skip to sub menu skip to main content
nederland homeorganisatiebusiness issuesdienstenideeën en onderzoekactualiteiten

ideeën en onderzoek

Pensioenregelgeving

Home > Europe Home > Nederland Home > Ideeën en onderzoek > Pensioenregelgeving > Pensioenwet

Ideeën en onderzoek

Overzicht
Technische en beleidspublicaties
Pensioenregelgeving
Pensioenwet
PSW
Wet Bpf 2000
Wet Financieel Toezicht
Wet VBP
Wet VPS
Gelijke behandeling
Fiscale pensioenregelgeving
Europese regelgeving
Overige
Pensioenbegrippen
Statistische data
Internet links
Worldwide Research

global web sites

Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling

[ Printversie ]

Beleidsregel van De Nederlandsche Bank N.V. van 28 augustus 2007, nr. TB/2007/01465, inzake de verlening van ontheffingen op grond van de artikelen 212 en 213 van de Pensioenwet en de artikelen 206 en 207 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling (Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling)

De Nederlandsche Bank N.V.;

Gelet op de artikelen 147, 212 en 213 van de Pensioenwet en de artikelen 142, 206 en 207 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

Gelet op de artikelen 30 tot en met 34 van het Besluit financieel toetsingskader pensioenfondsen (Stb. 2006, 710) en de Regeling informatieverstrekking pensioenfondsen (Stcrt. 2007, 69);

Gelet op artikel 36, derde lid, van het Besluit uitvoering Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling (Stb. 2006, 709);

Na overleg met de representatieve organisaties van (beroeps)pensioenfondsen;

Besluit:

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a.

DNB: De Nederlandsche Bank N.V.;

b.

Wvb: de Wet verplichte beroepspensioenregeling;

c.

Regeling: de Regeling informatieverstrekking pensioenfondsen (Stcrt. 2007, 69);

d.

fonds: een pensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet of een beroepspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Wvb;

e.

kwartaalstaten: de kwartaalstaten, bedoeld in hoofdstuk 2 van de Regeling;

f.

jaarstaten: de jaarstaten, bedoeld in hoofdstuk 3 van de Regeling.

Artikel 2. Boekjaar

DNB verleent een fonds in enig jaar desgevraagd ontheffing van het bepaalde in artikel 147, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 142, eerste lid, van de Wvb, indien het fonds:

a.

in de loop van het kalenderjaar is opgericht; of

b.

binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar is geliquideerd, in welk geval het boekjaar als bedoeld in artikel 147, eerste lid, van de Pensioenwet of artikel 142, eerste lid, van de Wvb eindigt op de datum van liquidatie.

Artikel 3. Indieningstermijn kwartaalstaten

1.

DNB verleent een fonds desgevraagd ontheffing van het bepaalde in artikel 147, tweede lid, van de Pensioenwet of artikel 142, tweede lid, van de Wvb in samenhang met artikel 2:3, tweede lid, van de Regeling met betrekking tot de indieningstermijn van kwartaalstaten, indien sprake is van een incidentele en ingrijpende gebeurtenis die redelijkerwijs niet voor rekening en risico van het fonds komt.

2.

Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid leidt tot een verlenging van de indieningstermijn voor de in de ontheffing genoemde kwartaalstaten met maximaal drie maanden.

3.

Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk tien werkdagen na afloop van het toepasselijke kalenderkwartaal bij DNB ingediend en gaat vergezeld van een plan van aanpak omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen het fonds alsnog de desbetreffende kwartaalstaten kan indienen.

4.

Nadat een fonds een ontheffing op grond van het eerste lid heeft gekregen, kan het eenmaal om een nieuwe verlenging van de indieningstermijn met drie maanden verzoeken.

Artikel 4. Indieningstermijn jaarstaten

1.

DNB verleent een fonds desgevraagd ontheffing van het bepaalde in artikel 147, tweede lid, van de Pensioenwet of artikel 142, tweede lid, van de Wvb in samenhang met artikel 3:3, tweede lid, van de Regeling met betrekking tot de indieningstermijn van jaarstaten, indien sprake is van een incidentele en ingrijpende gebeurtenis die redelijkerwijs niet voor rekening en risico van het fonds komt.

2.

Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid leidt tot een verlenging van de indieningstermijn voor de in de ontheffing genoemde jaarstaten met maximaal drie maanden.

3.

Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt uiterlijk bij DNB ingediend op de eerste werkdag na 30 april na afloop van het toepasselijke kalenderjaar en gaat vergezeld van een plan van aanpak omtrent de wijze waarop en de termijn waarbinnen het fonds alsnog de desbetreffende jaarstaten kan indienen.

4.

Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend onder de voorwaarde dat uiterlijk op 30 juni na afloop van het toepasselijke kalenderjaar bij DNB een voorlopige balans met toelichting per ultimo van dat kalenderjaar wordt ingediend.

5.

Nadat een fonds een ontheffing op grond van het eerste lid heeft gekregen, kan het eenmaal om een nieuwe verlenging van de indieningstermijn met drie maanden verzoeken.

Artikel 5. Liquidatie

1.

DNB verleent een fonds desgevraagd ontheffing van het bepaalde in artikel 147, eerste en tweede lid, van de Pensioenwet of artikel 142, eerste en tweede lid, van de Wvb, indien het fonds in liquidatie is en het fonds per ultimo van de periode waarover kwartaalstaten of jaarstaten moeten worden verstrekt, geen technische voorzieningen meer heeft.

2.

Een ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt verleend onder de voorwaarde dat het fonds de jaarrekening en het jaarverslag als bedoeld in artikel 146 van de Pensioenwet of artikel 141 van de Wvb die betrekking hebben op het toepasselijke kalenderjaar, uiterlijk binnen zes maanden na afloop van dat kalenderjaar aan DNB toezendt.

3.

Een verzoek tot ontheffing als bedoeld in het eerste lid wordt minimaal 30 werkdagen voor afloop van de indieningstermijn bij DNB ingediend.

Artikel 6. Inwerkingtreding

Deze beleidsregel treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en is voor de eerste keer van toepassing op de kwartaalstaten die betrekking hebben op het derde kwartaal van 2007 onderscheidenlijk op de jaarstaten die betrekking hebben op het boekjaar 2007.

Artikel 7. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel ontheffingen Pensioenwet en Wet verplichte beroepspensioenregeling.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Amsterdam, 28 augustus 2007

De Nederlandsche Bank N.V., de directeur,

A. Schilder