skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiebusiness issuesdienstenideeën en onderzoekactualiteiten

vaktechnisch

Pensioenbegrippen

Home > Europe Home > Nederland Home > Vaktechnisch > Pensioenbegrippen

Vaktechnisch

Overzicht
Technische en beleidspublicaties
Pensioenregelgeving
Pensioenbegrippen
Statistische data
Internet links
Worldwide Research

global web sites

Objectieve rechtvaardigingsgronden
Als er sprake is van een indirecte of directe (leeftijds)discriminatie, waarvoor geen wettelijke uitzondering geldt, zal het gehanteerde onderscheid slechts toegestaan zijn, indien hiervoor objectieve rechtvaardigingsgronden kunnen worden aangevoerd. Hiervan is sprake indien:

  1. er sprake is van een legitiem doel (voor de leeftijdsgrens) (het doel is op zich niet discriminerend en voldoet aan een werkelijke behoefte); en
  2. het middel (de leeftijdsgrens) passend is (geschikt om het doel te bereiken); en
  3. het mideel (de leeftijdsgrens) noodzakelijk is (het doel kan niet met een ander – niet discriminerend – middel bereikt worden).

OFP
Afkorting voor Organisme voor de financiering van Pensioenen.

Ombudsman Pensioenen
Deze onafhankelijke instantie heeft als doel het behandelen van klachten en geschillen die betrekking hebben op de uitvoering van het pensioenreglement van een pensioenfonds dat bij de OPF of de VB is aangesloten. Samen hebben zij het Instituut Ombudsman Pensioenen ingesteld. Het bestuur van het Instituut benoemt een Ombudsman Pensioenen die de klachten en geschillen afhandelt. De Ombudsman Pensioenen neemt klachten over pensioenfondsen pas in behandeling als de interne klachtenprocedure van een pensioenfonds is doorlopen.

Ombudsman levensverzekering
De levensverzekeringsbranche heeft een Ombudsman Levensverzekering ingesteld. Mensen die klachten hebben over verzekeringsmaatschappijen of tussenpersonen kunnen hier terecht.

Omkeerregel
De omkeerregel is een bepaling in de Wet op de loonbelasting 1964, die inhoudt dat aanspraken die berusten op een pensioenregeling niet tot het loon behoren. De omkeerregel bewerkstelligt dat niet de aanspraken op grond van een pensioenregeling tot het loon behoren, maar de genoten pensioenuitkeringen. De omkeerregel geldt ook voor andere uitkeringen en aanspraken, zoals die gebaseerd op een VUT-regeling. Hieruit volgt dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

Omslagstelsel
Financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan uitkeringsgerechtigden worden betaald. Bij omslagdekking worden de uitkeringen die in een bepaald jaar collectief zijn verschuldigd, omgeslagen over degenen die in dat jaar bijdrageplichtig zijn. Er vindt géén reservering plaats voor toekomstige uitkeringen. Dat laatste gebeurt wel bij het kapitaaldekkingsstelsel en het rentedekkingsstelsel. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW. De Pensioenwet staat omslagdekking voor toegezegde aanspraken op ouderdomspensioen niet toe. Vereist wordt dat het ouderdomspensioen wordt gefinancierd op basis van kapitaaldekking.

Omvangskorting
Korting die een levensverzekeraar verleent op de in rekening gebrachte kostenopslag, als de jaarpremie of koopsom die voortvloeit uit het desbetreffende pensioencontract, een bepaald minimum te boven gaat.

Onbepaalde man/vrouw/partnersysteem
Systeem voor reservering voor partnerpensioen, waarbij op basis van huwelijks-/partnerfrequenties ervan wordt uitgegaan, dat een bepaald deel van de deelnemers aan een pensioenregeling een partner heeft, voor wie een partnerpensioen moet worden verzekerd. Op het moment van overlijden van een deelnemer wordt pas onderzocht of deze al dan niet een pensioengerechtigde partner nalaat. Vanaf 2002 dient reservering voor nabestaandenpensioen verplicht volgens het onbepaalde vrouw/man/partnersysteem plaats te vinden.

Onderdekking
Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s te dekken. Op 30 september 2002 heeft de Nederlandsche Bank een brief aan de besturen van pensioenfondsen gestuurd met de titel “Uitgangspunten voor de financiële opzet en positie van pensioenfondsen”. Uit deze brief blijkt dat De Nederlandsche Bank een dekkingsgraad verlangt van minimaal 105%. Bij een lagere dekkingsgraad is sprake van onderdekking. In het Besluit van 27 januari 2006 (algemene maatregel van bestuur) worden nadere regels gesteld met betrekking tot het minimumbedrag van het eigen vermogen van pensioenfondsen en beroepspensioenfondsen.

Ondernemingspensioenfonds
De Pensioenwet geeft als definitie: een pensioenfonds verbonden aan een onderneming of aan een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van een stichting. Ondernemingspensioenfondsen dient men niet te verwarren met bedrijfstakpensioenfondsen
Zie ook: groepscriterium

One tier board
Een monistische bestuursvorm waarbij er binnen het bestuursorgaan onderscheid wordt gemaakt tussen bestuurders die zijn belast met de uitvoerende werkzaamheden en bestuurders die zijn belast met het toezicht op die werkzaamheden. Het toezicht wordt in dit – uit het Angelsaksische recht afkomstige – stelsel derhalve vormgegeven binnen één bestuursorgaan. De systematiek van een one tier board kan volgens de ‘Principes voor goed pensioenfondsenbestuur’ bij een pensioenfonds worden ingevuld door de verschillende taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur in de statuten vast te leggen. Vervolgens kan het algemeen bestuur toezicht houden op het dagelijks bestuur.

Ongehuwdenpensioen
Zie: alleenstaandenpensioen.

Onroerend goed
Zie: vastgoed.

Ontgroening
Situatie waarin jaarlijks het aantal toetredende actieve deelnemers in een pensioenregeling bij de in die regeling geldende aanvangsleeftijd een dalende tendens vertoont. De gemiddelde leeftijd van de actieve deelnemers zal daardoor een stijgende tendens vertonen.

Ontslag
Beëindiging van het dienstverband met de werkgever anders dan door overlijden of pensionering, waardoor het deelnemerschap aan de pensioenregeling in principe wordt beëindigd.

Onzuivere pensioenregeling
Van een onzuivere pensioenregeling is sprake als de regeling wordt uitgevoerd door een niet toegelaten pensioenuitvoerder of als de regeling het wettelijk kader van artikel 18 tot en met 18h van de Wet op de loonbelasting 1964 te buiten gaat. De waarde van de Pensioenaanspraken die zijn verkregen uit onzuivere pensioenregelingen worden tot het loon van de werknemer gerekend. De in de toekomst te ontvangen uitkeringen kunnen onbelast worden ontvangen. Wel dient de waarde van deze pensioenaanspraak jaarlijks tot de heffingsgrondslag van box 3 te worden gerekend.

Een onzuivere pensioenregeling, ook wel bovenmatige pensioenregeling genoemd, kan door de Minister van financiën worden aangewezen als erkende pensioenregeling. De regeling wordt dan behandeld als een zuivere pensioenregeling.

OORT
Zie: belastingoperatie-Oort

Opbouwkeuzevoet
De verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd.

Opbouw-pensioenregeling
Door jaarlijks een percentage van de dan geldende pensioengrondslag als pensioenaanspraak te verlenen ontstaat uiteindelijk een pensioen dat de optelling is van de tijdens de verstreken dienstjaren opgebouwde aanspraken. Deze methode geeft dezelfde uitkomst aan pensioen als bij de gemiddelde salaris-pensioenregeling (middelloonregeling). Bij de opbouw-pensioenregelingen is het overigens gebruikelijk om regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks) de opgebouwde pensioenaanspraken aan te passen aan de algemene loontrend of inflatie.

Opdrachtbrief
Document dat wellicht in de Pensioenwet een plaats zou krijgen met daarin alle gemaakte afspraken tussen de werkgever en het pensioenfonds. In het uiteindelijke wetsvoorstel komt de opdrachtbrief niet meer voor. Hiervoor in de plaats is gekomen de uitvoeringsovereenkomst

OPF
Afkorting van Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen.

Opties
Het recht om een aandeel te kopen (call optie) of te verkopen (put optie) tegen een vooraf vastgestelde prijs (uitoefenprijs) op een bepaald tijdstip, of binnen een bepaalde termijn. Dit recht kan normaliter alleen worden verkregen door het betalen van een bedrag (optiepremie) aan de verkoper (schrijver) van de optie.

Organisme voor de financiering van pensioenen
Belgische tegenhanger van de API. De OFP’s zijn in België een verplichte rechtsvorm geworden. Alle nieuw op te richten pensioenfondsen dienen deze rechtsvorm te hebben. Alle bestaande pensioenfondsen dienen voor 1 januari 2012 deze rechtsvorm te hebben aangenomen. De Belgische wetgever heeft hier overgangswetgeving voor vastgesteld. Indien het pensioenfonds vóór 1 augustus 2007 van rechtsvorm is veranderd hoeft er geen ‘successietax’ te worden betaald (0,17% van de activa).

Organogram
Een beschrijving van de interne organisatie van bijvoorbeeld een pensioenfonds. Op grond van de Pensioenwet dient een actuariële en bedrijfstechnische nota een organogram te bevatten.

OTC-derivaten
Afkorting van Over-The-Counter derivaten.

Ouderdomspensioen
Pensioen, bestemd voor de levenslange financiële verzorging van de gerechtigde, nadat deze de in de pensioenregeling omschreven pensioenleeftijd heeft bereikt.

Outperformance
Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief of negatief). Dit verschil geeft aan hoeveel waarde is toegevoegd door middel van actief beleggen. Outperformance wordt ook wel alpha genoemd.

Overbruggingspensioen
In veel pensioenregelingen bestaat de mogelijkheid om vóór de 65e verjaardag met pensioen te gaan. In de periode tussen de desbetreffende pensioenleeftijd en de 65e verjaardag ontvangt de gepensioneerde nog geen AOW-uitkering. Personen die jonger zijn dan 65 jaar, zijn bovendien verplicht bepaalde sociale verzekeringspremies te betalen, zoals de AOW-premie, die na de 65e verjaardag niet meer verschuldigd zijn. Om het inkomensverschil in de periode vóór de 65e verjaardag te overbruggen, bevatten veel pensioenregelingen een overbruggingspensioen. Dit kan bestaan uit enerzijds een extra uitkering die de AOW-uitkering vervangt, en anderzijds een (gebruteerde) compensatie voor nog te betalen premies volksverzekeringen.
Met ingang van 1 januari 2005 worden nieuw in te voeren pensioenregelingen met een overbruggingspensioen niet meer fiscaal begunstigd. Met ingang van 1 januari 2007 dienen alle op laatstgenoemde datum bestaande overbruggingspensioenregelingen te zijn aangepast. Een uitzondering geldt voor werknemers die vóór 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren. Bij voortzetting van een overbruggingspensioen in 2006 voor 55-minners, kon de werkgever wel worden geconfronteerd met eindheffing over het bovenmatige deel.

Overdrachtswaarde
De op basis van actuariële grondslagen, welke berusten op de Pensioenwet of op afspraken die binnen een Circuit voor waardeoverdracht zijn gemaakt, berekende contante waarde van in het kader van waardeoverdracht over te dragen pensioenaanspraken.

Overflowbepaling
Bepaling in een financieringsovereenkomst die een werkgever sluit met een aan zijn onderneming verbonden ondernemingspensioenfonds, welke inhoudt dat indien en zolang de overreserve van dat pensioenfonds een bepaalde grootte bereikt, de door de werkgever (en soms ook door de deelnemers) te betalen bijdragen worden verlaagd.

Overhevelingstoeslag
De overhevelingstoeslag was een overblijfsel van de Belastingoperatie-Oort in 1990. Enkele sociale premies die voorheen werden betaald door de werkgever kwamen vanaf dat moment voor rekening van de werknemer. Om te voorkomen dat werknemers er in loon op achteruit zouden gaan, moest de werkgever een overhevelingstoeslag betalen aan de werknemers. Per 1 januari 2001 is de toeslag verwerkt in de bruto salarissen en in de uitkeringen.

Overlevingspensioen
Zie: partnerpensioen.

Overlevingstafel
Zie sterftetafel.

Overrente
Een term die veel wordt gebruikt bij de financiering van een pensioenregeling. Actuarieel wordt doorgaans in Nederland bij pensioenfondsen gerekend met een fictieve rente van 4% of minder. Deze rente wordt vooraf in de berekeningen gehanteerd als de zogenaamde rekenrente. Op basis van de Pensioenwet dient bij sommige berekeningen de marktrente te worden gehanteerd. Aangezien de rekenrente in sommige gevallen lager is dan de werkelijke rente (marktrente), kan er als het ware een extra reservoir voor de financiering van de pensioenaanspraken ontstaan. Indien de feitelijke renteaangroei van het belegde pensioenvermogen namelijk hoger is dan de vooraf berekende renteaangroei, is er sprake van een ‘meevaller’ ofwel van winst, die overrente wordt genoemd.
Overrente wordt vaak gebruikt om toeslag op pensioenen te verlenen. In andere gevallen wordt de pensioenpremie ermee verlaagd. De voorschriften die hiervoor gelden zijn in de afgelopen jaren aangescherpt.

Overrentedeling
Vorm van resultatendeling waarbij op grond van het verzekeringscontract een deel van de door de verzekeringsmaatschappij behaalde overrente aan de verzekeringnemer wordt uitgekeerd in de vorm van een premierestitutie of een premieverlaging. De verzekeraar kan de overrentedeling in een depot reserveren om daarmee vervolgens toeslagen te verlenen op ingegane pensioenen en premievrije pensioenaanspraken.

Overreserve
Het deel van de reserves van een pensioenfonds waar geen pensioenverplichtingen tegenover staan (ook wel vrije of algemene reserve genoemd). Veelal is een deel van de overreserve bestemd als buffer om eventuele koersfluctuaties van de beleggingen op te kunnen vangen.Dit wordt weerstandsvermogen genoemd.

Overschotmethode
Zie: saldomethode.

Over the counter derivaten
Derivaten die niet op een officiële beurs worden verhandeld, maar een directe overeenkomst zijn tussen twee partijen (zoals het pensioenfonds en een willekeurige bank). Voor dit soort overeenkomsten worden verschillende contracten gesloten, onder meer om het beheer en storten van onderpand te regelen.

Naar boven

Menu
A B C D
E F G H
I J K L
M N P
Q R S T
U V W X
Y Z