Artikel 1:1
In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt,
voorzover niet anders is bepaald, verstaan onder:
aanbieden:
| a. | het in de uitoefening van een beroep of bedrijf
rechtstreeks of middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot
het als wederpartij aangaan van een overeenkomst met een consument of,
indien het een verzekering betreft, cliënt inzake een financieel
product dat geen financieel instrument is of het in de uitoefening van
een beroep of bedrijf aangaan, beheren of uitvoeren van een dergelijke
overeenkomst; of |
| b. | het rechtstreeks of
middellijk doen van een voldoende bepaald voorstel tot het als
wederpartij aangaan van een overeenkomst met een cliënt inzake
een recht van deelneming in een beleggingsinstelling of het
rechtstreeks of middellijk vragen of verkrijgen van gelden of andere
goederen aan onderscheidenlijk van een cliënt ter deelneming in
een beleggingsinstelling; |
aanbieder: degene die aanbiedt;
aangewezen staat: een staat die op
grond van deze wet is aangewezen als staat waar toezicht wordt
uitgeoefend op beleggingsinstellingen, clearinginstellingen
onderscheidenlijk natura-uitvaartverzekeraars dat in voldoende mate
waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt te
beschermen;
aanmeldingstermijn: de periode
gedurende welke de effecten waarop een openbaar bod betrekking heeft,
kunnen worden aangemeld;.
accountant: een
accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het
Burgerlijk Wetboek;
adviseren: het in de
uitoefening van een beroep of bedrijf aanbevelen van een of meer
specifieke financiële producten aan een bepaalde consument of,
indien het een financieel instrument of verzekering betreft,
cliënt;
adviseur: degene
die adviseert;
Autoriteit Financiële
Markten: Stichting Autoriteit Financiële Markten;
bank: degene die zijn bedrijf maakt van
het buiten besloten kring ter beschikking verkrijgen van opvorderbare
gelden van anderen dan professionele marktpartijen, en van het voor
eigen rekening verrichten van kredietuitzettingen;
beheerder: een rechtspersoon die het
beheer voert over een of meer beleggingsinstellingen;
beheren van een
individueel vermogen: in de uitoefening van een beroep of
bedrijf, anders dan als beheerder, op discretionaire basis voeren van
het beheer over financiële instrumenten die toebehoren aan een
persoon dan wel over aan deze persoon toebehorende middelen ter
belegging in financiële instrumenten op grond van een door deze
persoon gegeven opdracht;
beleggerscompensatiestelsel: een
stelsel omtrent een garantie voor vorderingen van beleggers in verband
met beleggingsverrichtingen op banken, beleggingsondernemingen of
financiële instellingen waaraan het is toegestaan
beleggingsdiensten te verlenen, tegen het risico dat deze
financiële ondernemingen hun verplichtingen met betrekking tot
die vorderingen niet kunnen nakomen;
beleggingsfonds: een niet in een
beleggingsmaatschappij ondergebracht vermogen waarin ter collectieve
belegging gevraagde of verkregen gelden of andere goederen zijn of
worden opgenomen teneinde de deelnemers in de opbrengst van de
beleggingen te doen delen;
beleggingsinstelling:
beleggingsmaatschappij of beleggingsfonds;
beleggingsinstelling met zetel in een
niet-aangewezen staat: een beleggingsinstelling met zetel
buiten Nederland in een staat die niet op grond van artikel 2:66,
eerste lid, is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend op
beleggingsinstellingen dat in voldoende mate waarborgen biedt ten
aanzien van de belangen die deze wet beoogt te beschermen, niet zijnde
een instelling voor collectieve belegging in effecten;
beleggingsmaatschappij: een
rechtspersoon die gelden of andere goederen ter collectieve belegging
vraagt of verkrijgt teneinde de deelnemers in de opbrengst van de
beleggingen te doen delen;
beleggingsobject:
| a. | een zaak, een recht op een zaak of een recht op
het al dan niet volledige rendement in geld of een gedeelte van de
opbrengst van een zaak, niet zijnde een product als bedoeld in de
onderdelen b tot en met h van de definitie van financieel product in
dit artikel, welke anders dan om niet wordt verkregen, bij welke
verkrijging aan de verkrijger een rendement in geld in het vooruitzicht
wordt gesteld en waarbij het beheer van de zaak hoofdzakelijk wordt
uitgevoerd door een ander dan de verkrijger; of |
| b. | een ander bij algemene maatregel van bestuur aan
te wijzen recht; |
beleggingsonderneming:
degene die een beleggingsdienst verleent of een beleggingsactiviteit
verricht;
beleggingsonderneming
met systematische interne
afhandeling: beleggingsonderneming
die frequent op georganiseerde, regelmatige en systematische wijze,
voor eigen rekening en buiten een gereglementeerde markt of een
multilaterale handelsfaciliteit om transacties uitvoert door orders van
cliënten met betrekking tot aandelen uit te
voeren;
bemiddelaar: degene die bemiddelt;
bemiddelen:
| a. | alle werkzaamheden in de uitoefening van een
beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen
van een overeenkomst inzake een ander financieel product dan een
financieel instrument, krediet of verzekering tussen een consument en
een aanbieder; |
| b. | alle werkzaamheden in
de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als
tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst inzake krediet
tussen een consument en een aanbieder of op het assisteren bij het
beheer en de uitvoering van een dergelijke overeenkomst;
of |
| c. | alle werkzaamheden in de
uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als tussenpersoon
tot stand brengen van een verzekering tussen een cliënt en een
verzekeraar of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van
een verzekering; |
besloten
kring: een kring, bestaande uit personen of vennootschappen
waarvan een persoon of vennootschap opvorderbare gelden ter beschikking
verkrijgt,
| a. | die nauwkeurig is omschreven; |
| b. | waarvan de toetredingscriteria vooraf zijn
bepaald, toetsbaar zijn en niet resulteren in het op eenvoudige wijze
toetreden van niet tot de kring behorende personen of vennootschappen;
en |
| c. | waarbinnen degenen die er deel
van uitmaken in een op het tijdstip van het verkrijgen van de
opvorderbare gelden reeds bestaande rechtsbetrekking staan tot de
persoon of vennootschap die de gelden ter beschikking verkrijgt, op
grond waarvan zij redelijkerwijs op de hoogte kunnen zijn van diens
financiële toestand; |
bewaarder: een rechtspersoon die is
belast met de bewaring van de activa van een beleggingsinstelling;
bewindvoerder: de bewindvoerder,
bedoeld in artikel 3:162, vierde lid, of degene die is aangewezen door
de bestuurlijke of rechterlijke instanties in een andere lidstaat om
saneringsmaatregelen uit te voeren;
bieder: een natuurlijk persoon,
rechtspersoon of vennootschap, dan wel enig naar buitenlands recht
daarmee vergelijkbaar lichaam of samenwerkingsverband, door wie of
namens wie al dan niet tezamen met een of meer andere natuurlijke
personen, rechtspersonen, vennootschappen of daarmee vergelijkbare
lichamen of samenwerkingsverbanden een openbaar bod wordt voorbereid of
uitgebracht, dan wel is uitgebracht;
bijkantoor:
| a. | duurzaam in een andere staat dan de staat van de
zetel aanwezig onderdeel zonder rechtspersoonlijkheid van een
financiële onderneming die geen verzekeraar of
beleggingsonderneming is; of |
| b. | duurzame aanwezigheid van een verzekeraar, met
uitzondering van de zetel, beheerd door eigen personeel van de
verzekeraar of door een zelfstandig persoon die is gemachtigd duurzaam
voor de verzekeraar op te treden; of |
| c. | gezamenlijke duurzaam in een andere staat dan de
staat van de zetel aanwezige onderdelen zonder rechtspersoonlijkheid
van een beleggingsonderneming dat beleggingsdiensten,
beleggingsactiviteiten of nevendiensten
verleent; |
centrale kredietinstelling: een bank
die met betrekking tot een groep banken tot welke groep die bank zelf
ook behoort, het beleid mede bepaalt;
clearinginstelling: degene die zijn
bedrijf maakt van het sluiten van overeenkomsten betreffende
financiële instrumenten met een centrale tegenpartij die
optreedt als exclusieve wederpartij bij deze overeenkomsten, waarvan de
bedingen die de kern van de prestaties aangeven overeenkomen met de
bedingen die deel uitmaken van overeenkomsten, gesloten door derden of
door hemzelf in zijn hoedanigheid van partij, op een handelsplatform en die in de laatstbedoelde
overeenkomsten de kern van de prestaties aangeven;
clearinginstelling met zetel in een
niet-aangewezen staat: een clearinginstelling met zetel in een
staat buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:6, tweede lid,
is aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend dat in
voldoende mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze
wet beoogt te beschermen;
cliënt: een persoon aan wie een
financiële onderneming een financiële dienst verleent of
aan wie deze voornemens is een financiële dienst te
verlenen;
communautaire
co-assurantie: een directe schadeverzekering betreffende grote
risico’s, in co-assurantie gesloten,
waarbij:
| a. | de schadeverzekeraar die als eerste
schadeverzekeraar optreedt, zijn verplichtingen uit hoofde van de
schadeverzekering is aangegaan vanuit een vestiging in een andere
lidstaat dan de lidstaat waarin ten minste een van de overige
co-assuradeuren zulks heeft gedaan; en |
| b. | het risico in een lidstaat is
gelegen; |
consument:
een niet in de uitoefening van zijn bedrijf of beroep handelende
natuurlijke persoon aan wie een financiële onderneming een
financiële dienst verleent of aan wie deze voornemens is een
financiële dienst te verlenen;
deelnemer: een aandeelhouder of een
deelgerechtigde in een beleggingsinstelling;
deposito: een tegoed dat wordt gevormd door op een
rekening staande gelden of dat tijdelijk uit normale banktransacties
voortvloeit, en dat een bank onder de toepasselijke wettelijke en
contractuele voorwaarden dient terug te betalen, alsmede schulden
belichaamd in door een bank uitgegeven schuldbewijzen, met uitzondering
van obligaties die voldoen aan de voorwaarden van artikel 22, vierde
lid, van de richtlijn beleggingsinstellingen;
depositogarantiestelsel: een stelsel omtrent een
garantie voor vorderingen van depositohouders op banken tegen het
risico dat deze banken hun verplichtingen met betrekking tot die
vorderingen niet kunnen nakomen;
doelvennootschap: de instelling waarvan
effecten zijn uitgegeven waarop een openbaar bod is aangekondigd, wordt
uitgebracht of dient te worden
uitgebracht;
duurzame
drager: een hulpmiddel dat een persoon in staat stelt om aan
hem persoonlijk gerichte informatie op te slaan op een wijze die deze
informatie toegankelijk maakt voor toekomstig gebruik gedurende een
periode die is afgestemd op het doel waarvoor de informatie kan dienen,
en die een ongewijzigde reproductie van de opgeslagen informatie
mogelijk maakt;
effect:
| a. | een verhandelbaar aandeel of een ander daarmee
gelijk te stellen verhandelbaar waardebewijs of recht of een
appartementsrecht; |
| b. | een verhandelbare
obligatie of een ander verhandelbaar schuldinstrument;
of |
| c. | elk ander door een rechtspersoon,
vennootschap of instelling uitgegeven verhandelbaar waardebewijs
waarmee een in onderdeel a of b bedoeld effect door uitoefening van de
daaraan verbonden rechten of door conversie kan worden verworven of dat
in geld wordt afgewikkeld; |
effectief
kredietvergoedingspercentage: de bij de uitvoering van een
overeenkomst inzake krediet overeenkomstig de betalingsregeling aan de
consument in rekening te brengen kredietvergoeding, uitgedrukt in een
percentage op jaarbasis van het uitstaand saldo, berekend op bij
ministeriële regeling vast te stellen wijze;
elektronisch geld: een geldswaarde die is
opgeslagen op een elektronische drager of die op afstand is opgeslagen
in een centrale rekeningadministratie;
elektronischgeldinstelling: degene die, geen bank
zijnde, zijn bedrijf maakt van het ter beschikking verkrijgen van
gelden in ruil waarvoor elektronisch geld wordt uitgegeven waarmee
betalingen kunnen worden verricht ook aan anderen dan degene die het
elektronisch geld uitgeeft;
Europese
beleggingsonderneming: beleggingsonderneming met zetel in een
andere lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een
vergunning heeft;
Europese
kredietinstelling: kredietinstelling met zetel in een andere
lidstaat die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning
heeft;
Europese levensverzekeraar of
schadeverzekeraar: levensverzekeraar of schadeverzekeraar met
zetel in een andere lidstaat die aldaar een vergunning heeft voor de
uitoefening van zijn bedrijf die overeenkomt met de in artikel 2:27
bedoelde vergunning;
financieel
instrument:
| a. | effect; |
| b. | geldmarktinstrument; |
| c. | recht van deelneming in een beleggingsinstelling,
niet zijnde effect; |
| d. | optie, future,
swap, rentetermijncontract of ander derivatencontract dat betrekking
heeft op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, of andere
afgeleide instrumenten, indexen of maatstaven en dat kan worden
afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in
contanten; |
| e. | optie, future, swap,
rentetermijncontract of ander derivatencontract dat betrekking heeft op
grondstoffen en in contanten moet of mag worden afgewikkeld naar keuze
van een van de partijen, tenzij de reden het in gebreke blijven is of
een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot
gevolg heeft; |
| f. | optie, future, swap of
ander derivatencontract dat betrekking heeft op grondstoffen, alleen
kan worden afgewikkeld door middel van materiële levering en
wordt verhandeld op een gereglementeerde markt of een multilaterale
handelsfaciliteit; |
| g. | andere optie,
future, swap of termijncontract dan bedoeld onder f of ander
derivatencontract dat betrekking heeft op grondstoffen, kan worden
afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor
commerciële doeleinden bestemd is, en dat de kenmerken van
andere afgeleide financiële instrumenten heeft; |
| h. | afgeleid instrument voor de overdracht van
kredietrisico; |
| i. | financiëel
contract ter verrekening van verschillen; |
| j. | optie, future, swap, termijncontract of ander
derivatencontract met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven,
emissievergunningen, inflatiepercentages of andere officiële
economische statistieken, en dat contant moet, of, op verzoek van
één der partijen, kan worden afgewikkeld, anderszins dan
op grond van een verzuim of een ander ontbindend element of ander
derivatencontract met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen,
indices of maatregelen dan hiervoor vermeld en dat de kenmerken van
andere afgeleide financiële instrumenten
bezit; |
financieel
product:
| a. | een
beleggingsobject; |
| b. | een betaalrekening
met inbegrip van de daaraan verbonden
betaalfaciliteiten; |
| c. | elektronisch
geld; |
| d. | een financieel
instrument; |
| e. | krediet; |
| f. | een
spaarrekening met inbegrip van de daaraan verbonden
spaarfaciliteiten; |
| g. | een verzekering;
of |
| h. | een bij algemene maatregel van
bestuur aan te wijzen ander product; |
financiële dienst:
| a. | aanbieden; |
| b. | adviseren over andere
financiële producten dan financiële
instrumenten; |
| c. | bemiddelen; |
| d. | herverzekeringsbemiddelen; |
| e. | optreden
als clearinginstelling; |
| f. | optreden als
gevolmachtigde agent of ondergevolmachtigde agent;
of |
| g. | verlenen van een
beleggingsdienst; |
| h. | verrichten
van een
beleggingsactiviteit; |
financiëledienstverlener: degene
die een ander financieel product dan een financieel instrument
aanbiedt, die adviseert over een ander financieel product dan een
financieel instrument of die bemiddelt, herverzekeringsbemiddelt,
optreedt als gevolmachtigd agent of optreedt als ondergevolmachtigde
agent;
financiële instelling: degene die, geen
kredietinstelling zijnde, in hoofdzaak zijn bedrijf maakt van het
verrichten van een of meer van de werkzaamheden, bedoeld onder 2 tot en
met 12 in bijlage I van de herziene richtlijn banken, of van het verwerven of
houden van deelnemingen;
financiële Nederlandse
moederholding: financiële holding met zetel in
Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een Nederlandse
beleggingsonderneming of Nederlandse kredietinstelling of van een
financiële holding met zetel in Nederland, waarbij onder
dochteronderneming wordt verstaan een dochteronderneming als bedoeld in
de artikelen 1 en 2 van de richtlijn geconsolideerde jaarrekening, of
een onderneming waarop, naar het oordeel van de Nederlandsche Bank, een
moederonderneming feitelijk een overheersende invloed
uitoefent;
financiële
onderneming:
| a. | een
beheerder; |
| b. | een
beleggingsinstelling; |
| c. | een
beleggingsonderneming; |
| d. | een
bewaarder; |
| e. | een
clearinginstelling; |
| f. | een
financiëledienstverlener; |
| g. | een
financiële instelling; |
| h. | een
kredietinstelling; of |
| i. | een
verzekeraar; |
gekwalificeerde
belegger:
| a. | rechtspersoon
of vennootschap die een vergunning heeft of anderszins gereglementeerd
is om op de financiële markten actief te mogen
zijn; |
| b. | rechtspersoon of vennootschap
die geen vergunning heeft of niet anderszins gereglementeerd is om op
de financiële markten actief te mogen zijn en waarvan het enige
ondernemingsdoel het beleggen in effecten
is; |
| c. | nationaal of regionaal
overheidslichaam, centrale bank, internationale of supranationale
financiële organisatie of andere soortgelijke internationale
instelling; |
| d. | rechtspersoon of
vennootschap met zetel in Nederland
die:
| 1°. | volgens bij algemene
maatregel van bestuur vast te stellen regels wordt aangemerkt als
kleine onderneming; en |
| 2°. | op
eigen verzoek door de Autoriteit Financiële Markten als
gekwalificeerde belegger is
geregistreerd; |
|
| e. | rechtspersoon
of vennootschap, niet zijnde een rechtspersoon of vennootschap als
bedoeld in onderdeel d, aanhef en onder
1°; |
| f. | natuurlijke persoon met
woonplaats in Nederland die voldoet aan bij algemene maatregel van
bestuur te stellen regels en op eigen verzoek door de Autoriteit
Financiële Markten als gekwalificeerde belegger is
geregistreerd; of |
| g. | in een andere
lidstaat als gekwalificeerde belegger aangemerkte natuurlijke persoon
of onderneming als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel e, onder
iv onderscheidenlijk v, van de richtlijn prospectus; |
gekwalificeerde deelneming: een rechtstreeks of
middellijk belang van ten minste tien procent van het geplaatste
kapitaal van een onderneming of het rechtstreeks of middellijk kunnen
uitoefenen van ten minste tien procent van de stemrechten in een
onderneming, of het rechtstreeks of middellijk kunnen uitoefenen van
een daarmee vergelijkbare zeggenschap in een onderneming, waarbij bij
het bepalen van het aantal stemrechten dat iemand in een onderneming
heeft, tot diens stemrechten mede worden gerekend de stemmen waarover
hij beschikt of geacht wordt te beschikken op grond van artikel
5:45;
gemeentelijke kredietbank: een
aanbieder van krediet, opgericht door een of meer gemeenten;
gereglementeerde
markt: multilateraal systeem dat meerdere koop- en
verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële
instrumenten – binnen dit systeem en volgens de
niet-discretionaire regels van dit systeem – samenbrengt of het
samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een
overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële
instrumenten die volgens de regels en de systemen van die markt tot de
handel zijn toegelaten, en dat regelmatig en overeenkomstig de geldende
regels inzake de vergunningverlening en het doorlopende toezicht
werkt;
gevolmachtigde
agent: degene die optreedt als gevolmachtigde agent;
grondstofderivaat: een financieel
instrument als bedoeld in de onderdelen e, f en g van de definitie van
financieel instrument;
grote
risico’s:
| a. | de
risico’s die behoren tot de in de bij deze wet behorende Bijlage
branches genoemde branches Casco rollend spoorwegmaterieel,
Luchtvaartuigcasco, Casco zee- en binnenschepen, Vervoerde zaken,
Aansprakelijkheid luchtvaartuigen en Aansprakelijkheid zee- en
binnenschepen; |
| b. | de risico’s
die behoren tot de in de bij deze wet behorende Bijlage branches
genoemde branches Krediet en Borgtocht, voorzover de verzekeringnemer
handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf en het risico
daarop betrekking heeft; of |
| c. | de
risico’s die behoren tot de in de bij deze wet behorende Bijlage
branches genoemde branches Voertuigcasco, Brand en Natuurevenementen,
Andere schaden aan zaken, Aansprakelijkheid motorrijtuigen,
Aansprakelijkheid wegvervoer, Algemene aansprakelijkheid en diverse
geldelijke verliezen, voorzover de verzekeringnemer voldoet aan ten
minste twee van de volgende
vereisten:
| 1°. | de waarde van de
activa volgens de balans bedraagt meer dan
€ 6.200.000; |
| 2°. | de
netto-omzet over het voorafgaande boekjaar bedraagt meer dan
€ 12.800.000; |
| 3°. | het gemiddeld aantal werknemers over het
voorafgaande boekjaar bedraagt meer dan
250; |
waarbij
bovengenoemde vereisten, indien de verzekeringnemer deel uitmaakt van
een groep waarvan de geconsolideerde jaarrekening overeenkomstig de
richtlijn geconsolideerde jaarrekening wordt opgesteld, worden
toegepast op basis van de geconsolideerde jaarrekening en indien de
verzekeringnemer deel uitmaakt van een samenwerkingsverband,
bovengenoemde vereisten gelden voor de deelnemers in het
samenwerkingsverband gezamenlijk; |
handelen voor
eigen rekening: met eigen kapitaal handelen in
financiële instrumenten, hetgeen resulteert in het uitvoeren van
transacties;
handelsportefeuille: portefeuille als bedoeld in
artikel 11, eerste lid,
van de herziene richtlijn kapitaaltoereikendheid;
herverzekeraar: degene die geen levensverzekeraar,
natura-uitvaartverzekeraar of schadeverzekeraar is, en die zijn bedrijf
maakt van het accepteren van door een levensverzekeraar, een
natura-uitvaartverzekeraar, een schadeverzekeraar of een andere
herverzekeraar overgedragen risico’s;
herverzekeringsbemiddelaar: degene die
herverzekeringsbemiddelt;
herverzekeringsbemiddelen: alle werkzaamheden in
de uitoefening van een beroep of bedrijf gericht op het als
tussenpersoon tot stand brengen van een overeenkomst waarbij
risico’s uit overeenkomsten inzake een verzekering worden
overgenomen of op het assisteren bij het beheer en de uitvoering van
een dergelijke overeenkomst;
herziene richtlijn
banken: richtlijn nr. 2006/48/EG van het Europees Parlement en
de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006 betreffende de toegang
tot en de uitoefening van de werkzaamheden van kredietinstellingen
(herschikking) (PbEU L 177);
herziene
richtlijn kapitaaltoereikendheid: richtlijn nr. 2006/49/EG van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 14 juni 2006
inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en
kredietinstellingen (herschikking) (PbEU L
177);
in
aanmerking komende
tegenpartij:
| a. | beheerder van een
beleggingsinstelling; |
| b. | beheerder van
een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of
vennootschap; |
| c. | beleggingsinstelling; |
| d. | beleggingsonderneming; |
| e. | nationaal of regionaal overheidslichaam of
overheidslichaam die de overheidsschuld beheert; |
| f. | centrale bank; |
| g. | financiële instelling; |
| h. | internationale of supranationale
publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale
organisatie; |
| i. | kredietinstelling; |
| j. | marketmaker; |
| k. | pensioenfonds of daarmee vergelijkbare
rechtspersoon of vennootschap; |
| l. | persoon of vennootschap die voor eigen rekening
handelt in grondstoffen en van grondstoffen afgeleide
instrumenten; |
| m. | plaatselijke
onderneming; |
| n. | verzekeraar; |
instelling voor
collectieve belegging in effecten: een beleggingsinstelling
als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de richtlijn
beleggingsinstellingen;
institutionele
belegger:
| a. | beleggingsinstelling; |
| b. | levensverzekeraar; of |
| c. | pensioenfonds; |
krediet: geldkrediet
of goederenkrediet, waarbij wordt verstaan onder:
| a. | geldkrediet: het aan een consument ter beschikking
stellen van een geldsom, ter zake waarvan de consument gehouden is een
of meer betalingen te
verrichten; |
| b. | goederenkrediet:
| 1°. | het
aan een consument verschaffen van het genot van een roerende zaak,
financieel instrument of beleggingsobject, dan wel het aan een
consument of een derde ter beschikking stellen van een geldsom ter zake
van het aan die consument verschaffen van het genot van een roerende
zaak, financieel instrument of beleggingsobject, ter zake waarvan de
consument gehouden is een of meer betalingen te verrichten;
of |
| 2°. | het aan een consument
verlenen van een dienst die niet wordt verleend op grond van een
overeenkomst die strekt tot het geregeld verlenen van diensten en
waarbij de consument gehouden is om gedurende de periode van
dienstverlening in termijnen te betalen, dan wel het aan een consument
of een derde ter beschikking stellen van een geldsom ter zake van het
aan die consument verlenen van een dienst ter zake waarvan de consument
gehouden is een of meer betalingen te
verrichten; |
|
kredietinstelling: een bank of
elektronischgeldinstelling;
levensverzekeraar: degene die zijn bedrijf maakt
van het sluiten van levensverzekeringen voor eigen rekening en het
afwikkelen van die levensverzekeringen;
levensverzekering: een levensverzekering als
bedoeld in artikel 975 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, met dien
verstande dat de prestatie van de levensverzekeraar uitsluitend in geld
geschiedt, of een natura-uitvaartverzekering als bedoeld in dit
artikel;
lidstaat: een staat die lid is van
de Europese Unie alsmede een staat, niet zijnde een lidstaat van de
Europese Unie, die partij is bij de Overeenkomst betreffende de
Europese Economische Ruimte;
limietorder:
een order om een financieel instrument tegen de opgegeven limietkoers
of een betere koers en voor een gespecificeerde omvang te kopen of te
verkopen;
marketmaker:
persoon die op de financiële markten doorlopend blijk geeft van
de bereidheid voor eigen rekening te handelen door financiële
instrumenten tegen door hem vastgestelde prijzen te kopen en te
verkopen;
marktexploitant:
persoon die een gereglementeerde markt beheert of
exploiteert;
moedermaatschappij: een rechtspersoon die een of
meer dochtermaatschappijen heeft als bedoeld in artikel 24a van Boek 2
van het Burgerlijk Wetboek;
moederonderneming: moederonderneming
als bedoeld in de artikelen 1 en 2 van de richtlijn geconsolideerde
jaarrekening, of een onderneming die, naar het oordeel van de
Nederlandsche Bank, feitelijk een overheersende invloed op een andere
onderneming uitoefent;
multilaterale
handelsfaciliteit: door een beleggingsonderneming
geëxploiteerd multilateraal systeem dat meerdere koop- en
verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële
instrumenten, binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire
regels, samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit
voortvloeit overeenkomstig de geldende regels inzake de
vergunningverlening en het doorlopende
toezicht;
natura-uitvaartverzekeraar: degene die, geen
levensverzekeraar zijnde, zijn bedrijf maakt van het sluiten van
natura-uitvaartverzekeringen voor eigen rekening en het afwikkelen van
die natura-uitvaartverzekeringen;
natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een niet-aangewezen
staat: een natura-uitvaartverzekeraar met zetel in een staat
buiten Nederland die niet op grond van artikel 2:50, tweede lid, is
aangewezen als staat waar toezicht wordt uitgeoefend dat in voldoende
mate waarborgen biedt ten aanzien van de belangen die deze wet beoogt
te beschermen;
natura-uitvaartverzekering:
een verzekering in verband met de verzorging van de uitvaart van een
natuurlijke persoon waarbij de verzekeraar zich verbindt tot het
leveren van een prestatie die niet tevens inhoudt het doen van een
geldelijke uitkering;
Nederlandsche Bank: De
Nederlandsche Bank N.V.;
Nederlandse beleggingsonderneming:
beleggingsonderneming met zetel in Nederland die voor de uitoefening
van haar bedrijf een vergunning heeft;
Nederlandse
EU-moederbeleggingsonderneming: moederbeleggingsonderneming
met zetel in Nederland die zelf geen dochteronderneming is van een
beleggingsonderneming, kredietinstelling of van een financiële
holding met zetel in een lidstaat;
Nederlandse EU-moederkredietinstelling:
moederkredietinstelling met zetel in Nederland die zelf geen
dochteronderneming is van een beleggingsonderneming of
kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in een
lidstaat;
Nederlandse financiële
EU-moederholding: financiële holding met zetel in
Nederland die geen dochteronderneming is van een beleggingsonderneming
of kredietinstelling of van een financiële holding met zetel in
een lidstaat;
Nederlandse
kredietinstelling: kredietinstelling met zetel in Nederland
die voor de uitoefening van haar bedrijf een vergunning heeft;
Nederlandse levensverzekeraar of
schadeverzekeraar: levensverzekeraar of schadeverzekeraar met
zetel in Nederland die voor de uitoefening van zijn bedrijf een
vergunning heeft;
Nederlandse
moederbeleggingsonderneming: beleggingsonderneming met zetel
in Nederland die een beleggingsonderneming, kredietinstelling of
financiële instelling als dochteronderneming heeft of die een
deelneming heeft in een dergelijke financiële onderneming en die
zelf geen dochteronderneming is van een andere Nederlandse
beleggingsonderneming, Nederlandse kredietinstelling of
financiële holding met zetel in Nederland;
Nederlandse moederkredietinstelling:
kredietinstelling met zetel in Nederland die een beleggingsonderneming,
kredietinstelling of financiële instelling als
dochteronderneming heeft of die een deelneming heeft in een dergelijke
financiële onderneming en die zelf geen dochteronderneming is
van een andere Nederlandse beleggingsonderneming, Nederlandse
kredietinstelling of financiële holding met zetel in
Nederland;
nevendienst:
| a. | bewaring en beheer van financiële
instrumenten voor rekening van cliënten, met inbegrip van
bewaarneming en daarmee samenhangende diensten zoals contanten- of
zekerhedenbeheer; |
| b. | het verstrekken
van kredieten of leningen aan een belegger om deze in staat te stellen
een transactie in financiële instrumenten te verrichten, bij
welke transactie de onderneming die het krediet of de lening verstrekt,
als partij optreedt; |
| c. | advisering aan
ondernemingen inzake kapitaalstructuur, bedrijfsstrategie en daarmee
samenhangende aangelegenheden, alsmede advisering en dienstverrichting
op het gebied van fusies en overnames van ondernemingen; |
| d. | valutawisseldiensten voorzover deze samenhangen
met het verrichten van beleggingsdiensten; |
| e. | onderzoek op beleggingsgebied en financiële
analyse of andere vormen van algemene aanbevelingen in verband met
transacties in financiële instrumenten; |
| f. | dienst in verband met het overnemen van
financiële instrumenten; |
| g. | beleggingsdienst of -activiteit alsmede
nevendienst die verband houden met de onderliggende waarde van de
financiële instrumenten, als bedoeld in de definitie van
financieel instrument onder e, f, g of i voor zover deze in verband
staan met het verlenen van beleggings- of
nevendiensten; |
niet-Europese
beleggingsonderneming: beleggingsonderneming waaraan een
vergunning is verleend in een staat die geen lidstaat is waar naar het
oordeel van de Nederlandsche Bank het prudentieel toezicht ten minste
gelijkwaardig is aan het prudentieel toezicht op grond van deze
wet;
niet-Europese
kredietinstelling: kredietinstelling met zetel in een staat
die geen lidstaat is die aldaar voor de uitoefening van haar bedrijf
een vergunning heeft;
niet-Europese
levensverzekeraar of schadeverzekeraar: levensverzekeraar of
schadeverzekeraar met zetel in een staat die geen lidstaat is die
aldaar een vergunning heeft voor de uitoefening van zijn
bedrijf;
niet-professionele
belegger: een cliënt die niet een professionele
belegger is;
onderbemiddelaar:
een bemiddelaar die bemiddelt voor een andere bemiddelaar;
ondergevolmachtigde agent: degene die optreedt als
ondergevolmachtigde agent;
Onze Minister: Onze Minister
van Financiën;
openbaar bod: een door middel van een
openbare mededeling gedaan aanbod als bedoeld in artikel 217, eerste
lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek op effecten, dan wel een
uitnodiging tot het doen van een aanbod op effecten, waarbij de bieder
het oogmerk heeft deze effecten te
verwerven;
optreden als gevolmachtigde
agent: het in de uitoefening van een beroep of bedrijf als
gevolmachtigde van een verzekeraar voor diens rekening sluiten van een
verzekering met een cliënt;
optreden als
ondergevolmachtigde agent: het in de uitoefening van een
beroep of bedrijf op grond van een ondervolmacht afgegeven door een
gevolmachtigde agent of door een ondergevolmachtigde agent als
gevolmachtigde van een verzekeraar voor diens rekening sluiten van een
verzekering met een cliënt;
opvanginstelling: een naamloze vennootschap met
zetel in Nederland die uitsluitend tot doel heeft in opdracht van de
Nederlandsche Bank een in problemen verkerende levensverzekeraar op te
vangen door herverzekering of overname van de portefeuille van de
levensverzekeraar;
opvorderbare gelden:
gelden die op enig moment terugbetaald moeten worden, uit welke hoofde
dan ook, en waarvan op voorhand duidelijk is welk nominaal bedrag moet
worden terugbetaald;
overeenkomst op
afstand:
| a. | overeenkomst
inzake een financiële dienst of financieel product tussen een
financiële onderneming en een consument die wordt gesloten in
het kader van een door de financiële onderneming georganiseerd
systeem voor verkoop of dienstverlening op afstand, waarbij tot en met
de totstandkoming van deze overeenkomst uitsluitend gebruik gemaakt
wordt van een of meer technieken voor communicatie op afstand;
of |
| b. | overeenkomst die strekt tot
fondsvorming ter voldoening van de verzorging van de uitvaart van een
natuurlijke persoon die wordt aangegaan tussen een
natura-uitvaartverzekeraar en een consument in het kader van een door
de natura-uitvaartverzekeraar georganiseerd systeem voor verkoop of
dienstverlening op afstand, die voor de natura-uitvaartverzekeraar geen
beleggingsrisico met zich brengt en waarbij tot en met de
totstandkoming van deze overeenkomst uitsluitend gebruik gemaakt wordt
van een of meer technieken voor communicatie op
afstand; |
overwegende zeggenschap: het kunnen
uitoefenen van ten minste 30 procent van de stemrechten in een
algemene vergadering van aandeelhouders van een naamloze
vennootschap;
personen waarmee in onderling
overleg wordt gehandeld: natuurlijke personen, rechtspersonen
of vennootschappen waarmee wordt samengewerkt op grond van een
overeenkomst met als doel het verwerven van overwegende zeggenschap in
een naamloze vennootschap of, indien de samenwerking geschiedt met de
doelvennootschap, het dwarsbomen van het welslagen van een aangekondigd
openbaar bod op die vennootschap; de volgende categorieën
natuurlijke personen, rechtspersonen of vennootschappen worden in elk
geval geacht in onderling overleg te
handelen:
| 1°. | rechtspersonen of vennootschappen die met
elkaar deel uitmaken van een groep als bedoeld in artikel 24b van boek
2 van het Burgerlijk Wetboek; |
| 2°. | rechtspersonen of vennootschappen en hun
dochtermaatschappijen; |
| 3°. | natuurlijke personen en hun
dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel d
van de Wet melding zeggenschap in ter beurze genoteerde vennootschappen
1996. |
persoon: een
natuurlijke persoon of rechtspersoon;
pensioenfonds:
| a. | een bedrijfstakpensioenfonds als bedoeld in
artikel 1 van de Pensioenwet; |
| b. | een
ondernemingspensioenfonds als bedoeld in artikel 1 van de Pensioenwet;
of |
| c. | een beroepspensioenfonds als
bedoeld in artikel 1 van de Wet verplichte beroepspensioenregeling
alsmede het pensioenfonds, bedoeld in artikel 113a, eerste lid, van de
Wet op het
notarisambt; |
plaats van
uitvoering: gereglementeerde markt, multilaterale
handelsfaciliteit, beleggingsonderneming met systematische interne
afhandeling, marketmaker of andere liquiditeitsverschaffer of entiteit
die in een derde land een soortgelijke taak verricht als die van een
van de voornoemde
partijen;
plaatselijke onderneming: degene die uitsluitend
voor eigen rekening of voor rekening van beleggingsondernemingen die
tot die markten zijn toegelaten, of deze beleggingsondernemingen een
prijs geeft voorzover de uitvoering en afwikkeling
van de transacties geschieden onder de verantwoordelijkheid van en
worden gegarandeerd door een clearinginstelling met zetel in Nederland,
handelt op de markten voor:
| a. | opties
ter verwerving of vervreemding van financiële
instrumenten; |
| b. | rechten op overdracht
op termijn van goederen of gelijkwaardige instrumenten die gericht zijn
op verrekening in
geld; |
| c. | andere afgeleide financiële
instrumenten; of |
| d. | financiële instrumenten
waarop de afgeleide financiële instrumenten, bedoeld in de
onderdelen a tot en met c, betrekking hebben, uitsluitend om posities
op markten voor die afgeleide financiële instrumenten af te
dekken; |
premie: de in geld
uitgedrukte prestatie door de verzekeringnemer te leveren uit hoofde
van een verzekering, daaronder niet begrepen de
assurantiebelasting;
professionele
belegger:
| a. | beheerder van een
beleggingsinstelling; |
| b. | beheerder van
een pensioenfonds of van een daarmee vergelijkbare rechtspersoon of
vennootschap; |
| c. | beleggingsinstelling; |
| d. | beleggingsonderneming; |
| e. | nationaal of regionaal overheidslichaam of
overheidslichaam dat de overheidsschuld beheert; |
| f. | centrale bank; |
| g. | financiële instelling; |
| h. | internationale of supranationale
publiekrechtelijke organisatie of daarmee vergelijkbare internationale
organisatie; |
| i. | kredietinstelling; |
| j. | marketmaker; |
| k. | onderneming wiens belangrijkste activiteit bestaat
uit het beleggen in financiële instrumenten, het verrichten van
securitisaties of andere financiële transacties; |
| l. | pensioenfonds of daarmee vergelijkbare
rechtspersoon of vennootschap; |
| m. | persoon of vennootschap die voor eigen rekening
handelt in grondstoffen en van grondstoffen afgeleide
instrumenten; |
| n. | plaatselijke
onderneming; |
| o. | rechtspersoon of
vennootschap die aan twee van de volgende omvangvereisten
voldoet: | 1°. | een balanstotaal van ten minste
€ 20 000 000; | | 2°. | een netto-omzet van ten minste
€ 40 000 000; | | 3°. | een eigen vermogen van ten minste
€ 2 000 000; |
|
| p. | verzekeraar; |
professionele marktpartij:
| a. | gekwalificeerde
belegger; |
| b. | dochteronderneming van een
gekwalificeerde belegger die wordt betrokken in het toezicht op
geconsolideerde basis op de gekwalificeerde belegger;
of |
| c. | andere bij algemene maatregel van
bestuur als professionele marktpartij aangewezen persoon of
vennootschap; |
prospectusverordening: verordening nr. 809/2004
van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 29 april 2004 tot
uitvoering van Richtlijn 2003/71/EG van het Europees Parlement en de
Raad van de Europese Unie wat de in het prospectus te verstrekken
informatie, de vormgeving van het prospectus, de opneming van
informatie door middel van verwijzing, de publicatie van het prospectus
en de verspreiding van advertenties betreft (PbEU L 149);
provisie:
beloning of vergoeding, in welke vorm dan ook, voor het bemiddelen of
adviseren ter zake van een financieel product of het verlenen van een
beleggingsdienst of
nevendienst;
rechtsbijstandverzekeraar: een schadeverzekeraar
die de branche Rechtsbijstand uitoefent;
reclame-uiting: iedere vorm van
informatieverstrekking die dient ter aanprijzing van of een wervend
karakter kent ter zake van een bepaalde financiële dienst of een
bepaald financieel product;
registerhouder:
| a. | voorzover het register betrekking heeft op
financiële ondernemingen die werkzaamheden mogen verrichten
ingevolge de afdelingen 2.2.1 tot en met 2.2.4 en 2.3.1 tot en met
2.3.4 en op gegevens die op grond van het Deel Prudentieel toezicht
financiële ondernemingen worden geregistreerd: de
Nederlandsche Bank; |
| b. | voorzover het
register betrekking heeft op financiële ondernemingen die
werkzaamheden mogen verrichten ingevolge de afdelingen 2.2.5 tot en met
2.2.13 en 2.3.5 tot en met 2.3.8 en op gegevens die op grond van het
Deel Gedragstoezicht financiële ondernemingen of het Deel
Gedragstoezicht financiële markten worden geregistreerd: de
Autoriteit Financiële Markten; |
richtlijn beleggingsinstellingen:
richtlijn nr. 85/611/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke en
bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor
collectieve belegging in effecten (icbe’s) (PbEG L 375);
richtlijn geconsolideerde jaarrekening: zevende
richtlijn nr. 83/349/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van
13 juni 1983 op de grondslag van artikel 54, derde lid, sub g),
van het Verdrag betreffende de geconsolideerde jaarrekening (PbEG L
193);
richtlijn markten
voor financiële instrumenten: richtlijn nr. 2004/39/EG
van het Europese Parlement en de Raad van de Europese Unie van
21 april 2004 betreffende markten voor financiële
instrumenten, tot wijziging van de Richtlijnen 85/611/EEG en 93/6/EEG
van de Raad en van Richtlijn 2000/12/EG van het Europees Parlement en
de Raad en houdende intrekking van Richtlijn 93/22/EEG van de Raad
(PbEU L 145);
richtlijn prospectus: richtlijn nr. 2003/71/EG van
het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
4 november 2003 betreffende het prospectus dat gepubliceerd moet
worden wanneer effecten aan het publiek worden aangeboden of tot de
handel worden toegelaten en tot wijziging van richtlijn nr. 2001/34/EG
(PbEG L 345);
richtlijn
verzekeringsbemiddeling: richtlijn nr. 2002/92/EG van het
Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van
9 december 2002 betreffende verzekeringsbemiddeling (PbEG L
9);
saneringsmaatregel: de noodregeling,
bedoeld in afdeling 3.5.5, of een maatregel, genomen in een andere
lidstaat, die enigerlei optreden van de aldaar bevoegde instanties
behelst en bestemd is om de financiële positie van een
kredietinstelling of een verzekeraar in stand te houden of te
herstellen, en van dien aard is dat de maatregel bestaande rechten van
derden aantast;
schadeverzekeraar: degene die
zijn bedrijf maakt van het sluiten van schadeverzekeringen voor eigen
rekening en het afwikkelen van die schadeverzekeringen;
schadeverzekering:
| a. | schadeverzekering als bedoeld in artikel 944 van
Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, niet zijnde een
natura-uitvaartverzekering; |
| b. | ongevallenverzekering;
of |
| c. | sommenverzekering als bedoeld in
artikel 964 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, niet zijnde een
levensverzekering of een financieel instrument, |
met dien verstande dat voor de toepassing van deze wet een
verzekering slechts als schadeverzekering wordt aangemerkt indien
sprake is van een uitkeringsplicht ten gevolge van een onzeker voorval
of een onzekere omstandigheid waardoor de verzekerde in zijn belangen
wordt getroffen;
staat waar het risico is
gelegen:
| a. | de staat waar de
zaken waarop een schadeverzekering betrekking heeft zich bevinden,
indien de schadeverzekering betrekking heeft op een onroerende zaak,
dan wel op een onroerende zaak en op de inhoud daarvan, voorzover deze
door dezelfde schadeverzekering wordt
gedekt; |
| b. | de staat van registratie, van
voertuigen of vaartuigen van om het even welke aard waarop een
schadeverzekering betrekking
heeft; |
| c. | de staat waar een
verzekeringnemer een verzekering heeft gesloten, indien het een
schadeverzekering betreft met een looptijd van vier maanden of minder
die betrekking heeft op tijdens een reis of vakantie gelopen
risico’s, ongeacht de
branche; |
| d. | in alle andere gevallen van
schadeverzekering, de staat waar de verzekeringnemer zijn gewone
verblijfplaats heeft, of, indien de verzekeringnemer een rechtspersoon
is, de staat waar zich elke duurzame, vaste inrichting van deze
rechtspersoon bevindt waarop de verzekering betrekking
heeft; |
techniek voor communicatie op
afstand: ieder middel dat, zonder gelijktijdige fysieke
aanwezigheid van een financiële onderneming en een consument of
cliënt, kan worden gebruikt voor het verlenen van
financiële diensten;
toezichthoudende
instantie: een buitenlandse overheidsinstantie of een
buitenlandse van overheidswege aangewezen instantie, die is belast met
het toezicht op financiële markten of op personen die op die
markten werkzaam zijn;
toezichthouder: de
Nederlandsche Bank of de Autoriteit Financiële Markten, ieder
voorzover belast met de uitoefening van het toezicht overeenkomstig
artikel 1:24 onderscheidenlijk artikel 1:25;
uitbesteden: het door een financiële
onderneming verlenen van een opdracht aan een derde tot het ten behoeve
van die financiële onderneming verrichten van
werkzaamheden:
| a. | die deel uitmaken
van of voortvloeien uit het uitoefenen van haar bedrijf of het verlenen
van financiële diensten;
of |
| b. | die deel uitmaken van de
wezenlijke bedrijfsprocessen ter ondersteuning
daarvan; |
uitgevende instelling:
een ieder die effecten heeft uitgegeven of voornemens is effecten uit
te geven;
uitvoeringskosten:
uitgaven die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van een
order met betrekking tot een financieel instrument en die ten laste
komen van de
cliënt;
uitvoeringsrichtlijn
markten voor financiële instrumenten: richtlijn nr.
2006/73/EG van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van
10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het
Europees Parlement en de Raad wat betreft de door
beleggingsondernemingen in acht te nemen organisatorische eisen en
voorwaarden voor de bedrijfsuitoefening en wat betreft de definitie van
begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn (PbEU L
241);
uitvoeringsverordening
markten voor financiële instrumenten: verordening nr.
1287/2006 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van
10 augustus 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/39/EG van het
Europese Parlement en de Raad wat de voor beleggingsonderneming
geldende verplichtingen betreffende het bijhouden van gegevens, het
melden van transacties, de markttransparantie, de toelating van
financiële instrumenten tot de handel en de definitie van
begrippen voor de toepassing van genoemde richtlijn betreft (PbEU L
241);
vangnetregeling: het
beleggerscompensatiestelsel of het depositogarantiestelsel;
verbonden
agent: persoon die, onder de volledige en onvoorwaardelijke
verantwoordelijkheid van slechts één
beleggingsonderneming voor wier rekening hij optreedt de
beleggingsdiensten als bedoeld in de onderdeel a, d of e van de
definitie van verlenen van een beleggingsdienst in artikel 1:1 verleent
en deze diensten of nevendiensten bij cliënten
aanbeveelt;
verlenen van een
beleggingsdienst:
| a. | in de uitoefening van een beroep of bedrijf
ontvangen en doorgeven van orders van cliënten met betrekking
tot financiële instrumenten; |
| b. | in de uitoefening van beroep of bedrijf voor
rekening van die cliënten uitvoeren van orders met betrekking
tot financiële instrumenten; |
| c. | beheren van een individueel
vermogen; |
| d. | in de uitoefening van
beroep of bedrijf adviseren over financiële
instrumenten; |
| e. | in de uitoefening van
beroep of bedrijf overnemen of plaatsen van financiële
instrumenten bij aanbieding ervan als bedoeld in hoofdstuk 5.1 met
plaatsingsgarantie; |
| f. | in de
uitoefening van beroep of bedrijf plaatsen van financiële
instrumenten bij aanbieding ervan als bedoeld in hoofdstuk 5.1 zonder
plaatsingsgarantie; |
vermogensbeheerder:
degene die een individueel vermogen beheert;
verrichten van diensten, voorzover het verzekeraars
betreft:
| a. | het door een
levensverzekeraar sluiten van een levensverzekering vanuit een
vestiging, gelegen in een andere staat dan die waar de verzekeringnemer
zijn gewone verblijfplaats heeft, of waar zich, indien de
verzekeringnemer een rechtspersoon is, de vestiging van deze
rechtspersoon bevindt waarop de verzekering betrekking
heeft; |
| b. | het door een
natura-uitvaartverzekeraar sluiten van een natura-uitvaartverzekering
vanuit een vestiging, gelegen in een andere staat dan die waar de
verzekeringnemer zijn gewone verblijfplaats heeft; |
| c. | het door een schadeverzekeraar sluiten van een
schadeverzekering betreffende een risico dat is gelegen in een andere
staat dan de vestiging van waaruit de verzekering wordt
gesloten; |
verrichten
van een
beleggingsactiviteit:
| a. | in de uitoefening van beroep of bedrijf handelen
voor eigen rekening; |
| b. | in de
uitoefening van een beroep of bedrijf exploiteren van een multilaterale
handelsfaciliteit. |
vertegenwoordiger van een
verzekeraar: degene die door een verzekeraar is aangesteld om
hem te vertegenwoordigen in een andere staat dan de staat van de zetel
van die verzekeraar bij de uitoefening van de bevoegdheden van de
verzekeraar en bij de naleving van de voorschriften die in
eerstbedoelde staat voor de verzekeraar gelden;
verzekeraar: een levensverzekeraar, een
natura-uitvaartverzekeraar of een schadeverzekeraar;
verzekering:
| a. | een
levensverzekering; |
| b. | een
natura-uitvaartverzekering; of |
| c. | een
schadeverzekering; |
vestiging:
bijkantoor of zetel;
vordering uit hoofde van
verzekering: een vordering, rechtstreeks op de verzekeraar,
van een verzekerde, verzekeringnemer, begunstigde of benadeelde, met
inbegrip van de vordering ter zake van voor deze personen gereserveerde
bedragen zo lang nog niet alle elementen van de vordering bekend zijn,
alsmede de vordering tot teruggave van premies die een verzekeraar
heeft ontvangen in de niet beantwoorde verwachting dat een verzekering
zou worden gesloten dan wel heeft ontvangen op grond van een
verzekering die vervolgens is ontbonden of vernietigd;
zetel: de plaats waar een onderneming volgens haar
statuten of reglementen is gevestigd of, indien zij geen rechtspersoon
is, de plaats waar die onderneming haar hoofdvestiging
heeft.