| 2. | Het eerste lid vindt toepassing indien:
| a. | het een aanspraak als bedoeld in
artikel 3.124, eerste lid, onderdeel b of onderdeel
c,
betreft en de aanspraak zodanig wordt gewijzigd dat deze niet langer aan de in
dat artikellid gestelde voorwaarden voldoet; |
| b. | het een aanspraak als bedoeld in
artikel 3.125 betreft en de aanspraak –
beoordeeld vanuit de verzekeringnemer – zodanig wordt gewijzigd dat deze niet
langer aan de in dat artikel gestelde voorwaarden voldoet; |
| c. | het een aanspraak als bedoeld in
artikel 3.125 betreft en de aanspraak zodanig
wordt gewijzigd dat indien de gewijzigde aanspraak van begin af aan zou zijn
bedongen het op grond van de
artikelen 3.127 en
3.129 in totaal aanmerking te nemen bedrag
aan premies voor lijfrenten lager zou zijn geweest dan het in aftrek gebrachte
bedrag; |
| d. | de aanspraak wordt afgekocht of vervreemd; |
| e. | de aanspraak formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid wordt,
anders dan ten behoeve van uitstel van betaling op grond van
artikel 25, vijfde lid, van de Invorderingswet
1990; |
| f. | het een aanspraak betreft waarvoor als verzekeraar optreedt een
persoon of lichaam als bedoeld in
artikel 3.126, eerste lid, onderdeel a, onder
2°, en de aanspraak wordt prijsgegeven, behoudens voorzover de
aanspraak niet voor verwezenlijking vatbaar is; |
| g. | de verzekeraar of de in
artikel 3.126, eerste lid, onderdeel d, onder
2°, bedoelde belastingplichtige, niet langer voldoet aan de in
artikel 3.126 gestelde voorwaarden; |
| h. | de lijfrenteverplichting overgaat, of beoordeeld aan het einde van
het kalenderjaar in enig voorafgaand jaar is overgegaan, op een ander
pensioenfonds of lichaam dat bevoegd is het levensverzekeringsbedrijf te
uitoefenen dan bedoeld in
artikel 3.126, eerste lid, onderdeel a, onder
1°, onderdeel b of onderdeel d, ter verwerving van
pensioenrechten in het kader van de aanvaarding van een dienstbetrekking buiten
Nederland teneinde een pensioenbreuk als gevolg van deze aanvaarding te
voorkomen; |
| i. | de lijfrenteverplichting, anders dan bedoeld onder h, geheel of
gedeeltelijk overgaat op een andere verzekeraar dan bedoeld in
artikel 3.126, eerste lid, onderdeel a, onder 1°, onderdeel b
of onderdeel d, of |
| j. | de aanspraak bij het einde van het kalenderjaar is ondergebracht
bij een verzekeraar als bedoeld in
artikel 3.126, eerste lid, onderdeel c; |
| k. | een pensioentekort waarvoor premies voor lijfrenten in aanmerking
zijn genomen op de voet van
artikel 3.127, eerste of tweede lid, nadien
wordt gecompenseerd door middel van verbetering van een aanspraak ingevolge een
pensioenregeling. |
|