Dit orgaan kan – na publieke consultatie – door middel van gezaghebbende interpretaties sturing geven aan de wijze waarop de
IFRS moet worden toegepast.
IFRS
Afkorting voor International Financial Reporting Standards. Set van verslaggevingsregels uitgevaardigd door de
IASB. Nieuwe term die in de plaats is gekomen van IAS. Alle IFRS (en vrijwel alle
IAS) regels zijn vanaf 1 januari 2005 verplicht van toepassing voor beursgenoteerde ondernemingen in lidstaten van de Europese Unie. In Nederland is het ook voor andere ondernemingen toegestaan deze regels toe te passen.
Inactieven
Zie: niet-actieven.
Inbouw van de AOW
Het ouderdomspensioen
is bedoeld als aanvulling op de AOW-uitkering. Samen
met de AOW zal in een standaard pensioenregeling het
ouderdomspensioen uitkomen op 70% van het inkomen. Over een
deel van het inkomen (waarvan 70% gelijk is aan de AOW) hoeft
daarom geen pensioen te worden opgebouwd. Als dit principe is
opgenomen in de pensioenregeling heet dat: "Inbouw van de AOW". Tot 8
juli 1994 was het wettelijk verboden voor de werkgever om de
vakantietoeslag en de structurele verhogingen van de AOW in
mindering te brengen op pensioentoezeggingen. Van dit verbod
kon een werkgever dispensatie krijgen als sprake was van:
In
verreweg de meeste pensioenregelingen wordt geen inbouw van de AOW meer toegepast maar wordt met de
AOW-uitkering
rekening gehouden door het toepassen van een franchise.
Met ingang van de
Wet fiscale
behandeling pensioenen moet rekening
worden gehouden met de AOW-uitkering inclusief vakantietoeslag en
structurele verhogingen.
Index beleggen
Een passieve beleggingsstijl waarbij de samenstelling (en daarmee de performance)
van een gekozen
benchmark zo nauwkeurig
mogelijk wordt nagebootst. De samenstelling van de index kan in de
portefeuille worden gereflecteerd door het opnemen van ieder aandeel
van de index in dezelfde verhouding (replication) of door het
selecteren van een kleiner aantal aandelen die de karakteristieken
van de index weergeven (techniek wordt sampling genoemd).
Indexatie (ook Indexering)
Zie ook: toeslag
Indexatieambitie
Zie ook: toeslagambitie
Indexatielabel
Zie: toeslagenlabel
Indexatiematrix
Een door het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gepubliceerd document (met handleiding) welke een aanvulling vormt op de Hoofdlijnennota (SZW, februari 2004) en de Uitwerkingsnota (SZW, oktober 2004). Het een en ander in het kader van het FTK en met
de bedoeling dat dit een onderdeel gaat uitmaken van de
Pensioenwet.
De indexatiematrix beoogd inzicht te geven in de samenhang tussen ambitie, financiering, reglement en communicatie met betrekking tot het eventuele voornemen tot het verlenen van indexatie. De
indexatiematrix maakt onderscheid tussen verscheidene vormen van voorwaardelijk en onvoorwaardelijk toeslagbeleid en combinaties daarvan. Voor elke indexatiecategorie wordt het indexatiebeleid, de financiering, de reglementering en de wijze van communicatie voorgeschreven. Ook wordt aangegeven wanneer een premiekorting is toegestaan.
In navolging op deze indexatiematrix is een aangepast matrix in
concept opgesteld. Deze is in de
Pensioenwet
verankerd.
Zie hiervoor: toeslagenmatrix
Indirecte
discriminatie
Onder indirecte discriminatie wordt het gebruik van een
ogenschijnlijk neutraal criterium verstaan, dat uitsluitend of in
overwegende mate personen uit een bepaalde (leeftijds)groep of van
een bepaald geslacht benadeelt, zonder dat er sprake is van een
rechtvaardigingsgrond die niets van doen heeft met de discriminatie.
Een voorbeeld is de in het verleden veel voorkomende uitsluiting
van parttimers van deelname aan de pensioenregeling, die in de
praktijk vooral vrouwen bleek te treffen.
Individualisering (van pensioenregelingen)
Het wijzigen of opstellen van een pensioenregeling, waardoor deelnemers
een aantal keuzemogelijkheden krijgen om hun pensioenpakket naar hun
individuele omstandigheden en inzichten te kunnen inrichten.
Een voorbeeld hiervan is het bieden van een keuze over de datum van de
pensioeningang. Naast individualisering wordt ook wel gesproken van flexibilisering
van pensioenregelingen of van pensioenregelingen op basis van
het cafetariasysteem.
Inflatie
Verschijnsel dat met verloop van jaren met een gelijk aantal euro’s
steeds minder gekocht kan worden. Hierbij wordt het volgende
onderscheid gemaakt:
- prijsinflatie: consumenten kunnen steeds minder kopen als ze
hetzelfde aantal euro’s blijven besteden. Bij een koppeling aan een
prijsindex blijven pensioenuitkeringen waardevast.
- looninflatie: werknemers kunnen steeds minder kopen als ze
hetzelfde loon krijgen. Bij een koppeling aan een loonindex-cijfer
blijven pensioenuitkeringen welvaartsvast.
Inflatie gerelateerde obligaties
Obligaties die (1) nominale coupons genereren en (2) waarvoor geldt
dat de hoofdsom met de inflatie groeit.
Informatieverplichtingen
Aanduiding voor de in de Pensioenwet
opgenomen verplichtingen voor de pensioenuitvoerder en de
werkgever om aan deelnemers/verzekerden
informatie te verstrekken over de aard en de omvang van de
verzekerde pensioenaanspraken.
Information ratio
Maatstaf voor rendementsrisico die gebruikt wordt bij het beoordelen
van de prestatie van een vermogensbeheerder. De informatie ratio
wordt berekend door de behaalde outperformance
te delen door de tracking error.
Hoe hoger de informatie ratio des te hoger is het behaalde rendement
per eenheid risico.
Infrastructure
Niet-tradionele beleggingsstrategie. Beleggingen in projecten die betrekking hebben op bijvoorbeeld vliegvelden, tolwegen, havens of nutsbedrijven. Genereren regelmatige inkomsten met doorgaans lange looptijden.
Inhaalkoopsom(-systeem)
In een eindloonregeling nemen de pensioenaanspraken over voorgaande
jaren toe bij een loonsverhoging. Bij toepassing van het
inhaalkoopsomsysteem wordt de financiering van deze toename
uitgesmeerd over alle toekomstige jaren van deelname aan de
pensioenregeling. Een deel van de aanspraken over verstreken jaren
van deelneming wordt dus in de toekomst gefinancierd. Men spreekt ook wel van financiering door middel van stortingskoopsommen
of van (65-x)-systeem. Per 1 januari 2000 is deze wijze van
financieren verboden. Er geldt wel een overgangsperiode van 10 jaar
waarin de financiering over de reeds verstreken jaren moet
plaatsvinden.
Inhaalpremie(-systeem)
In dit
financieringssysteem voor eindloonregelingen wordt
jaarlijks een premiehoogte berekend, die in principe in de toekomst
gelijk kan blijven. Alleen als de pensioengrondslag verandert,
verandert de premiehoogte.De term ‘inhaalpremie’ duidt erop dat pensioenaanspraken over
verstreken jaren van deelneming in de toekomst worden gefinancierd.Dit
inhaalpremiesysteem lijkt op het inhaalkoopsomsysteem, maar
er is een groot verschil. Bij het inhaalkoopsomsysteem wordt elk
jaar dezelfde aanspraak ingekocht tegen jaarlijks stijgende koopsommen.
Bij het inhaalpremiesysteem blijven de premies elk jaar
gelijk, terwijl jaarlijks steeds afnemende aanspraken worden
ingekocht. Vanaf 1 januari 2000 is deze wijze van financieren verboden.
Inkomenstoets
Begrip waarmee wordt aangegeven dat een bepaalde uitkering
inkomensafhankelijk is. Een uitkeringsinstantie beoordeelt of
eventueel inkomen op de uitkering in mindering moet worden gebracht. Anw-uitkeringen en de partnertoeslag ingevolge de AOW zijn voorbeelden van inkomensafhankelijke uitkeringen.
Inlooprisico
Het risico dat een uitkering moet worden verstrekt aan een of meer werknemers uit hoofde van een ziekte of aandoening die reeds bij ingang van de (collectieve) verzekering bestond. Dit risico wordt veelal in het verzekeringscontract uitgesloten. In sommige gevallen wordt hierover echter nadere afspraken gemaakt. Zie ook uitlooprisico.
Instituut Ombudsman Pensioenen
Zie: Ombudsman Pensioenen
Interest
Vergoeding (in percentage) voor het uitlenen van geld, ofwel rente.
Interestmethode
Methode voor het maken van reserveringen voor individuele pensioentoezeggingen
op de balans van een onderneming. Hierbij wordt het vermogen
opgebouwd, dat op de pensioendatum nodig is voor het doen van
uitkeringen. Tijdens de opbouwperiode wordt rekening gehouden met
rente die het vermogen doet toenemen. Hierin onderscheidt deze
methode zich van de lineaire
methode. Omdat sterftekansen
echter buiten beschouwing worden gelaten, mag deze
financieringsmethode sinds 1 januari 1995 niet meer worden
gehanteerd.
Intern toezicht
Het kritisch beoordelen van het functioneren van het (betstuur van het) pensioenfonds door onafhankelijke deskundigen. Het intern toezicht maakt deel uit van de
principes voor goed pensioenfondsbestuur. Het doel van het intern toezicht is het beter functioneren van het pensioenfonds(bestuur).
Interne waardeoverdracht
Zie: waardeoverdracht.
Invaliditeitspensioen
Zie: arbeidsongeschiktheidspensioen.
IORP-richtlijn
Europese richtlijn betreffende de werkzaamheden van en het toezicht op instellingen voor bedrijfspensioenvoorzieningen (richtlijn 2003/41/EG). De afkorting IORP staat voor “Institution for Occupational Retirement Provisions”. Alle Nederlandse pensioenfondsen vallen onder deze richtlijn. De bepalingen van de richtlijn zijn in de Nederlandse wetgeving geïmplementeerd.
Zie ook: API.
IVA
Afkorting van 'Regeling inkomensvoorziening volledig arbeidsongeschikten'.
Regeling bestemd voor werknemers die na twee jaar ziekte volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn.
Een werknemer is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt als hij niet meer dan 20% van zijn laatstverdiende loon kan verdienen en hij
naar verwachting ook niet meer beter zal worden. Deze (ex)-werknemers kunnen een beroep doen op de IVA. Die bestaat uit een uitkering die is gebaseerd op het laatstverdiende loon (tot een maximum van 75% van het dagloon) en daarna een vervolguitkering (75% van het minimumloon, verhoogd met een bedrag dat toeneemt naarmate iemand langer heeft gewerkt).
Zie ook: WGA.
Naar boven
|