|
Valutahedging
Het afdekken van valutarisico door middel van
valutatermijn-transacties.
Valutarisico
Koersrisico dat een belegger loopt door te beleggen in (effecten die
noteren in) vreemde valuta.
Valutatermijntransacties
Transacties in termijncontracten op de valutamarkten met als doel
het valutarisico nu of op een moment in de toekomst af te dekken.
Vaste-bedragenregeling
Pensioenregeling waarbij op basis van een bepaalde periode van deelneming een vast
bedrag aan pensioen wordt toegekend, onafhankelijk van de hoogte van
het salaris.
Vaste toeslag
Toelsag volgens een vooraf vastgesteld,
vast percentage. Dit percentage is dus niet gerelateerd aan de
beweging van een loon- of prijsindex. Vaste toeslagen worden fiscaal
gezien beperkt tot 3%. De vaste klimming (of vaste stijging) wordt
met de volledige inwerkingtreding van de Pensioenwet per 1 januari
2008 tevens gezien als een vaste (en onvoorwaardelijke) toeslag.
Vastgoed
Direct: beleggingen in onroerende goederen. Indirect: Participaties
in beleggingsfondsen die beleggen in onroerend goed. Indirect kan
weer uit beursgenoteerde of niet-beursgenoteerde fondsen bestaan.
Vastrentende waarden
Verzamelnaam voor beleggingen waarop in beginsel een vaste rentevergoeding en een
vaste looptijd geldt. Voorbeelden van vastrentende waarden zijn
obligaties, onderhandse leningen en hypotheken. Deze
beleggingen worden ook wel als risicomijdend aangeduid.
VB
Afkorting van
Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen.
Veegwet
Afgekorte term voor de Wet enige wijzigingen in de Pensioenwet, de Wet verplichte beroepspensioenregeling en enige andere wetten.
Op het moment dat deze Pensioenbegrippen wordt gepubliceerd, ligt de wet ter behandeling en goedkeuring in de Eerste Kamer.
Verantwoordingsorgaan
In Principes voor goed pensioenfondsenbestuur gehanteerde term voor een orgaan
waar het bestuur verantwoording aan aflegt en waarin de actieve deelnemers, de pensioengerechtigden en de financieel betrokken werkgever(s) zijn vertegenwoordigd. Ook ‘slapers’ kunnen hierin zijn vertegenwoordigd.
Verbond van verzekeraars
Vereniging die de gemeenschappelijke belangen behartigt van de particuliere verzekeraars in Nederland. Namens de leden treedt het Verbond op als gesprekspartner voor de politiek, de overheid en andere organisaties.
Vereist eigen vermogen
In de nota Hoofdlijnen FTK wordt voor pensioenfondsen een vereist vermogen voorgeschreven. In de
Pensioenwet wordt de omvang van het vereist eigen vermogen nader ingevuld. In
deze wet is opgenomen dat het vereist eigen vermogen zodanig moet worden vastgesteld dat met een zekerheid van 97,5% wordt voorkomen dat het binnen een jaar over minder waarden beschikt dan de hoogte van de technische voorzieningen. Voor een standaardpensioenfonds (waarbij onder andere wordt uitgegaan van belegging voor 50% in zakelijke waarden) komt deze norm neer op een vereist eigen vermogen van ongeveer 30% van de technische voorzieningen. De vereiste dekkingsgraad dient dus ongeveer 130% te zijn. Naarmate een pensioenfonds meer risicovol belegt, zal het vereist eigen vermogen groter moeten zijn. Naarmate het minder risicovol belegt, kleiner.Voor een pensioenfonds met een ten opzichte van een standaardpensioenfonds relatief jong deelnemersbestand zal het vereist eigen vermogen lager mogen zijn dan wanneer het een relatief oud deelnemersbestand betreft.
In een algemene maatregel van bestuur wordt nader bepaald hoe DNB toetst of pensioenfondsen voldoen aan de eisen ten aanzien van het vereist eigen vermogen.
Zie ook: minimaal vereist vermogen.
Vereniging van bedrijfstakpensioenfondsen
Organisatie van bedrijfstakpensioenfondsen, die als doelstelling heeft het
bevorderen van de samenwerking tussen alle bedrijfstakpensioenfondsen
in Nederland op alle daarvoor in aanmerking komende terreinen,
zonder de autonomie van de leden aan te tasten.
Het secretariaat van de vereniging is gevestigd in Den Haag.
Verevenen
Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde pensioenaanspraken volgens de
systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij
scheiding.
Zie ook: conversie.
Vereveningsgerechtigde
Begrip in de
Wet
verevening pensioenrechten bij scheiding ter
aanduiding van de (ex-)partner van een persoon met
pensioenaanspraken die worden verevend.
Vereveningsplichtige
Begrip dat in de
Wet verevening pensioenrechten bij scheiding wordt
gehanteerd voor de persoon die zelf de pensioenaanspraken heeft
opgebouwd, die ingevolge deze wet worden verevend.
Verevening pensioenrechten bij scheiding
Voor scheidingen op of na 1 mei 1995, zie ook: Wet verevening
pensioenrechten bij scheiding. Voor overige scheidingen, zie: Boon/Van Loon-arrest.
Vergrijzing
Demografische ontwikkeling die inhoudt dat het aantal oude mensen (65 jaar
en ouder) naar verhouding toeneemt.
Verklaring inzake beleggingsbeginselen
Schriftelijke verklaring omtrent het beleggingsbeleid . De verklaring wordt in de
actuariële en bedrijfstechnische nota opgenomen. Bij een belangrijke wijziging in het beleggingsbeleid,
maar ten minste een keer per drie jaar, moet de verklaring worden herzien. Deze verklaring omvat
minimaal onderwerpen zoals de toegepaste wegingsmethode voor beleggingsrisico’s, de risicobeheersprocedures en de strategische allocatie van activa in het licht van de aard en de looptijd van de pensioenverplichtingen
Vermogensbeheerder
Een professionele beheerder van vermogens voor organisaties (zoals pensioenfondsen,
verzekeringsmaatschappijen etc) en/of vermogende particulieren.
Vermogensbeheerders zijn vaak onderdeel van een bank, dan wel
financiële instelling, maar kunnen ook een onafhankelijke
organisatie zijn. In Nederland kunnen vermogensbeheerders zich onder
bepaalde voorwaarden laten registreren bij Autoriteit Financiële
Markten (voorheen: Stichting Toezicht Effectenverkeer).
Verplichtstellingsbeschikking
Beschikking die aan bedrijven de verplichting oplegt om deel te nemen aan een
bedrijfstakpensioenfonds. De minister van Sociale Zaken Werkgelegenheid
(SZW) kan een dergelijke
beschikking treffen na een verzoek van een naar zijn oordeel
voldoende representatieve vertegenwoordiging van het georganiseerde
bedrijfsleven in een bepaalde bedrijfstak. Alvorens een
verplichtstellingbeschikking te treffen, overlegt de minister van
SZW met onder andere de STAR en
de Nederlandsche Bank.
Een verplichtstellingbeschikking kan betrekking hebben op alle
bedrijfsgenoten (degenen die in de desbetreffende bedrijfstak
werkzaam zijn) of op bepaalde groepen van bedrijfsgenoten.
Vervolgkorting
Rentekorting die bij wijze van verrekening van een deel van de door de
verzekeraar te maken overrente, naast de
contante rentekorting, aan de verzekeringnemer wordt uitgekeerd nadat het
contract langer dan tien jaar heeft bestaan. Door het toepassen van
een vervolgkorting wordt de overrente na de eerste tien à twaalf
jaar slechts ten dele aan de verzekeringnemer geretourneerd.
Zie ook: TLV-korting
Verzekeringskamer
Zie ook: Pensioen-
& Verzekeringskamer
en de Nederlandsche Bank.
Vetorecht
Een vetorecht is het recht om met één stem een bepaald besluit te doen verwerpen. De Pensioenwet spreekt van instemmingsrecht, omdat besluiten of te nemen besluiten niet met één stem kunnen worden verworpen. Het bestuur
dient instemming te vragen aan het orgaan van het pensioenfonds. Indien deze instemming door het betreffende orgaan niet
wordt gegeven, kan het bestuur niet tot stemming overgaan.
Visitatie (commissie)
In Principes
voor goed pensioenfondsenbestuur geopperde mogelijkheid om – één keer in de drie jaar of vaker als daartoe aanleiding is – het functioneren van het bestuur te laten toetsen door een visitatiecommissie. Deze wordt benoemd door het bestuur en bestaat uit ten minste drie onafhankelijke deskundigen.
Volatiliteit
Maatstaf voor de beweeglijkheid of het risico van een economische
grootheid (bijvoorbeeld het rendement op aandelen) ten opzichte van
het gemiddelde van deze grootheid. Deze maatstaf kan in
verschillende tijdseenheden zijn uitgedrukt, bijvoorbeeld:
dagelijkse, wekelijkse, maandelijkse of jaarlijkse afwijking van het
gemiddelde.
Volksverzekering
Sociale verzekering die geldt voor alle inwoners van Nederland en voor alle
werknemers in dienst van een Nederlandse werkgever.
Volksverzekeringen zijn de Algemene nabestaandenwet (Anw), de
Algemene Ouderdomswet (AOW), en de Algemene Wet Bijzondere
Ziektekosten (AWBZ).
Vóór-oorts
De vóór-Oortse bedragen (AOW en
Anw) kunnen in tweeërlei opzicht van belang zijn. In de eerste plaats
kunnen deze bedragen worden gehanteerd bij de berekening van de pensioenaanspraken. Hiermee wordt
voorkomen dat de verhoging van de AOW/Anw-uitkering op grond van de belastingoperatie-Oort zou leiden
tot een kleiner aanvullend pensioen. In de tweede plaats kunnen deze 'vóór-Oortse bedragen' worden
gebruikt bij de vaststelling van de franchise
Zie ook: Overhevelingstoeslag
Voorziening voor (of waarde van) pensioenverplichtingen=Passiva
De waarde van de pensioenverplichtingen is de actuariële contante
waarde van de opgebouwde, premievrije en ingegane
pensioenaanspraken, op basis van een gegeven actuariële methode en
gegeven financieel- economische en demografische veronderstellingen.
De voorziening voor pensioenverplichtingen is gelijk aan de waarde
van de pensioenverplichtingen. De voorziening voor
pensioenverplichtingen is de passiva van het fonds.
VPL
Afkorting voor de Wet aanpassing fiscale behandeling VUT/prepensioen
en introductie levensloopregeling
VPV
Afkorting van voorziening pensioenverplichtingen
Vrije reserve
Zie: overreserve.
Vrijstelling van deelneming
Krachtens de Wet betreffende verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds
2000
is een vrijstellingsregeling vastgesteld met betrekking tot het
verkrijgen van vrijstelling van verplichte deelneming in een
bedrijfstakpensioenfonds.Vrijstelling moet altijd worden verleend, als een bijzondere pensioenvoorziening
al zes maanden van kracht was vóór de indiening van het verzoek
tot verplichte deelneming en als bovendien aan alle andere voorwaarden
voor vrijstelling is voldaan, als een onderneming deel uitmaakt van
een concern dat een eigen pensioenregeling heeft, als een
onderneming een eigen ondernemings-cao heeft of als de
beleggingsperformance van het betreffende bedrijfstakpensioenfonds
ontoereikend is. Het bedrijfstakpensioenfonds kan overigens wel
voorwaarden aan de verplicht te verlenen vrijstelling verbinden.
Indien geen sprake is van een van bovengenoemde verplichte
vrijstellingsgronden, is het bedrijfstakpensioenfonds bevoegd op
vrijwillige basis een vrijstelling te verlenen.
Vroegpensioen
Zie: overbruggingspensioen.
VUT-fonds
Een stichting of andere rechtspersoon, waaraan de uitvoering van een VUT-regeling
is opgedragen door een onderneming of door de gezamenlijke
werkgevers en werknemers in een bedrijfstak.
VUT-regeling
Een regeling van Vervroegde Uittreding uit het arbeidsproces vóór de
reglementaire pensioendatum, op vrijwillige basis. Rechten uit een VUT-regeling worden in de regel niet veilig gesteld (zoals
pensioenen). Werknemers kunnen dus geen "VUT-rechten"
opbouwen. vut-uitkeringen worden jaarlijks in omslag of rentedekking
gefinancierd. Daardoor kan het voortbestaan van een VUT-regeling
vrij sterk afhangen van de gang van zaken in de desbetreffende
onderneming of bedrijfstak. Overigens is er fiscaal een beperkte vorm van kapitaaldekking
toegestaan als VUT-regelingen in eigen beheer worden
gehouden. In de vijftien jaar die vooraf gaan aan de VUT-ingang, mag
er geleidelijk een voorziening worden aangelegd. Hierbij wordt
rekening gehouden met renteopbrengsten, VUT-deelnamekansen en
blijfkansen.
De fiscale begunstiging voor VUT-regelingen is met ingang van 1
januari 2006 komen te vervallen, behoudens voor werknemers die op 31
december 2004 55 jaar of ouder waren. Wel zal dan voldaan moeten
worden aan actuariële oprenting indien de ingangsdatum wordt
uitgesteld wegens doorwerken. Dit wordt ook wel de
spaarvut genoemd.
VUT-resolutie
Ministeriële resolutie van 28 december 1998, nr. DB98/4760M, waarin richtlijnen
zijn geformuleerd met betrekking tot de vorming van een
kostenegalisatiereserve bij in eigen beheer gehouden
VUT-regelingen. Dit besluit is op 17
januari 2006 vervangen door een nieuw besluit (CPP05-2741)
dat een samenvoeging en actualisering is van de volgende besluiten:
- Besluit van 28 december 1998, nr. DB98/4760M (waardering
vutverplichtingen in eigen beheer)
- Besluit van 12 juli 1999, nr. DB99/1835M (praktijkvragen
waardering vutverplichtingen)
- Besluit van 29 februari 2000, nr. DB99/3768M (vervanging
vutregeling door prepensioenregeling)
- Besluit van 31 maart 2000, nr. DB2000/972M (voortgezette
pensioenopbouw tijdens prepensioenperiode)
Naar boven
|