Artikel 1. De aanvraag
De aanvraag tot vrijstelling van de verplichtstelling van een persoon die gemoedsbezwaren heeft tegen iedere vorm van verzekering alsmede van een rechtspersoon waarbij natuurlijke personen betrokken zijn, die zodanige bezwaren hebben, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Wet verplichte deelneming in een bedrijfstakpensioenfonds 2000, geschiedt door indiening van een door de aanvrager ondertekende verklaring. Deze verklaring houdt ten minste in dat de aanvrager overwegende gemoedsbezwaren heeft tegen elke vorm van verzekering en mitsdien noch zichzelf, noch iemand anders, noch zijn eigendommen heeft verzekerd. Uit een door een werkgever ingediende verklaring moet voorts blijken of deze ook gemoedsbezwaren heeft tegen de nakoming van de hem als werkgever opgelegde verplichtingen.