skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiebusiness issuesdienstenideeën en onderzoekactualiteiten

vaktechnisch

Pensioenbegrippen

Home > Europe Home > Nederland Home > Vaktechnisch > Pensioenbegrippen

Vaktechnisch

Overzicht
Technische en beleidspublicaties
Pensioenregelgeving
Pensioenbegrippen
Statistische data
Internet links
Worldwide Research

global web sites

Salaris/diensttijdregeling
Pensioenregeling waarbij de hoogte van het uiteindelijk te bereiken pensioen afhangt van het aantal dienstjaren dat bij een werkgever is doorgebracht, de hoogte van het salaris en het opbouwpercentage per dienstjaar. Voorbeelden van salaris/diensttijdregelingen zijn eindloonregelingen en middelloonregelingen

Saldomethode (bij toeslagverlening)
Methode die wordt toegepast bij de berekening van de contante waarde van één of meer toekomstige uitkeringen waarover toeslag is verleend. Hierbij wordt het toeslagpercentage van de rekenrente afgetrokken. Een betere methode voor het bepalen van de contante waarde van uitkeringen waarover toeslag is verleend is de quotiëntmethode.

Saldomethode (fiscaal)
Dit is een manier van belastingheffing die inhoudt dat de periodieke uitkeringen pas in de belastingheffing worden betrokken nadat en voor zover die uitkeringen de prestaties te boven gaan, die daarvoor in het verleden zijn geleverd. Periodieke uitkeringen worden dus pas belast wanneer de som van verkregen uitkeringen groter is dan de som van de in het verleden betaalde premies.

Scheiding
Voor scheidingen op of na 1 mei 1995, zie: Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.
Voor overige scheidingen, zie: Boon/Van Loon-arrest.

SDS
Afkorting voor "Stichting Dienstverlening Samenwerkingsverband" die tot 1 januari 1999 bestond. Per deze datum is het SDS-circuit samen met het 4%-circuit opgegaan in een nieuwe stichting, genaamd Het Circuit
Zie ook: circuit voor waardeoverdrachten, waardeoverdracht.

Securities lending
Dit betreft het uitlenen van effecten die men in portefeuille heeft. Securities lending is een activiteit die sinds begin jaren negentig van de vorige eeuw gemeengoed is onder institutionele beleggers. Een belegger die beschikt over een grote veelal 'vaste' voorraad van effecten kan een deel daarvan ter beschikking stellen aan andere marktpartijen, veelal partijen die leveringsverplichtingen zijn aangegaan zonder zelf over voldoende effecten te beschikken. Voor het uitlenen wordt een vergoeding ontvangen alsmede een onderpand, het economisch eigendom gaat echter niet verloren.

Sekseneutraal
Bij de omzetting van een kapitaal in periodieke pensioenuitkeringen of bij uitruil van diverse pensioenvormen (bijvoorbeeld het inruilen van het partnerpensioen voor een hoger ouderdomspensioen) worden tarieven gehanteerd. Men spreekt van sekseneutraal als bij de vaststelling van de tarieven geen onderscheid wordt gemaakt naar het geslacht van de verzekerde.

SER
Afkorting van Sociaal Economische Raad. Deze raad is belast met bestuurlijke en toezichthoudende taken met betrekking tot de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties. Andere taken van de SER zijn het adviseren van de regering over sociale en economische vraagstukken (bijvoorbeeld de pensioenproblematiek), het richting geven aan ontwikkelingen in het bedrijfsleven en het uitvoering geven aan bepaalde wetten. De SER is in 1950 ingesteld krachtens de Wet op de bedrijfsorganisatie. De leden van de SER vormen samen een representatieve vertegenwoordiging van ondernemers, werknemers en door de regering benoemde deskundigen (kroonleden). De SER is gevestigd in Den Haag.

Slapers
Aanduiding voor gewezen deelnemers aan een pensioenregeling, die na beëindiging van hun deelnemerschap premievrije aanspraken hebben behouden op pensioen. Slapers hoeven dus geen premies meer te betalen.

Slapersrechten
Zie: premievrije aanspraken.

SL-korting
Een korting die door pensioenverzekeraars wordt verleend op een verschuldigde premie of koopsom, als voorschot op deling in de toekomstige overrente over de belegde premie of koopsom.

De SL-korting is bijna gelijk aan de TL-korting; er wordt alleen van een andere rendementsmaatstaf uitgegaan. De SL-korting is gebaseerd op het s-rendement. Dit is het gemiddelde rendement van een geselecteerd pakket staatsleningen, waarvan het belangrijkste selectiecriterium is dat de leningen een resterende looptijd hebben van ten minste tien jaar.

Inmiddels is gebleken, dat het s-rendement een onbevredigende maatstaf is voor het bepalen van de actuele rentestand. Daarom gaan verzekeraars nu uit van een andere rendementsmaatstaf, namelijk het t-rendement of  u-rendement.
Zie ook: TL-kortingen.

Sociale Verzekeringsbank
Overheidsorgaan dat belast is met de uitvoering van onder andere de AOW en de Anw.

Solvabiliteit
Het vermogen van de pensioenuitvoerder om op langere termijn aan verzekerings- of pensioenverplichtingen te kunnen voldoen.

Solvabiliteitseisen
In de Wet toezicht verzekeringsbedrijf 1993 worden aan verzekeringsmaatschappijen eisen gesteld met betrekking tot de solvabiliteit. De aanwezige solvabiliteitsmarge moet ten minste even groot zijn als de wettelijk vereiste solvabiliteitsmarge. De wettelijk vereiste solvabiliteitsmarge wordt bepaald op basis van wettelijk vastgestelde formules, die voor schadeverzekeraars en levensverzekeraars verschillen.
Zie ook: Wet op het financieel toezicht

Solvabiliteitstoets
Toets in het kader van het FTK. Naast het benodigde vermogen uit de minimumtoets dient in deze toets ook een buffer te worden aangehouden om bij tegenvallende beleggingsresultaten aan het einde van een jaar voldoende vermogen te hebben om op dat moment weer aan de minimumtoets te kunnen voldoen. Als uitgangspunt voor de toets geldt de aanname dat zich gedurende het jaar na balansdatum een ongunstig scenario voltrekt en dat één jaar na balansdatum de aanwezige verplichtingen aan een andere pensioenuitvoerder moeten kunnen worden overdragen op marktconforme condities.

Sommenverzekering
Een verzekering waarbij het onverschillig is of en in hoeverre met de uitkering de schade wordt vergoed (artikel 7:964 Burgerlijk Wetboek).

Spaarvut
Op grond van de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen en introductie levensloopregeling (Wet VPL) is de fiscale begunstiging voor een VUT-regeling afgschaft.
Voor degenen die voor 1 januari 2005 55 jaar of ouder waren kan de VUT-regeling met fiscale begunstiging worden uitgevoerd. Een voorwaarde hierbij is wel dat indien de betrokkene ook na de VUT-datum wenst door te werken, er actuariële oprenting moet plaats vinden. De werknemer krijgt als het ware recht op een stuk kapitaal. In de markt wordt dit ook wel de spaarvut genoemd. Uitstel kan en mag er zelfs toe leiden dat de werknemer uiteindelijk een VUT-uitkering verkrijgt die meer bedraagt dan het laatstgenoten loon.

Stamrecht
Een recht dat periodieke uitkeringen of verstrekkingen oplevert.

STAR
Afkorting voor Stichting van de Arbeid. In dit adviesorgaan van de overheid zijn de centrale organisaties van werkgevers en werknemers vertegenwoordigd.

Startbrief
Een informatiebrief welke binnen drie maanden na de start van de verwerving van pensioenaanspraken aan de deelnemer moet worden verstrekt. In deze brief wordt de deelnemer geïnformeerd over een aantal onderwerpen waaronder de inhoud van de pensioenregeling en de toeslagverlening.

Statisch financieringssysteem
Financieringsstelsel waarbij geen rekening wordt gehouden met toekomstige ontwikkelingen van lonen en rentestanden.

Sterfteresultaat
Het resultaat (winst of verlies) dat ontstaat als er door overlijden een groter of kleiner bedrag aan voorziening pensioenverplichtingen vrijvalt dan waarop werd gerekend op grond van de gekozen kanstabellen (bijv. de sterftetafels). Soms wordt in het resultaat op sterfte tevens begrepen het saldo van enerzijds de aan de herverzekeraar betaalde premie en anderzijds de van de herverzekeraar ontvangen uitkeringen ter zake van overlijden. De betaalde premies dienen daarbij ter dekking van het niet in eigen beheer gehouden overlijdensrisico.

Sterfterisico
Het risico voor een pensioenfonds of een verzekeraar, dat er schade optreedt als gevolg van sterfte die gemiddeld hoger of lager is dan werd verwacht. Het pensioenfonds of de verzekeraar ontleent de sterfteverwachting aan de gehanteerde sterftetafels.
Zie ook: kortlevenrisico, langlevenrisico.

Sterftetafel
Statistisch overzicht met betrekking tot onder meer sterftekans per leeftijd van een groep personen, zoals bijvoorbeeld alle mannen in de bevolking van Nederland. De meest recente Nederlandse sterftetafel is de tafel Gehele Bevolking Mannen (GBM), respectievelijk Gehele bevolking Vrouwen (GBV) in Nederland over de waarnemingsperiode 2000-2005. Deze sterftetafel is vastgesteld door het Actuarieel Genootschap; GBM en GBV 2000-2005 worden dan ook aangeduid als de AG-tafels.

Sterfteverlies
Zie: sterfteresultaat.

Sterftewinst
Zie: sterfteresultaat.

Stichting voor Ondernemingspensioenfondsen (OPF)
Organisatie van Nederlandse ondernemingspensioenfondsen. Doelstelling van de organistatie is het adviseren en voorlichten van de leden en het behartigen van de gemeenschappelijke belangen, met name bij de overheid.

Het secretariaat van Opf is gevestigd in Den Haag.

Stop-lossverzekering
Verzekering die ertoe dient om de totale schade in enig jaar als gevolg van overlijden te beperken. Deze bovengrens wordt ook wel prioriteit genoemd.

Stortingskoopsom
Zie: inhaalkoopsom(-systeem) of (65-x)-systeem.

Strategische beleggingsmix
De lange termijn verdeling van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën (aandelen, vastrentende waarden, onroerend goed). Deze verdeling wordt veelal gebaseerd op een ALM-studie.

Streefregeling
Een pensioenregeling waar de toezegging gericht is op een beoogd pensioen volgens een salaris/diensttijdformule, waarbij ter dekking van het beoogde pensioen één of meer kapitaalverzekeringen met pensioenclausule worden gesloten. Op grond van de in de toezegging gemaakte voorbehouden en uitgangspunten kan de rechthebbende slechts aanspraak maken op die pensioenbedragen die op de uitkeringsdatum aangekocht kunnen worden met het tot uitkering komende kapitaal. Volgens het beleid van de Nederlandsche Bank dient pensioen in de vorm van een streefregeling te worden aangemerkt als een salaris/diensttijdregeling en niet als een beschikbarepremieregeling. In fiscale zin worden zij overigens wel aangemerkt als beschikbarepremieregelingen indien aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan.

Structured products
Beleggingen met gestructureerde aanpak. Verschillende derivatenstrategieën, elk met hun afzonderlijke effecten op de doelstellingen en restricties van het pensioenfonds.

Structureel deel AOW
Aanduiding van het deel van de AOW-uitkeringen, dat tot 8 juli 1994 buiten beschouwing moest worden gelaten in pensioenregelingen waarin rekening werd gehouden met AOW-uitkeringen.

Surplus
Zie: overreserve.

Swap
Een swap is een overeenkomst tussen twee partijen tot het uitwisselen van betalingen gedurende de looptijd van de swap. Deze betalingen worden verricht over een afgesproken onderliggende waarde. De onderliggende waarde zelf wordt niet verhandeld.
Bij een standaard renteswap wordt een vaste rente (de swaprente) vastgesteld bij aanvang van de overeenkomst, terwijl de variabele rente periodiek gekoppeld is aan een specifieke marktrente. Informatie uit de renteswapmarkt kan worden gebruikt voor het bepalen van een rentetermijnstructuur.

Swaption
Een optie op een swap waarbij de eigenaar van de swaption het recht heeft, maar niet de verplichting, om een swap tegen vooraf bepaalde voorwaarden af te sluiten op of binnen een bepaald tijdstip.

Naar boven

Menu
A B C D
E F G H
I J K L
M N O P
Q R T
U V W X
Y Z