skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiebusiness issuesdienstenideeën en onderzoekactualiteiten

vaktechnisch

Pensioenbegrippen

Home > Europe Home > Nederland Home > Vaktechnisch > Pensioenbegrippen

Vaktechnisch

Overzicht
Technische en beleidspublicaties
Pensioenregelgeving
Pensioenbegrippen
Statistische data
Internet links
Worldwide Research

global web sites

Partnerpensioen
Benaming voor een vorm van nabestaandenpensioen ten behoeve van de (on)gehuwde partner met wie een (on)gehuwde deelnemer aan een pensioenregeling een gezamenlijke huishouding voert.

Passief beleggen
Hieronder kan worden verstaan indexbeleggen of buy and hold beleggen. Het is gericht op het zo laag mogelijk houden van de transactiekosten.
Zie ook: actief beleggen.

Pensioen
Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid.

Het begrip ‘pensioen' dient te worden gereserveerd voor situaties waarin sprake is van periodieke uitkeringen als bovenbedoeld, die voortvloeien uit de verhouding werkgever/werknemer. Periodieke uitkeringen bij ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid, die hun oorsprong vinden in de sociale zekerheidswetgeving en in de privé-sfeer getroffen voorzieningen, vallen niet onder het pensioenbegrip.

De opbouw van pensioenaanspraken vloeit voort uit arbeidsvoorwaarden, het is een vorm van beloning; dit kenmerk onderscheidt pensioen duidelijk van lijfrenten en sociale zekerheidsuitkeringen.

Pensioenaanspraak
Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. De aanspraak op pensioen wordt onderscheiden van het ingegane pensioen.

Pensioenbreuk
De breuk in de pensioenopbouw die kan ontstaan als gevolg van het uittreden uit een pensioenregeling voor pensioeningangsdatum. Deze breuk kan bestaan uit:

  • Carrièrebreuk. Bijvoorbeeld: een persoon wisselt op 45-jarige leeftijd van baan en heeft in de pensioenregeling van zijn nieuwe werkgever, als gevolg van een salarisstijging, een hogere pensioengrondslag.
  • Pensioenverlies als gevolg van inflatie. Indien ingegane pensioenen en premievrije aanspraken op pensioen niet worden aangepast, vermindert de koopkracht hiervan. In de meeste pensioenregelingen komt een aanpassingsmechanisme voor, meestal een toeslagregeling, die pensioenverlies door inflatie moet voorkomen. In de Pensioenwet zijn bepalingen opgenomen, die er voor zorgen dat bij het verlenen van toeslagen de groepen gepensioneerden onderling en de slapers gelijk worden behandeld.
  • Lagere aanspraken door ontslag. In het verleden kwam het voor dat bij ontslag slechts de op dat moment gefinancierde aanspraken als premievrije aanspraak werden toegekend. De gefinancierde aanspraken konden lager zijn dan de aanspraken die evenredig aan het aantal deelnemersjaren waren opgebouwd, doordat een inhaalkoopsomsysteem of inhaalpremiesysteem van toepassing was. Op 1 augustus 1987 is de wetgeving op dit punt veranderd, waardoor bij ontslag na deze datum evenredige rechten moeten worden verleend. De hier bedoelde vorm van pensioenbreuk zal dus geleidelijk gaan verdwijnen.
Zie ook: levensjarenregeling, waardeoverdracht.

Pensioenbrief
Document waarin premievrije pensioenaanspraken zijn vastgelegd of waarin een pensioentoezegging is beschreven.
Zie ook: startbrief

Pensioen-bv
Pensioenfonds in de vorm van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid. Meestal voert een pensioen-bv een pensioentoezegging uit, die is gedaan aan een directeur-aandeelhouder. Deze pensioenfondsen 'genieten' fiscaal een andere behandeling dan pensioenfondsen die pensioentoezeggingen aan werknemers uitvoeren. De pensioen-bv kan al dan niet onderworpen zijn aan het toezicht van de Nederlandsche Bank, afhankelijk van de vraag of zij al dan niet een pensioentoezegging uitvoert op een wijze als voorgeschreven in de Pensioenwet. Hoewel op grond van de Pensioenwet een pensioenfonds de rechtsvorm van een bv mag hebben, komt deze rechtsvorm bij pensioenfondsen die pensioentoezeggingen aan werknemers uitvoeren niet of nauwelijks voor. Vanaf 1 januari 1992 moeten de meeste pensioen-bv's vennootschapsbelasting betalen. De pensioen-bv heeft hiermee gedeeltelijk zijn aantrekkelijkheid verloren.

Pensioenclausule
Clausule op een polis van kapitaalverzekering, die bepaalt dat te zijner tijd het bereikte kapitaal uitsluitend kan en zal worden aangewend voor de aankoop van pensioen in de zin van de Pensioenwet.

Pensioenconvenant
De op 9 december 1997 tussen het Kabinet en de STAR gemaakte afspraak, inhoudende een dringend verzoek aan alle bij collectieve pensioenregelingen betrokken partijen om die regelingen kostenbeheersend te moderniseren.De evaluatie van het convenant heeft uitgewezen dat partijen voldoende gehoor hebben gegeven aan dit verzoek. Niettemin heeft de STAR in dit kader in mei 2001 geactualiseerde aanbevelingen gedaan.

Pensioendatum
De leeftijd waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat.

Pensioen- en spaarfondsenwet (PSW)
In 1954 volledig in werking getreden wet waarin regels zijn opgenomen ter waarborging van pensioenen. De PSW is van toepassing op pensioentoezeggingen die een werkgever – particuliere bedrijven of (semi-) overheid – doet aan personen die zijn verbonden aan zijn onderneming.

U vindt de tekst van de PSW en de aanverwante regelgeving op onze website www.pensioenregelgeving.nl.

De Pensioen- en spaarfondsenwet en de Regelen verzekeringsovereenkomsten PSW zijn per 1 januari 2007 vervangen door de Pensioenwet. Op grond van de Invoerings- en aanpassingswet Pensioenwet is voor een groot aantal elementen een uitstel verleend. Afhankelijk van de bepalingen en de uitvoerder is een uitstel van één dan wel twee jaar verleend.

Pensioenfonds
Een fonds waarin voor de veiligstelling van de pensioenaanspraken, die voortvloeien uit een pensioenregeling, gelden worden bijeengebracht. Er zijn bedrijfstakpensioenfondsen, ondernemingspensioenfondsen, beroepspensioenfondsen en pensioenfondsen die individuele toezeggingen veilig stellen. In het algemeen staan pensioenfondsen onder toezicht van de overheid via De Nederlandsche Bank, tenzij het pensioenfonds uitsluitend pensioentoezeggingen veilig stelt, die niet onder het overheidstoezicht vallen. Pensioenfondsen kunnen hun verplichtingen geheel of gedeeltelijk herverzekeren. Veelal is de rechtsvorm van pensioenfondsen een stichting, soms ook een B.V.; in het laatste geval gaat het doorgaans om één of enkele directiepensioenen.

Pensioengerechtigde
Persoon voor wie op grond van de pensioenovereenkomst het pensioen is ingegaan.

Pensioengevend salaris
Zie: Pensioensalaris.

Pensioengrondslag
Het gedeelte van het loon, dat de grondslag vormt voor de pensioenopbouw van een deelnemer.
Zie: Inbouw van de AOW.

Pensioenkeuring
Sinds 1 januari 1998 zijn keuringen met het oog op deelname aan een collectieve pensioenregeling verboden. Dit volgt uit de Wet op de medische keuringen, ook wel bekend als de Wet Van Boxtel.

In veel pensioenregelingen werd aan potentiële deelnemers de eis gesteld, dat zij zich zouden onderwerpen aan een pensioenkeuring. Een pensioenkeuring omvat zowel een medisch onderzoek naar de gezondheid van de betrokkene, als het stellen van vragen naar die gezondheid. Op deze wijze wilde het pensioenfonds of de levensverzekeraar zich indekken tegen een te hoog sterfte- of arbeidsongeschiktheidsrisico.

Bij individuele pensioenregelingen voor directeuren-grootaandeelhouders, bij wijziging van eerder gemaakte keuzes in collectieve regelingen en bij lijfrenten geldt het keuringsverbod niet.

Pensioenkosten
Pensioenkosten vermeerderen de passiva van het fonds. Zij vormen de lasten van het fonds.

Pensioenleeftijd
De leeftijd waarop krachtens de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat.

Pensioenovereenkomst
De arbeidsvoorwaardelijke afspraken tussen de werkgever(organisaties) en de werknemers(organisatie) welke betrekking hebben op pensioen. De pensioenovereenkomst kan het karakter van een uitkeringsovereenkomst, een kapitaalovereenkomst of een premieovereenkomst hebben. Het begrip pensioenovereenkomst zal in de Pensioenwet het begrip pensioentoezegging vervangen.

Pensioenpremie
Pensioenpremies vermeerderen de activa van het fonds. Pensioenpremies zijn de baten van het fonds.

Pensioenpromotie
Een salarisverhoging die wordt gegeven aan een persoon die nog korte tijd van zijn pensioenleeftijd is verwijderd en die uitgaat boven de jaarlijkse algemene loonsverhogingen. Zeker bij een eindloonregeling leidt een pensioenpromotie tot een aanmerkelijk hogere pensioenuitkomst en dito kostenpost. Op grond van de per 1 juni 1999 in werking getreden Wet fiscale behandeling van pensioenen kan een pensioenpromotie echter nog maar in beperkte mate tot hogere pensioenuitkomsten leiden. Deze fiscale bepaling is echter discutabel in het licht van de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid.

Pensioenregister
Een register welke moet worden opgezet door de pensioenuitvoerders gezamenlijk. Het pensioenregister moet één ingang vormen voor het overzicht van alle opgebouwde aanspraken van (gewezen) deelnemers en gewezen partners. Het pensioenregister dient uiterlijk op 1 januari 2011 operationeel te zijn.

Pensioenreglement
Het pensioenreglement is een samenstel van regels, waarin de pensioenregeling is beschreven. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun aanspraken en uitkeringen ontlenen. Het pensioenreglement bevat de rechten en verplichtingen van de deelnemers, de gewezen deelnemers en de pensioengerechtigden. De Pensioenwet bevat enige bepalingen met betrekking tot de verplichte inhoud van het pensioenreglement.

Pensioensalaris
Term waarmee in loonafhankelijke pensioenregelingen wordt aangegeven welke elementen in de totale beloning van een deelnemer meetellen bij het bepalen van de op te bouwen pensioenaanspraken.

Pensioenshoppen
Aanwending op de pensioendatum van een bij een verzekeringsmaatschappij opgebouwd en tot uitkering komend pensioenkapitaal voor de inkoop van een periodieke pensioenuitkering bij een door de consument vrij te kiezen verzekeringsmaatschappij.

Pensioenstichting
Pensioenfonds in de vorm van een stichting.

Pensioentoezegging
Onder de PSW is een pensioentoezegging een toezegging van een werkgever aan een persoon die is verbonden aan zijn onderneming, om na het bereiken van de pensioen(ingangs)leeftijd door die werknemer, dan wel bij arbeidsongeschiktheid of bij overlijden van die deelnemer, een pensioen uit te keren. Dat pensioen kan worden uitgekeerd aan die werknemer zelf of aan diens nabestaanden.
De Pensioenwet hanteert dit systeem ook, maar de terminologie is aangepast. De Pensioenwet spreekt van een pensioenovereenkomst. Hiermee is geprobeerd duidelijk te maken dat de afspraken die gemaakt worden op het gebied van pensioen ook een wederkerige overeenkomst is en geen eenzijdige verplichting van de werkgever.

Pensioenuitvoerder
Een op grond van de Pensioenwet  toegelaten pensioenfonds of levensverzekeraar die de pensioenovereenkomst voor de werkgever uitvoert.

Pensioenverevening
Verdeling van het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding, zoals bedoeld in de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Zie ook: conversie.

Pensioenverlies
Zie: pensioenbreuk.

Pensioenvermogen
De reserve van het fonds vermeerderd met de technische voorzieningen.

Pensioenverplichtingen
De verplichtingen om vanaf de afgesproken pensioendatum een pensioen uit te keren. Deze verplichtingen moeten sinds de invoering van het FTK op marktwaarde worden gewaardeerd.

Pensioen- & Verzekeringskamer
In 2004 zijn de Pensioen- & Verzekeringskamer en de Nederlandsche Bank gefuseerd onder de naam ‘de Nederlandsche Bank’. Zie ook: de Nederlandsche Bank.

Pensioenwet
Nieuwe wet in voorbereiding ter vervanging van de huidige pensioen- en spaarfondsenwet en de Regelen verzekeringsovereenkomsten PSW. De Pensioenwet is op 1 januari 2007 in werking getreden.

U vindt de tekst van de PW en de aanverwante regelgeving op onze internetsite: www.pensioenregelgeving.nl.

Pension Fund Governance
De manier waarop het pensioenfonds is georganiseerd (structuur) en de verantwoordelijkheden worden uitgevoerd (processen). De Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen, Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen en het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid hebben in 2004 aandacht geschonken aan het onderwerp Pension Fund Governance. Er werd daarbij gedacht aan het instellen van een 'Code Tabaksblat' voor pensioenfondsen. De OPF heeft aanbevelingen gedaan voor goed pensioenfondsbestuur. Deze waarborging voor goed bestuur is verankerd in de Pensioenwet welke per 1 januari 2007 in werking is getreden.
Zie ook: Principes voor goed pensioenfondsenbestuur.

Performance
De performance van (een deel van) het vermogen is het totale rendement op marktwaarde. Deze performance wordt in de regel vergeleken met de performance van de benchmark(index). Door middel van een zogenoemde performance attributie-analyse wordt het verschil tussen deze beiden op een kwantitatieve wijze verklaard.

Performance attributie analyse
Methode om het behaalde rendement te analyseren. In de attributie analyse wordt het totale rendement opgesplitst en toegeschreven aan de verschillende keuzes die binnen het beleggingsproces zijn gemaakt. Zo kan bijvoorbeeld de bijdrage van de allocatiebeslissing (‘asset mix’) van de selectiebeslissing (‘stock picking’) worden gescheiden. Op deze manier komen de sterke en zwakke punten van het gevoerde beleid naar voren.

Performancetoets
Het gemiddelde van door een bedrijfstakpensioenfonds behaalde beleggingsresultaten, gemeten over een langere periode. De performancetoets wordt bepaald door de som van opeenvolgende jaarlijkse z-scores, gedeeld door de wortel van het aantal jaren. Als de performancetoets van een bedrijfstakpensioenfonds over een periode van vijf jaar minder is dan -1,28% kan de werkgever vrijstelling van de verplichtstelling verlangen. De eerste officiële performancetoets heeft in 2002 plaatsgevonden.

Pools
Is een vehikel waarin belegd wordt. Voor categorieën waar slechts een klein gedeelte van het vermogen in wordt belegd, is het beleggen middels een pool een efficiënte manier om een adequate spreiding te bewerkstelligen. Daarnaast kunnen de kosten (van beheer, bewaring, transacties en administratie) door schaalvoordelen bij pools lager uitvallen dat bij discretionair beheer. Een nadeel van pools is dat het vaak ‘standaard’ producten zijn die geen ruimte voor een eigen strategisch beleid voor een individueel pensioenfonds bieden. Bovendien worden pools veelal als weinig transparant ervaren, omdat met men moeilijk het gevoerde beleid of de in rekening gebrachte kosten kan controleren (bijvoorbeeld als gevolg van summiere rapportages). Tevens kan de verhandelbaarheid van de participaties aan beperkingen onderhevig zijn (met name als het pensioenfonds één van de grotere participanten in een pool is). Tot slot is een groot nadeel dat bij een eventuele beëindiging van het beheer, er veelal gaan ander alternatief is dan de participaties in de pools tegen aanzienlijke kosten te liquideren.

Portable alpha
Niet-tradionele beleggingsstrategie waarbij een vermogensbeheerder alpha scheidt van beta door te beleggen in stukken die afwijken van de marktindex waarvan de beta is afgeleid. Feitelijk is dit een strategie waarbij wordt geïnvesteerd in beleggingen die weinig tot geen correlatie hebben met de onderliggende markt. Idee erachter is dat dit tot een betere verhouding tussen vermogensbeheerder- en marktrisico leidt.

Postnumerando
De term geeft aan, dat betalingen steeds aan het einde van een deelperiode (van de totale terugbetalingstermijn) plaatsvinden. Bij jaarlijkse termijnen vindt de betaling dus steeds aan het eind van het jaar plaats.
Zie ook: annuïteit, prenumerando.

Prenumerando
De term geeft aan, dat betalingen (bijvoorbeeld termijnen van een ingegaan pensioen) steeds aan het begin van de deelperiode (van de totale terugbetalingstermijn) plaatsvinden.
Zie ook: annuïteit, postnumerando

Premie
Periodieke betaling die men aan de uitvoerder van een pensioenregeling is verschuldigd voor de financiering van een pensioenaanspraak. Indien de periodieke premiebetaling voortijdig wordt gestaakt, wordt die pensioenaanspraak verlaagd tot het zogeheten premievrije pensioen.
Zie ook: premiesysteem en inhaalpremiesysteem.

Premiedemping Een methode om fluctuaties bij de vaststelling van de premie te voorkomen. Bij het toepassen van de FTK zal voor de vaststelling van de premie uitgegaan moeten worden van de marktrente. Omdat deze rente van jaar tot jaar anders kan zijn, zal ook de premie jaarlijks kunnen verschillen. Om nu te voorkomen dat de jaarlijkse premie (grote) fluctuaties vertoont, is het toegestaan om deze premie te ‘dempen’. Hierbij is het toegestaan om voor de vaststelling van de premie uit te gaan van:

  1. het voortschrijdende gemiddelde met een maximum periode van 10 jaar; of
  2. de vastgestelde verwachte waarde van de actuariële premie.

Premie holiday
Zie: premievakantie.

Premiekortingsgrens
Begrip dat in het nieuwe financieel toetsingskader wordt gehanteerd voor het niveau waarboven het mogelijk is terugstortingen te doen aan de werkgever, een premievakantie te verlenen en premiekortingen te verstrekken aan de werkgever/werknemers. Dit niveau wordt bereikt indien de aanwezige middelen van het fonds precies voldoende zijn voor het nakomen van de onvoorwaardelijke en –in voorkomende gevallen– voorwaardelijke onderdelen van de pensioentoezegging/ pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere
termijn. Deze grens geeft een waarde aan die (mede) wordt bepaald door de door het fonds geformuleerde en uitgedragen toeslagambitie.
Zie ook: toeslagenmatrix.

Premieovereenkomst
Op grond van de Pensioenwet is dit een van de drie toegelaten pensioensystemen. De premieovereenkomst is een overeenkomst inzake een vastgestelde premie die uiterlijk op de pensioendatum wordt omgezet in een pensioenuitkering.
Zie ook: beschikbare premie.

Premiereserve
Zie: voorziening pensioenverplichtingen.

Premieresistutie
Op grond van de PSW bestond de mogelijkheid om de betaalde premie terug te geven aan de deelnemer indien het deelnemerschap binnen één jaar werd beëindigd. Op grond van de Pensioenwet is deze vorm van afkoop niet meer mogelijk. De Pensioenwet gaat ervan uit dat de deelnemer de opgebouwde aanspraken (premievrij) behoudt.

Premiesysteem
Een systeem van financieren van een pensioenregeling waarbij, voor de veiligstelling van de aanspraken die betrekking hebben op toekomstige jaren van deelneming, telkens een premie wordt vastgesteld die in de toekomst gelijkblijvend wordt verondersteld. Voor de financiering van eventuele aanspraakverbeteringen die betrekking hebben op verstreken jaren van deelneming, worden bij een eindloonregeling eventueel afzonderlijk eenmalige koopsommen gestort.

Premievakantie
Als het pensioenfonds de aangesloten werkgever gedurende een bepaalde periode de contractuele pensioenpremie kwijtscheldt, dan spreekt men van een premievakantie.

Premievrije aanspraken bij ontslag
Indien het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioenleeftijd, verkrijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdomspensioen en partnerpensioen (mits op opbouwbasis).

Bij beëindiging van het deelnemerschap behoud de gewezen deelnemer de tot op dat moment op grond van het pensioenreglement opgebouwde aanspraken indien sprake is van een uitkerings- dan wel van een kapitaalovereenkomst. De pensioenaanspraak dient volledig gefinancierd te zijn op het moment van beëindiging. Indien sprake is van een premieovereenkomst, wordt het op dat moment onstane kapitaal voortvloeiende uit de tot op dat moment beschikbaar gestelde premies belegt tot de pensioendatum, aangewend voor de aankoop van verzekerd kapitaal dat beschikbaar komt op de pensioendatum of wordt aangewend voor een verzekerde levenslange uitkering vanaf de pensioendatum, al dan niet in combinatie met een aanspraak op nabestaandenpensioen. De Pensioenwet verplicht niet tot het toekennen van een tijdsevenredige premievrije aanspraak op partnerpensioen. In de praktijk wordt veelal een tijdsevenredige aanspraak op partnerpensioen meegegeven, waarbij de reglementaire verhouding tussen het ouderdoms- en partnerpensioen wordt aangehouden.

Premievrije aanspraken bij scheiding
Zie: bijzonder partnerpensioen.

Premievrije (pensioen)opbouw
Wanneer een deelnemer aan een pensioenregeling geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt raakt, behoeft deze deelnemer in veel gevallen geen of een deel van de reglementaire pensioenpremie te betalen, terwijl de opbouw van het pensioen toch volledig wordt voortgezet.

Premievrijstelling
Zie: premievrije (pensioen-)opbouw.

Prepensioen
Een pensioensoort bedoeld als vervanging voor een VUT-regeling. Het betreft een tijdelijke uitkering welke uiterlijk eindigt op de 65-jarige leeftijd of zoveel eerder als het ouderdomspensioen ingaat.
Op grond van de Wet aanpassing fiscale behandeling Vut/prepensioen en introductie levensloopregeling kan met ingang van 1 januari 2005 geen nieuwe prepensioenregeling met fiscale begunstiging worden ingevoerd. Met ingang van 1 januari 2006 dienen bestaande prepensioenregelingen te worden afgeschaft. Het voorgaande geldt niet voor degenen die voor 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren.
Voorts zal op basis van het aanvullend overgangsrecht 2006 bij instandhouding van een prepensioenregeling, de werknemer niet worden geconfronteerd met de gevolgen van een onzuivere regeling (belaste aanspraak). Wel zal de werkgever worden geconfronteerd met eindheffing van 52% over de bovenmatige prepensioenaanspraak.

Principes voor goed pensioenfondsenbestuur
Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid door de STAR opgestelde rapportage waarin de uitgangspunten en principes voor goed pensioenfondsbestuur zijn vastgelegd. De rapportage heeft zowel betrekking op het bestuur van pensioenfondsen als op de ‘governance’ van direct verzekerde regelingen. De principes zijn op 16 december 2005 vastgesteld en in latere instantie verankerd in de Pensioenwet.
Zie ook: Pension Fund Governance.

Prioriteit
Een pensioenfonds kan de schade herverzekeren, die kan ontstaan door overlijden. Veel pensioenfondsen sluiten slechts een herverzekeringscontract af voor een deel van deze schade. De prioriteit is gelijk aan de grens tussen de schade die het pensioenfonds bereid is zelf te lijden en de schade die het fonds herverzekert door middel van een stop-lossverzekering.

Private equity
Beleggen in private equity betreft het beleggen in aandelen van niet-beursgenoteerde ondernemingen. Een private equity investering varieert van het participeren in jonge bedrijven die nog niet volgroeid zijn om via de beurs te worden verhandeld tot het financieren van de overname van gevestigde bedrijven.

Prudentieel toezicht
Toezicht gericht op het bevorderen van de financiële degelijkheid van financiële instellingen.
De Nederlandsche Bank voert in hoofdzaak het prudentieel toezicht uit.

Prudent person
Het voldoen aan de algemene beginselen van veiligheid, kwaliteit en risicodiversificatie.

Pseudo-nabestaande
Begrip dat in de Anw wordt gehanteerd voor de gewezen echtgeno(o)t(e) van een overleden Anw-verzekerde jegens wie de overledene een alimentatieverplichting had. Onder bepaalde voorwaarden heeft de pseudo-nabestaande ook recht op een Anw-uitkering.

PSW
Afkorting voor Pensioen- en spaarfondsenwet.

PVK
Afkorting voor de Pensioen- & Verzekeringskamer.

PW
Afkorting voor Pensioenwet

Naar boven

Menu
A B C D
E F G H
I J K L
M N O
Q R S T
U V W X
Y Z