|
Objectieve rechtvaardigingsgronden
Als er sprake is van een indirecte of directe
(leeftijds)discriminatie, waarvoor geen wettelijke uitzondering geldt,
zal het gehanteerde onderscheid slechts toegestaan zijn, indien
hiervoor objectieve rechtvaardigingsgronden kunnen worden aangevoerd. Hiervan is sprake indien:
- er sprake is van een legitiem doel (voor de leeftijdsgrens) (het
doel is op zich niet discriminerend en voldoet aan een werkelijke
behoefte); en
- het middel (de leeftijdsgrens) passend is (geschikt om het doel te bereiken); en
- het mideel (de leeftijdsgrens) noodzakelijk is (het doel kan niet met een
ander – niet discriminerend – middel bereikt worden).
OFP
Afkorting voor
Organisme voor de financiering van Pensioenen.
Ombudsman Pensioenen
Deze onafhankelijke instantie heeft als doel het behandelen van klachten
en geschillen die betrekking hebben op de uitvoering van het pensioenreglement
van een pensioenfonds dat bij de
OPF of de VB is
aangesloten. Samen hebben zij het
Instituut Ombudsman Pensioenen ingesteld. Het bestuur van het
Instituut benoemt een Ombudsman Pensioenen die de klachten en
geschillen afhandelt. De Ombudsman Pensioenen neemt klachten over
pensioenfondsen pas in behandeling als de interne
klachtenprocedure van een pensioenfonds is doorlopen.
Ombudsman levensverzekering
De levensverzekeringsbranche heeft een Ombudsman Levensverzekering ingesteld.
Mensen die klachten hebben over verzekeringsmaatschappijen of tussenpersonen kunnen hier terecht.
Omkeerregel
De omkeerregel is een bepaling in de Wet op de loonbelasting 1964, die
inhoudt dat aanspraken die berusten op een pensioenregeling niet tot
het loon behoren. De omkeerregel bewerkstelligt dat niet de
aanspraken op grond van een pensioenregeling tot het loon behoren,
maar de genoten pensioenuitkeringen. De omkeerregel geldt ook voor
andere uitkeringen en aanspraken, zoals die gebaseerd op een VUT-regeling.
Hieruit volgt dat niet de pensioenaanspraak wordt belast,
maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.
Omslagstelsel
Financieringsvorm waarbij de werkenden premies
betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan
uitkeringsgerechtigden worden betaald. Bij omslagdekking worden de
uitkeringen die in een bepaald jaar collectief zijn verschuldigd,
omgeslagen over degenen die in dat jaar bijdrageplichtig zijn. Er
vindt géén reservering plaats voor toekomstige uitkeringen. Dat
laatste gebeurt wel bij het kapitaaldekkingsstelsel
en het rentedekkingsstelsel. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast
voor de financiering van de AOW. De Pensioenwet
staat omslagdekking voor toegezegde aanspraken op ouderdomspensioen
niet toe. Vereist wordt dat het ouderdomspensioen wordt gefinancierd
op basis van kapitaaldekking.
Omvangskorting
Korting die een levensverzekeraar verleent op de in rekening gebrachte kostenopslag,
als de jaarpremie of koopsom die voortvloeit
uit het desbetreffende pensioencontract, een bepaald minimum te boven gaat.
Onbepaalde man/vrouw/partnersysteem
Systeem voor reservering voor partnerpensioen, waarbij op basis
van huwelijks-/partnerfrequenties ervan wordt
uitgegaan, dat een bepaald deel van de deelnemers aan
een pensioenregeling een partner heeft, voor wie een partnerpensioen moet worden verzekerd. Op het moment van
overlijden van een deelnemer wordt pas onderzocht of deze al dan
niet een pensioengerechtigde partner nalaat. Vanaf 2002 dient
reservering voor nabestaandenpensioen verplicht volgens het
onbepaalde vrouw/man/partnersysteem plaats te vinden.
Onderdekking
Situatie dat de middelen van het pensioenfonds niet langer toereikend zijn om de
voorziening pensioenverplichtingen en de reserve voor algemene risico’s te dekken. Op 30 september 2002
heeft de Nederlandsche Bank een brief aan de besturen van pensioenfondsen gestuurd
met de titel “Uitgangspunten voor de financiële opzet en positie van pensioenfondsen”. Uit deze
brief blijkt dat De Nederlandsche Bank een dekkingsgraad verlangt van minimaal 105%.
Bij een lagere dekkingsgraad is sprake van onderdekking. In het
Besluit van 27 januari 2006 (algemene maatregel van bestuur) worden
nadere regels gesteld met betrekking tot het minimumbedrag van het
eigen vermogen van pensioenfondsen en beroepspensioenfondsen.
Ondernemingspensioenfonds
De Pensioenwet
geeft als definitie: een pensioenfonds verbonden aan een onderneming
of aan een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek.
Ondernemingspensioenfondsen hebben vrijwel altijd de rechtsvorm van
een stichting. Ondernemingspensioenfondsen dient men niet te
verwarren met bedrijfstakpensioenfondsen
Zie ook: groepscriterium
One tier board
Een monistische bestuursvorm waarbij er binnen het bestuursorgaan onderscheid wordt gemaakt tussen bestuurders die zijn belast met de uitvoerende werkzaamheden en bestuurders die zijn belast met het toezicht op die werkzaamheden. Het toezicht wordt in dit – uit het Angelsaksische recht afkomstige – stelsel derhalve vormgegeven binnen één bestuursorgaan.
De systematiek van een one tier board kan volgens de ‘Principes
voor goed pensioenfondsenbestuur’ bij een pensioenfonds worden ingevuld door de verschillende taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur in de statuten vast te leggen. Vervolgens kan het algemeen bestuur toezicht houden op het dagelijks bestuur.
Ongehuwdenpensioen
Zie: alleenstaandenpensioen.
Onroerend goed
Zie: vastgoed.
Ontgroening
Situatie waarin jaarlijks het aantal toetredende actieve deelnemers
in een pensioenregeling bij de in die regeling geldende aanvangsleeftijd een dalende tendens vertoont. De gemiddelde
leeftijd van de actieve deelnemers zal daardoor een stijgende
tendens vertonen.
Ontslag
Beëindiging van het dienstverband met de werkgever anders dan door overlijden of
pensionering, waardoor het deelnemerschap aan de pensioenregeling
in principe wordt beëindigd.
Onzuivere pensioenregeling
Van een onzuivere pensioenregeling is sprake als de regeling wordt
uitgevoerd door een niet toegelaten pensioenuitvoerder of als de
regeling het wettelijk kader van artikel 18 tot en met 18h van de
Wet op de loonbelasting 1964 te buiten gaat. De waarde van de
Pensioenaanspraken die zijn verkregen uit onzuivere
pensioenregelingen worden tot het loon van de werknemer gerekend. De
in de toekomst te ontvangen uitkeringen kunnen onbelast worden
ontvangen. Wel dient de waarde van deze pensioenaanspraak jaarlijks
tot de heffingsgrondslag van box 3 te worden gerekend.
Een onzuivere pensioenregeling, ook wel bovenmatige pensioenregeling
genoemd, kan door de Minister van financiën worden aangewezen als
erkende pensioenregeling. De regeling wordt dan behandeld als een
zuivere pensioenregeling.
OORT
Zie: belastingoperatie-Oort
Opbouwkeuzevoet
De verhouding tussen het pensioen waarvan kan worden afgezien en het pensioen dat
daarvoor in de plaats kan worden opgebouwd.
Opbouw-pensioenregeling
Door jaarlijks een percentage van de dan geldende pensioengrondslag
als pensioenaanspraak te verlenen ontstaat uiteindelijk
een pensioen dat de optelling is van de tijdens de verstreken
dienstjaren opgebouwde aanspraken. Deze methode geeft dezelfde
uitkomst aan pensioen als bij de gemiddelde
salaris-pensioenregeling (middelloonregeling). Bij de
opbouw-pensioenregelingen is het overigens gebruikelijk om
regelmatig (bijvoorbeeld jaarlijks) de opgebouwde pensioenaanspraken
aan te passen aan de algemene loontrend of inflatie.
Opdrachtbrief
Document dat wellicht in de
Pensioenwet een plaats
zou krijgen met daarin alle gemaakte afspraken tussen de werkgever en het pensioenfonds.
In het uiteindelijke wetsvoorstel komt de opdrachtbrief niet meer
voor. Hiervoor in de plaats is gekomen de
uitvoeringsovereenkomst
OPF
Afkorting van
Stichting
voor Ondernemingspensioenfondsen.
Opties
Het recht om een aandeel te kopen (call optie) of te verkopen (put
optie) tegen een vooraf vastgestelde prijs (uitoefenprijs) op een bepaald tijdstip,
of binnen een bepaalde termijn. Dit recht kan normaliter alleen
worden verkregen door het betalen van een bedrag (optiepremie) aan
de verkoper (schrijver) van de optie.
Organisme voor de financiering van
pensioenen
Belgische tegenhanger van de API. De OFP’s zijn in België een
verplichte rechtsvorm geworden. Alle nieuw op te richten
pensioenfondsen dienen deze rechtsvorm te hebben. Alle bestaande
pensioenfondsen dienen voor 1 januari 2012 deze rechtsvorm te hebben
aangenomen. De Belgische wetgever heeft hier overgangswetgeving voor
vastgesteld. Indien het pensioenfonds vóór 1 augustus 2007 van
rechtsvorm is veranderd hoeft er geen ‘successietax’ te worden
betaald (0,17% van de activa).
Organogram
Een beschrijving van de interne organisatie van bijvoorbeeld een pensioenfonds.
Op grond van de Pensioenwet dient een
actuariële
en bedrijfstechnische nota een organogram te bevatten.
OTC-derivaten
Afkorting van Over-The-Counter derivaten.
Ouderdomspensioen
Pensioen, bestemd voor de levenslange financiële verzorging van de gerechtigde, nadat
deze de in de pensioenregeling omschreven pensioenleeftijd heeft
bereikt.
Outperformance
Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark
(positief of negatief). Dit verschil
geeft aan hoeveel waarde is toegevoegd door middel van
actief beleggen. Outperformance wordt ook wel alpha genoemd.
Overbruggingspensioen
In veel pensioenregelingen bestaat de mogelijkheid om vóór de 65e
verjaardag met pensioen te gaan. In de periode tussen de
desbetreffende pensioenleeftijd en de 65e
verjaardag ontvangt de gepensioneerde nog geen AOW-uitkering.
Personen die jonger zijn dan 65 jaar, zijn bovendien verplicht
bepaalde sociale verzekeringspremies te betalen, zoals de AOW-premie,
die na de 65e verjaardag niet meer verschuldigd zijn. Om
het inkomensverschil in de periode vóór de 65e
verjaardag te overbruggen, bevatten veel pensioenregelingen een
overbruggingspensioen. Dit kan bestaan uit enerzijds een extra
uitkering die de AOW-uitkering vervangt, en
anderzijds een (gebruteerde) compensatie voor nog te betalen premies
volksverzekeringen.
Met ingang van 1 januari 2005 worden nieuw in te voeren
pensioenregelingen met een overbruggingspensioen niet meer fiscaal
begunstigd. Met ingang van 1 januari 2007 dienen alle op
laatstgenoemde datum bestaande overbruggingspensioenregelingen te
zijn aangepast. Een uitzondering geldt voor werknemers die vóór 1
januari 2005 55 jaar of ouder waren. Bij voortzetting van een
overbruggingspensioen in 2006 voor 55-minners, kon de werkgever wel
worden geconfronteerd met eindheffing over het bovenmatige deel.
Overdrachtswaarde
De op basis van actuariële
grondslagen, welke berusten op de Pensioenwet of op afspraken die binnen een
Circuit voor waardeoverdracht zijn gemaakt, berekende contante waarde
van in het kader van waardeoverdracht over te dragen
pensioenaanspraken.
Overflowbepaling
Bepaling in een financieringsovereenkomst die een werkgever sluit met een aan
zijn onderneming verbonden ondernemingspensioenfonds, welke
inhoudt dat indien en zolang de overreserve van dat pensioenfonds
een bepaalde grootte bereikt, de door de werkgever (en soms ook door
de deelnemers) te betalen bijdragen worden verlaagd.
Overhevelingstoeslag
De overhevelingstoeslag was een overblijfsel van de Belastingoperatie-Oort in 1990. Enkele sociale premies
die voorheen werden betaald door de werkgever kwamen vanaf dat moment voor rekening van de werknemer. Om te
voorkomen dat werknemers er in loon op achteruit zouden gaan, moest de werkgever een overhevelingstoeslag
betalen aan de werknemers. Per 1 januari 2001 is de toeslag verwerkt in de bruto salarissen en in de
uitkeringen.
Overlevingspensioen
Zie: partnerpensioen.
Overlevingstafel
Zie sterftetafel.
Overrente
Een term die veel wordt gebruikt bij de financiering
van een pensioenregeling. Actuarieel wordt doorgaans in Nederland
bij pensioenfondsen gerekend met een fictieve rente van 4% of
minder. Deze rente wordt vooraf in de berekeningen gehanteerd als de
zogenaamde rekenrente. Op basis van
de Pensioenwet dient bij sommige berekeningen de marktrente te
worden gehanteerd.
Aangezien de rekenrente in sommige gevallen lager is dan de werkelijke rente
(marktrente),
kan er als het ware een extra reservoir voor de financiering van de
pensioenaanspraken ontstaan. Indien de feitelijke renteaangroei van
het belegde pensioenvermogen namelijk hoger is dan de vooraf
berekende renteaangroei, is er sprake van een ‘meevaller’ ofwel van
winst, die overrente wordt genoemd.
Overrente wordt vaak gebruikt om toeslag op pensioenen
te verlenen. In andere gevallen wordt de pensioenpremie
ermee verlaagd. De voorschriften die hiervoor gelden zijn in de
afgelopen jaren aangescherpt.
Overrentedeling
Vorm van resultatendeling waarbij op grond van het verzekeringscontract
een deel van de door de verzekeringsmaatschappij behaalde overrente
aan de verzekeringnemer wordt uitgekeerd in de vorm van een
premierestitutie of een premieverlaging. De verzekeraar kan de overrentedeling in een depot reserveren om daarmee vervolgens
toeslagen te verlenen op ingegane pensioenen en premievrije
pensioenaanspraken.
Overreserve
Het deel van de reserves van een pensioenfonds waar geen
pensioenverplichtingen tegenover staan (ook wel vrije of algemene
reserve genoemd). Veelal is een deel van de overreserve bestemd als
buffer om eventuele
koersfluctuaties van de beleggingen op te kunnen vangen.Dit wordt
weerstandsvermogen genoemd.
Overschotmethode
Zie: saldomethode.
Over the counter derivaten
Derivaten die niet op een officiële beurs worden verhandeld, maar
een directe overeenkomst zijn tussen twee partijen (zoals het
pensioenfonds en een willekeurige bank). Voor dit soort
overeenkomsten worden verschillende contracten gesloten, onder meer
om het beheer en storten van onderpand te regelen.
Naar boven
|