Algemene Nabestaandenwet
Recht op nabestaandenuitkering heeft de nabestaande die jonger is dan 65 jaar en:
een ongehuwd kind onder de 18 jaar heeft, dat niet tot het huishouden van een ander behoort of
voor tenminste 45% arbeidsongeschikt is of
geboren is voor 1 januari 1950
Degene die een kind, van wie één ouder is overleden, in zijn huishouden verzorgt, heeft recht op een halfwezenuitkering. Recht
op wezenuitkering heeft een kind, van wie beide ouders zijn overleden (tot 16 jaar, bij invaliditeit tot 18 jaar, als een kind
studeert tot 21 jaar).
De ANW-nabestaandenuitkeringen zijn afhankelijk van andere inkomsten. Voor inkomsten uit arbeid geldt een
vrijlatingsregeling. Per 1 januari 2003 is de eerste € 624,60 vrijgesteld. Van het inkomen wat dan nog overblijft
wordt nog en derde deel vrijgesteld. Bij een maandinkomen van € 2.077,32 of hoger komt de nabestaandenuitkering op
nul uit. Inkomsten uit vroegere arbeid zoals WAO en WW. worden helemaal van de ANW-nabestaandenuitkering
afgetrokken. Dit betekent dat bij inkomsten uit vroegere arbeid van € 968,48 of hoger de ANW-nabestaandenuitkering
op nul komt.
|